Review

Een Britse 'Matthüus-Passion' voor op reis in de rugzak

UTRECHT - In de lawine aan passies die vorige week in Nederland naar beneden kwam, zag de 'Matthüus-Passion' in een uitvoering van de Engelse groep The Gabrieli Consort & Players er op papier het interessantst uit. Onder leiding van Paul McCreesh deed de groep onlangs van zich spreken met een heel klein bezette opname van Bachs 'Oster-Oratorium' en de verwachting dat ze de grote 'Matthüus' ook zo zouden brengen, bleek uit te komen.

En zo stond er vrijdagavond in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht (dat heel verrassend op deze Goede Vrijdag niet eens uitverkocht was) een koor van slechts acht zangers. In Bachs dubbelkorigheid betekende dat: vier zangers per koor. Alle koorlijnen waren dus solistisch bezet. Ook traden slechts vier solisten aan voor de solo-gedeelten. De Evangelist zong eveneens de tenor-aria's en Christus ontfermde zich over die voor bas. In de koralen en het slotkoor zongen de solisten met de koorleden mee. Een kleine dertig musici vormden de twee begeleidende orkesten. Zo werd de immense schepping van Bach gereduceerd tot een zakpartituurtje voor in de rugzak - een pocket-'Matthüus' voor op reis.

Dat zo'n uitvoering van de 'Matthüus-Passion' belangstelling wekt moge blijken uit het feit dat dirigent Jos van Veldhoven na de pauze in de zaal aanschoof. Van Veldhoven had net daarvoor de 'officiële' uitvoering van de 'Matthüus' in Naarden gedirigeerd; de voorlaatste uitvoering van een serie van tien die hij bij de Nederlandse Bachvereniging leidde. Dat Van Veldhoven ondanks die overkill aan passies toch ook nog naar zijn collega McCreesh kwam luisteren, zegt wel wat.

Wat McCreesh doet is zeker niet nieuw. In de jaren tachtig was er in Amerika een groep die experimenteerde met Bach-uitvoeringen waarbij per partij één stem werd ingezet. De extra helderheid die McCreesh' zangers in de koorpartijen wisten te leggen was een pluspunt. Stuk voor stuk goede zangers, die er niet voor terugdeinsden om helemaal alleen krachtig een fugatisch deel in te zetten. De balans met het orkest was goed. Het gemis aan jongetjes was echter direct voelbaar in het eerste koor. Hun aandeel, het 'O Lamm Gottes'-koraal, werd gespeeld door een orgeltje. Dat was een onbegrijpelijke keuze van McCreesh - zelfs uit praktische of financiële overwegingen mag je dat nooit toestaan.

Er kleefden meer nadelen aan deze uitvoering. Het gevoel van de eenling (Christus) tegenover de volksmeute (de turbae-koren) was er niet. Het beroemde 'Sind Blitze, sind Donner' klonk meer als een verfrissend lentebuitje dan als de koor-zondvloed die het meestal is. McCreesh was met zijn ensemble wel uit op die contrastwerking en elders lukte het beter. Zo zette hij direct na de verstilde aria 'Aus Liebe' in met een fel 'Laß ihn kreuzigen'-koor. De 'Tropfen' in de 'Buß und Reu'-aria klonken ongemeen beeldend zoals ook de 'Finsternis'-beschrijving van de Evangelist die hier een illustrerende werking kreeg die je eerder in Haydns 'Schöpfung' zou verwachten.

Mark Padmore was een geweldige Evangelist, die met veel gevoel voor drama toch steeds mooi bleef zingen. Peter Harvey zong een autoritaire, maar ontroerende Christus. De vrouwelijke solisten (Julia Gooding en Sarah Connolly) hoewel goed, bleven wat achter bij dit niveau. Na nog geen elf kwartier had McCreesh de slotnoot bereikt; geen record, maar wel snel. Vredenburg betoonde zich daarna uitzinnig enthousiast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden