Een brandende kaars voor de Afrikaanse strip

Afrika en strips? Het lijkt een ongewone combinatie. Toch kent het continent een rijke stripcultuur. Expo ’Picha’ toont parels uit brandhaarden als Congo en Ivoorkust.

’Prachtig, echt waar!’, zegt de Rwandees/Nederlandse tekenaar Jean-Claude Ngumire zonder een spoortje jaloezie over de strip Aya uit Yopougon. ’Aya’ is een creatie van zijn Ivoriaanse collega Marguerite Abouet over drie vriendinnen uit een volksbuurt in Abidjan.

’Aya’ is een feest voor het oog. Met sierlijke tekeningen en een verhaal dat boven Afrika uitstijgt, maar wel degelijk heel Afrikaans is. „Het raakt me in mijn hart”, verwoordt Ngumire. Abouet en Ngumire zijn te zien op de expositie ’Picha’ in het Afrika Museum in Berg en Dal (Gld), met zeventien andere Afrikaanse tekenaars.

Hoofdpersonen van Abouet, die vanuit Frankrijk haar jeugd in Ivoorkust oproept, zijn de verstandige Aya, jongensverslindster Bintou en Adjoua, die onverwacht zwanger raakt. Het boek lijkt nog het meest op een soap waarin ook familieleden en versierder Mamadou, herkenbaar en hilarisch, belangrijke rollen spelen. Het is na het uitkomen in Frankrijk in 2006 bekroond als beste strip- en debuutalbum van het jaar. Daarna volgden nog twee delen. De eerste twee zijn in het Nederlands vertaald, nummer drie komt in augustus uit.

Leuk detail voor Hollanders: de naam Aya is geïnspireerd door Ayaan Hirsi Ali. „En het gezicht ook”, zegt Marguerite Abouet per telefoon vanuit haar woonplaats in Frankrijk. Haar man Clément Oubrerie maakte de tekeningen. „We zochten nog een naam en gezicht. Toen zagen we in de trein foto’s van Ayaan Hirsi Ali, een mooie en dappere vrouw.”

De expositie is goed voor een paar uur kijkplezier, waarbij vooral de grote verscheidenheid en de vele onbekende namen opvallen. „Wij Afrikaanse striptekenaars zijn in Europa bijna onbekend”, zegt Ngumire (38), die in Rwanda aan de kunstacademie studeerde, een jeugdblad oprichtte, maar vanwege de genocide het land moest ontvluchten. „Deze tentoonstelling is als een brandende kaars, die laat zien wat Afrikanen kunnen en het Afrikaanse leven tonen.”

Wie weet dat een land als Congo honderden tekenaars kent? Er is een rijke cultuur van getekende reclameborden, geschiedenisverhalen en strips. „De meesten van hen werken natuurlijk zonder de schat aan mogelijkheden die moderne computerprogramma’s bieden. Maar juist het klassieke handwerk, de strakke lijnen, laten een verhaal spreken en geven diepte”, zegt Ngumire.

Als kind in Rwanda kende Ngumire die rijkdom uit zijn buurland niet. Het is het bekende verhaal dat het mooiste van Afrika verborgen blijft voor de meeste Afrikanen zelf, door geldgebrek en distributieproblemen. Ngumire las in de bibliotheek uitsluitend Kuifje, Lucky Luke en Asterix, het Europese werk dus. Nu looft hij het werk van Pat Masioni, die in 2005 beroemd werd met een aangrijpend stripboek over de genocide in Rwanda. De titel luidt ’Afdaling in de hel’, en de Fransen komen er niet als helden vanaf. Net als Ngumire moest ook Masioni zijn vaderland ontvluchten.

De verscheidenheid blijkt eruit dat sommige landen strips en tekeningen vooral lijken te gebruiken als braaf voorlichtingsmiddel. Burundi waarschuwt per tekening dat ’verkrachting geen schande is maar een misdaad’. Dictatuur Ethiopië zette in 1999 strips in om de mannen in het uitgebreide leger te behoeden voor aids, vlak voor de oorlog tegen Eritrea. In Egypte lijkt het hoofdthema normen en waarden: toewijding aan de ouders, eerlijkheid, anderen helpen. Ook het Rode Kruis waarschuwt mee met een strip over de levensgevaarlijke illegale emigratie naar Europa.

Meer creativiteit is te zien in ’De reuzepygmee’ en ’Woede in het dorp’, over een meisje dat bijna ontploft omdat zij altijd de was moet doen, terwijl haar broertje naar de film mag. Dan is er alweer een Congolees: Bob Kanza, die in 1999 vluchtte naar Ivoorkust, en daar in 2002 de burgeroorlog meemaakte. Hij zat er in de redactie van Gbich, een scherp online stripblad waar hij leerde cartoons en karikaturen te tekenen. In 2003 verscheen het eerste album over sergeant Deutogo (twee munten voor elke dienstverlening), ’de’ corrupte Afrikaanse agent. In West-Afrika zijn door de jaren heen diverse satirische kranten gemaakt, zoals Le Cafard libéré (De bevrijde spion) uit Senegal en Le Canard du Golfe (De golfende eend), duidelijk varianten op het Franse Le Canard Enchaîné.

Nigeria is met Zuid-Afrika, Congo, Ivoorkust en Kenia het andere land dat veel mooi materiaal oplevert. Zo tekent Kola Fayemi over politiegeweld, waarmee talloze Nigerianen te maken hebben (gehad). Collega Tayo Fatunla legde Our Roots (Onze Wortels) vast, zwarte rolmodellen uit de geschiedenis, van Bob Marley en krijger/Hausakoningin Amina uit de 16de eeuw tot Nelson Mandela.

Het leven van Mandela is in zijn vaderland zelfs het onderwerp van een serie van acht stripboeken. In Zuid-Afrika zijn natuurlijk ook diverse blanke invloeden te vinden, zoals het meesterlijke Madam & Eve, over een blanke Madam en haar zwarte huishoudhulp, plus de bekende cartoonist Zapiro.

Expositie ’Picha’ toont ook de minder bekende Afrikaner strips Bitterkomix, die door hun anti-burgerlijkheid meer lijken op Europees undergroundwerk.

’Aya’ is uitgebracht in acht landen en uitgever Gallimard regelde voor Afrika een supergoedkope editie. „De Ivorianen zijn heel trots op me en komen nu met allerlei adviezen voor de komende delen”, lacht Abouet.

De expositie ’Picha’ in het Afrika Museum is te zien t/m 31 augustus. De boekjes over Aya kosten euro 14,95 per stuk.

Per Afrikaans land zijn op www.picha.nl striptekenaars terug te vinden.

www.gbichonline.com is een satirische website uit Ivoorkust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden