Een briefkaart als geldig bewijs

Ook zonder advocaten kunnen eigenaren van geroofde kunst hun bezittingen terugkrijgen. Achter het megadossier van de erven-Goudstikker, liggen tientallen kleine zaken van individuele belanghebbenden die op eigen kracht een claim indienden. Zoals de zaak van de briefkaart uit Westerbork.

door Joop Bouma

De tekst op het briefkaartje dat Joost Kalma in augustus 2002 in zijn handen gedrukt kreeg, was geschreven in een cryptische telegramstijl. Maar Kalma begreep elke letter:

'Beste Anne, Haal weg D. Willinkplein 3-2, Amsterdam, Schelfhout, Zandweg boerenhuis met bos, Pieter G. van Os, winter met herten, Jacob van Loo, Bloemstilleven, Abram Govaerts, Italiaanse Bergen, B.C. Koekkoek, Landschap met watermolen en boer vee. Anne, voor 5/9/'29. Hartelijke groeten, V.'

Het kaartje was zestig jaar eerder, op 2 juli 1942, verstuurd uit kamp Westerbork door Kalma's vader, een joodse kunsthandelaar en verzetsman uit Amsterdam. Kalma wist dat Victor - de man die het briefkaartje had geschreven - zijn natuurlijke vader was, al had zijn moeder Anne dat nooit met zoveel woorden gezegd. Maar op die augustusdag in 2002 was het tijd schoon schip te maken. De 94-jarige vrouw was ernstig ziek en zou kort daarna overlijden. Anne vertelde haar zoon dat Victor zijn biologische vader was. Ze had voor de oorlog als dienstmeisje bij de joodse familie gewerkt en was toen zwanger geraakt. Op 5 september 1929 werd Joost geboren - Victor had het in Westerbork niet aangedurfd de naam van zijn kind op de briefkaart te zetten, hij volstond met de geboortedatum: 5/9/'29.

De kleine Joost groeide op in het gezin van een oom. Het was geen leuke jeugd. Het gezin was arm, met zijn pleegvader kon hij slecht overweg. 'Mijn kinderperiode was geen goudomrande tijd. Er komt een sterk gevoel van eenzaamheid boven als ik terugdenk aan die jaren', zou Joost later zeggen. Jarenlang kende hij zijn moeder als tante Anne, maar hij vermoedde al snel dat er meer aan de hand moest zijn.

Anne trouwde in 1931 met een Friese arbeider en moest van een karig weekloon zien rond te komen. Haar ouders spanden een rechtszaak aan tegen Victor en eisten dat hij zou bijdragen aan het levensonderhoud van Joost. Hoewel Victor zijn zoon nooit voor de wet erkende, betaalde hij op last van de rechtbank in Leeuwarden vier gulden per week. In de jaren die volgden kreeg het pleeggezin geregeld extra geld toegestuurd uit Amsterdam.

Langzaamaan ontstonden ook de eerste contacten tussen Victor en zijn zoon Joost. Die werd uitgenodigd om te komen logeren. De zomervakanties in Amsterdam waren voor hem een feest. Het jochie, gewend aan de soberheid van het Friese arbeidersgezin, was verbijsterd over de weelde waarin zijn vader leefde. 'Toen ik als achtjarig ventje voor het eerst zijn huis binnenstapte, was ik stomverbaasd over de kostbaarheid van het interieur. Ik keek mijn ogen uit, alles was even bijzonder en schitterend.'

Ook in 1939 logeerde Joost in de vakantiemaanden in Amsterdam. 'Mijn vader legde zich in die tijd toe op de schilderijenhandel. Hij praatte de hele dag over niets anders. Het huis hing vol met kunst. De dingen die hij mooi vond, hing hij op, die wilde hij niet kwijt.' De jonge logé bewonderde de vele negentiendeeeuwse landschappen die in het huis hingen.

Joost zag steeds meer op tegen het einde van de vakantie, het moment waarop hij terug moest naar Friesland. Victor beloofde hem dat hij in 1941 voorgoed in Amsterdam zou kunnen blijven. Maar die belofte kwam zijn vader niet na. Veel later bleek waarom: Victor was betrokken geraakt bij het verzet. Zijn huis aan het Daniël Willinkplein - het tegenwoordige Victorieplein - was een contactadres voor verzetsmensen. Victor gebruikte zijn geld om de uitgave van illegale pamfletten en de verzetskrant Het Parool mogelijk te maken. Hij wilde zijn zoon niet aan de risico's blootstellen.

In juli 1942 pakte de Sicherheitsdienst de joodse kunsthandelaar op. Via Westerbork werd Victor naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij kort daarna werd vermoord. Daar stopte voor Joost het levensverhaal van Victor.

Maar in 2002, bij het sterfbed van zijn moeder, herleefde dat verleden ineens. Anne gaf hem een oude briefkaart, die ze meer dan 60 jaar had bewaard en vertelde het verhaal erachter. Joost: 'Na al die jaren stond ik ineens met dit laatste levensteken van hem in handen. Een bewijs dat hij in die moeilijke weken aan mij heeft gedacht.' Zijn moeder zei dat ze de briefkaart pas na een vertraging van enkele maanden had ontvangen. Ze was eind 1942 spoorslags met een familielid naar Amsterdam gereisd om de schilderijen op te halen. Maar ze kwam te laat. Het huis was al leeggehaald.

In april 2003, krap een jaar nadat hij de briefkaart had gekregen, bezocht Joost met zijn vrouw een tentoonstelling in het Fries Museum in Leeuwarden over het werk van het Bureau Herkomst Gezocht, dat in opdracht van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen onderzoek doet naar de oorspronkelijke eigenaren van kunstwerken, die na de oorlog uit Duitsland zijn teruggehaald. 'Mijn vrouw en ik liepen met stille hoop op de expositie rond. Stel dat ik iets zou herkennen, dat ik als kind had gezien', vertelde Joost later tegen wetenschappelijk onderzoekers van het Bureau Herkomst Gezocht.

Er hingen in Leeuwarden veel werken uit de zogeheten Nederlands Kunstbezit-collectie. Joost herkende geen enkel schilderij. Hij besloot contact op te nemen met het Bureau Herkomst Gezocht in Den Haag. Hij maakte een afspraak en beschreef uit zijn geheugen vier schilderijen die hij in zijn jeugd in de woning van zijn vader had zien hangen. ,,Zijn verhaal sprak ons meteen aan“, zegt Rudi Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en hoofd van het Bureau Herkomst Gezocht. ,,Binnen een uur konden we een paar van die schilderijen terugvinden. We hebben de foto's van de werken tevoorschijn gehaald, hij herkende ze direct. Het kwam heel overtuigend over. Met zijn handen gaf hij aan hoe groot de schilderijen waren. Dat bleek vrij exact te kloppen. Het kwam zeer betrouwbaar over.“

Joost diende een claim in bij de Adviescommissie Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, die hem in mei 2004 drie van de vier schilderijen toewees. De restitutiecommissie overwoog dat een briefkaart weliswaar niet voldoet aan de wettelijke vereisten van een notariële akte, maar gezien de omstandigheden waaronder de kaart in kamp Westerbork was geschreven achtte de commissie het aannemelijk dat Victor zestig jaar geleden de schilderijen aan Joost had willen schenken. Joost heeft twee schilderijen in bruikleen gegeven aan musea, het werk van Koekkoek hangt in het Rijksmuseum Twenthe, waar het landschap al jaren te zien was. Ekkart: ,,Het derde schilderij wilde hij ontzettend graag thuis hebben.“

De namen van betrokkenen in dit artikel zijn om redenen van privacy veranderd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden