Een boze burger houdt het bijna voor gezien

Tineke van Oosten is een actieve, maar teleurgestelde Rotterdammer. Ze spant zich in om haar leefomgeving te verbeteren, maar stuit steevast op desinteresse of onwil bij de gemeente. Van burgerparticipatie moet men daar niets hebben.

Ze is nog niet zover dat ze de hoop helemaal heeft opgegeven dat de overheid ooit gaat luisteren naar haar burgers, of er zelfs mee samenwerkt. "Maar op grond van mijn eigen geschiedenis met het bestuur zeg ik: als je zelf het initiatief neemt om dingen in je buurt te veranderen, is de kans heel klein dat de overheid er wat mee doet."

Aan het woord is Tineke van Oosten-Snoek (64), net gestopt met haar baan als landschapsarchitect. De welbespraakte dame omschrijft zichzelf als een 'actieve, maar zeer teleurgestelde burger.' Ondanks haar vriendelijke uitstraling valt ze in het jargon van Pieter Winsemius, kenner van de verhouding tussen burger en overheid, in de categorie boze burger - nog één negatieve ervaring en ze houdt voorgoed op met haar voortdurende inspanning haar leefomgeving te verbeteren, en zich in te zetten om andere Rotterdammers vooruit te helpen. Hoe gemotiveerd ze ook is, dan wendt ze het lokaal bestuur de rug toe.

Van Oosten en haar man wonen in Rotterdam, in Hillegersberg om precies te zijn, een welvarende buurt in het noorden van de stad. Om de hoek van hun lichte, ruime woning staat het oude raadhuis, en daar ligt haar eerste, teleurstellende ervaring met de deelgemeente.

Hillegersberg had zijn oog laten vallen op de oude tuin van de villa. Die wilde het opofferen voor een grote uitbreiding. Van Oosten: "Wij en een groepje andere bewoners vonden dat kantoor daar geen goed idee, zeker niet omdat de deelgemeente toch opgeheven zou worden. We zagen andere mogelijkheden, maar de vroegere voorzitter van de deelraad wilde niet eens met ons praten. 'See you in court', zei hij, we zien jullie wel bij de rechter."

De rechtbank gaf de bewoners gelijk, maar Van Oosten bleef met een enorme kater achter. "We waren zo teleurgesteld, we voelden ons in de kou gezet. We kregen onze zin, maar waarom kon dat niet in overleg?"

In een brief aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam noemt Van Oosten vier andere voorbeelden waar zij en anderen bij de gemeente tegen een muur opliepen met hun voorstellen en initiatieven. Ze wilden Hillegersberg aanwijzen als beschermd stadsgezicht, de burgers een stem geven bij de herinrichting van de straten in de wijk, ze benaderden de gemeente bij de aanpak van paalrot bij de fundering van de huizen. Allemaal tevergeefs. Ook een project van Van Oostens serviceclub om hoogopgeleide allochtone vrouwen te helpen, strandde in het stadhuis (zie kader).

De rode draad is onwil, of desinteresse, analyseert Van Oosten, die in haar werk wel positieve ervaringen heeft met gemeenten, vooral kleine. Maar ze merkte dat een idee in Rotterdam zelfs als de gemeente eerst enthousiast is, alsnog op niks kan uitlopen. Niemand voelt zich verantwoordelijk om er echt iets van te maken, zegt Van Oosten, en ze heeft de indruk dat ambtenaren ook nogal eens moeten wennen aan burgers die zelf met ideeën komen.

Haar conclusie: "Ik denk dat de initiatieven zijn gestrand, omdat ze van burgers zelf zijn, en niet door de overheid georganiseerde burgerparticipatie. Het is het makkelijkste voor de overheid om iets te organiseren voor burgers, als ze die nodig heeft. Dat is top-down, dat gaat nog wel. Maar het is veel moeilijker als burgers zelf iets willen en zelf iets vragen. Dan moet je van heel goeden huize komen om iets voor elkaar te krijgen."

Net op de dag dat ze de brief met haar ervaringen met het lokaal bestuur wilde versturen, las ze in Trouw de oproep aan gemeenteraadsleden van drie raadsgriffiers - onder wie die van haar eigen Rotterdam - om de luiken open te zetten voor de mensen die ze vertegenwoordigen, naar ze te luisteren, om het stadhuis om te bouwen tot een plek waar burgers en bestuur samen werken aan een betere stad. "Recht uit mijn hart steun ik uw oproep", schreef ze de Rotterdamse griffier Jaap Paans. "Dit verhaal is uiterst herkenbaar."

Ze vroeg hem haar brief voor te leggen aan alle raadsleden, en aan alle leden van het college. "Ik hoop niet dat dit wordt 'afgedaan", waarschuwde ze. Tot op heden heeft ze slechts bevestiging dat de brief is binnengekomen, en dat die op de lijst van ingekomen stukken komt te staan. Paans belooft binnen de termijn van zes weken te antwoorden.

"Ik ben nog niet zo hard dat ik zeg dat het niks wordt met de burgerparticipatie", zegt de Rotterdamse. "Maar als ik nu zie hoe die brief helemaal niet wordt opgepikt, heb ik er weinig fiducie in dat er echt iets gaat veranderen."

In recente studies van het ene na het andere adviesorgaan van de overheid, wordt aanbevolen ruimte te maken voor die burgers die zich willen inzetten voor elkaar en voor hun maatschappelijke omgeving. Dat past in een moderne samenleving, waarin burgers hoogopgeleid en deskundig zijn. En de inzet van burgers wordt noodzakelijk nu de verzorgingsstaat en de markt geen ideale oplossing blijken te zijn voor maatschappelijke problemen. Het vizier is gericht op de mensen zelf, op hun mogelijkheden de samenleving zelf vorm te geven.

Van Oosten heeft er een hard hoofd in. Nog niet zo lang geleden was ze bij een debat over het opheffen van de deelgemeenten. Het was hartstikke leuk georganiseerd, daar niet van, maar inhoudelijk hoorde ze alleen een 'technisch-bestuurlijk verhaal'. "Het ging helemaal niet om wat dit nu betekent voor de burger. Ze denken er helemaal niet aan! Er waren allemaal mensen die gewend zijn hun mondje open te doen. Het unanieme gevoel was, dat je oploopt tegen een muur als je in contact wil komen met de lokale overheid."

Van Oosten: "Organisaties zijn in wezen navelstaarders, ze zijn vooral met zichzelf bezig, ook de raden en colleges. Als je wilt dat de burger meer doet, moet de instelling heel anders worden. Initiatieven van burgers verdwijnen in de prullenbak. Nu de overheid geen geld heeft, moeten de burgers opdraven. Ik denk dat mensen die al veel hebben gedaan, zeggen: nou, zo werkt dat niet."

Deze initiatieven van haarzelf en andere Rotterdammers zag Tineke van Oosten stranden

Project voor allochtone vrouwen

Serviceclub voor vrouwen Zonta begeleidde veertien hoogopgeleide vrouwen bij het zoeken van werk of een weg in de samenleving. Zonta presenteerde de resultaten aan wethouder Kriens. Andere serviceclubs wilden meedoen, en de gemeente zou uitzoeken of er een meldpunt voor hoogopgeleide allochtone vrouwen zou kunnen komen. Dat is niet gebeurd. "Het project is in ambtelijke organisatie gestrand, is niet door Kriens bewaakt en was door de initiatiefnemers niet meer tot leven te wekken", schrijft Van Oosten.

Burgerinitiatief

Drie verenigingen uit Hillegersberg kwamen met 800 handtekeningen bij de raad. Ze wilden van Oud-Hillegersberg een beschermd stadsgezicht maken. De raad nam het voorstel aan en schoof de uitvoering door naar het college. De verenigingen herinnerden de raad geregeld aan zijn belofte, maar vernam tien jaar later slechts van wethouder Karakus dat hij naar de herziening van het bestemmingsplan zou kijken. Van Oosten: "Van burgerparticipatie komt zelfs bij een unaniem aanvaard burgerinitiatief, door bestuurlijke onwil (?), niets terecht."

Herinrichting straten

Bewonersorganisatie Oud-Hillegersberg overlegde met de deelgemeente over bomen in de straten, verkeersremmende maatregelen en parkeerplaatsen. Er is overeenstemming bereikt, ook al had de ambtenaar vooraf gezegd niets te voelen voor inspraak van burgers over al deze onderwerpen. Gemeentewerken wordt volgens Van Oosten niet ingelicht en maakt een eigen plan, daarbij de wensen van de bewoners negerend. Het plan van gemeentewerken wordt uitgevoerd. "Voor de bewoners is dit een van de bewijzen dat in elk geval deze deelgemeente burgerparticipatie weet te voorkomen", zegt Van Oosten, wier man jarenlang voorzitter was van de bewonersvereniging. Hij is voorgoed afgehaakt.

Paalrot

De woningen in Hillegersberg worden bedreigd door paalrot, omdat het grondwater er te hoog staat. De gemeente voelt zich niet verantwoordelijk voor het probleem. De commissie grondwater doet onderzoek en ontdekt dat het probleem wordt verergerd door slechte riolering. De commissie vraagt prioriteit voor het vervangen van oude riolering in kwetsbare gebieden. De gemeente voelt de noodzaak niet. "Weer een goed onderbouwd initiatief van burgers de grond in geboord door bestuurlijke onwil", schrijft Van Oosten.

Reactie van het college van b. en w.

"We kennen mevrouw Van Oosten", zegt woordvoerder Maarten Molenbeek. "We hebben regelmatig contact gehad en haar klachten worden zeker gehoord. De mailbox zit vol met brieven van haar. Die worden allemaal gelezen door ambtenaren, en in behandeling genomen. Waar nodig stuurt de wethouder een reactie. Er wordt naar haar geluisterd, maar we kunnen niet alles uitvoeren wat zij wil. Ze is een betrokken burger, ze heeft allerlei ideeën en er wordt met haar gesproken. Van Oosten is niet de enige die veel brieven stuurt. We hebben enkele tientallen notoire klagers, mensen die heel hardnekkig zijn en veel van zich laten horen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden