Een buitenissige verzameling kunstvoorwerpen uit de schepen van Nedlloyd.

Haar lievelingsobject is een kniehoog bronzen beeldje van een vrouw met straf wapperende haren. In haar arm wiegt ze een scheepje waarvan de zeilen tot de letter B opbollen.

Stralend licht conservator Irene B. Jacobs van het Maritiem Museum Rotterdam toe: ,,Het is een schenking van de Bataafsche Petroleum Mij. aan de 100-jarige Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Maatschappij (KNSM) in 1956.”

’Navigare necesse est, vivere non est’, heet de schenking – ’scheepvaart is noodzakelijk, enkel leven niet’ – van beeldhouwer Cephas Stauthamer.

Het Maritiem Museum toont die noodzakelijkheid in maritieme en kunsthistorische zin met de tentoonstelling ’Schatten van Nedlloyd – de mooiste objecten uit de collectie van een rederij’. De rederij ontstond uit een aaneenschakeling van fusies (SMN, KPM, KNSM, KHL, KRL, VNS) en is inmiddels zelf overgenomen door de Deense reder Maersk.

Met de rederij groeiden ook de maritieme objecten die aan boord van de schepen en wereldwijd in de rederijkantoren belandden.

De rederij bestelde kunstvoorwerpen als schilderijen of beeldhouwwerken om het interieur van de schepen te verfraaien. En ook de rederijkantoren in alle windstreken verdienden opluistering met scheepsmodellen, bustes of maritiem getint glas-in-lood. Daarnaast ontving de rederij relatie- en personeelsgeschenken bij jubilea of bij een scheepsdoop.

Vrijwel de hele collectie van Nedlloyd kwam in beheer van het Maritiem Museum. Ruim 1400 objecten. Aan conservator Jacobs om die terug te brengen tot 100 kunstvoorwerpen voor een permanente tentoonstelling.

Alle bijkantoren over de hele wereld stuurden voor de laatste fusie hun kunstvoorwerpen naar Nederland. Ook kunstvoorwerpen waarvan Nedlloyd zelf niet eens het bestaan vermoedde, kwamen bij het maritiem Museum binnen.

Uit ruim 150 jaar rederijgeschiedenis selecteerde Jacobs op verschillende gronden. Het was een nogal onevenwichtige verzameling; door niemand immers samengesteld. Een Japans popje als geschenk bij de doop van een schip kon wel een curieuze aanwinst zijn, maar blonk toch niet uit in maritiem of kunsthistorisch belang. Ook hoefden de talloos teruggestuurde borden, peper- en zoutstellen, scheepsbestek, uniformen of ankerkettingen niet allemaal te worden tentoongesteld.

Wel moest van elke fusiemaatschappij ten minste één voorwerp worden opgenomen. De nautische en kunsthistorische belangen moeten elkaar zo’n beetje in evenwicht houden, en zeker niet met elkaar wedijveren.

Dat hoeft ook niet, als je het enorme model van het passagiersstoomschip Zeelandia uit 1909 ziet. De Schotse scheepsbouwer schonk het model aan opdrachtgever KHL. De dekplankjes glimmen van de vernis, de luchtkokers staan er net zo fier bij als de koperen authentieke, de minuscule dekemmertjes met bluszand gedisciplineerd op een rij.

Het doet er zelfs niet toe of het hangende kroonkompas uit de 18de eeuw, een origineel of een 20ste-eeuwse replica is. Maar mooi dat hij in het Maritiem Museum hangt. De kroonkompassen hingen aan de plafonds van houten marine- en koopvaardijschepen. Als de kapitein benedendeks te kooi was, kon hij in één oogopslag de koers van z’n schip controleren.

Het kompas is van Deense makelij, met een replica van de koningskroon van Denemarken. Een forse lelie geeft het noorden weer, de andere windstreken zijn versierd met mythologische figuren die de dagen van de week symboliseren.

Jacobs stelde de tentoonstelling listig samen in het kielzog van de uit Nederland vertrekkende schepen. Dus begint de museumbezoeker bij de havens van Rotterdam en Amsterdam, en belandt dan in Europa, dan Afrika, Azië, Amerika.

Het tegeltableau ’Chinese scheepvaart’ (1928) uit de eerste klasse eetsalon van het passagiersschip Tjibadak keerde ter restauratie terug bij de fabrikant Goedewaagen’s Koninklijke Hollandse Pijpen- en Aardewerkfabrieken. Het tableau raakte beschadigd toen het uit het schip werd gesloopt.

Ontwerper Lion Cachet paste luster- of nabrandexperimenten in goud en platina tot 700 graden Celsius toe. De Tjibadak voer op de lijn Java-China. Op het tableau staat een waaier aan verschillende Chinese jonkers.

Voor zijn doek ’Surinamekade te Amsterdam’ kreeg schilder David Schulman een ’eervolle vermelding’ bij de KNSM-prijsvraag van 1956. Vanaf 1907 was daar de vaste ligplaats van de KNSM-vloot, met de zwarte schoorstenen en twee witte banden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden