Review

Een botsing van twee culturen

’Nog steeds weet de zogenaamde elite weinig van prachtige wetenschappelijke inzichten.’ Volgens de Belgische filosoof en wiskundige Jean Paul Van Bendegem bestaat er al vijftig jaar lang een kloof tussen exacte wetenschappers en geletterden. En die kloof staat de mondige burger in de weg.

Het zou een hel zijn om bij France Télécom te werken. Het zou zelfs zo erg zijn dat er een heuse zelfmoordgolf gaande is. En de getallen zijn niet mis. Bij het Franse bedrijf benamen afgelopen 19 maanden al 24 mensen zich het leven.

Stress is de oorzaak, zeggen de vakbonden. De vroegere Franse PTT kende reorganisatie op reorganisatie en de werkdruk is nu zo hoog dat een groeiend aantal werknemers nog maar één uitweg ziet.

Maar wat blijkt nu, na maanden onrust?

Een statisticus van het Franse bureau voor de statistiek keek eens goed naar de getallen. In Frankrijk maakten in 2007 op elke 100.000 inwoners er 19,6 een einde aan hun leven. Bij France Télécom, waar 100.000 mensen werken, waren dat er 15 in twaalf maanden tijd. Conclusie: het aantal zelfmoorden bij France Télécom ligt lager dan het Franse gemiddelde.

Volgens de Belgische wiskundige en hoogleraar wetenschapsfilosofie Jean Paul Van Bendegem is deze onrust nu een typisch voorbeeld van een botsing van twee culturen. „En nu bedoel ik niet de botsing tussen de westerse cultuur en bijvoorbeeld de islam, maar een strijd tussen wetenschappers en de dragers van de cultuur.”

In zijn onlangs week verschenen essay ’Hamlet en entropie. De twee culturen, een halve eeuw later’, gaat Van Bendegem uitvoerig in op de kloof tussen deze twee culturen.

„Die kloof is niet nieuw”, zegt Van Bendegem. „Ze zal waarschijnlijk al heel lang bestaan, maar is meesterlijk verwoord door de Engelse schrijver Charles Percy Snow (1905-1980).” (zie kader)

Precies vijftig jaar geleden hield Snow in Cambridge een lezing onder de titel ’The two cultures’. Kort samengevat: aan de ene kant had je de ’geletterden’, en aan de andere kant de wetenschappers. De geletterden zijn de dragers van de cultuur, die je aan de universiteit vindt, maar ook daarbuiten. Onder de wetenschappers verstond Snow de zogeheten exacte wetenschappen, waaronder natuurkunde, scheikunde en biologie.

Van Bendegem: „Snow vermeldt wiskunde niet apart, omdat zonder haar de andere exacte wetenschappen toch niks kunnen beginnen. Het gros van deze wetenschappers is niet bijster geïnteresseerd in de cultuur van de ’geletterden’, waardoor die dan weer meteen de wetenschappers brandmerken als cultuurbarbaren.”

Je hoeft maar even rond te kijken om te zien dat deze kloof nog steeds bestaat. Schrijf op een feestje het citaat ’To be or not to be: that is the question’ toe aan John Dickens, en de aanwezigen schieten in de lach. Maar vraag aan de lachers of zij weten wat de irrationaliteit van de vierkantswortel van twee betekent, en de meesten halen de schouders op. Van Bendegem: „Naar mijn idee hoort dat net zo goed tot ons culturele erfgoed als het citaat van Shakespeare.”

In zijn essay stelt Van Bendegem dat de kloof afgelopen halve eeuw alleen nog maar dieper is geworden. „Nog steeds weet de zogenaamde elite weinig van prachtige wetenschappelijke inzichten. En zij hebben ook het idee dat de wetenschap niet echt iets over het wezen van de mens vertelt, zoals literatuur dat wel doet. Wat de beeldhouwer vóór de steen denkt – daarover zou de wetenschapper niets kunnen zeggen.

Einstein heeft eens gezegd: logica voert je van A naar B, maar de verbeelding voert je overal naartoe. Voor veel vertegenwoordigers van de algemene cultuur is deze uitspraak uit het hart gegrepen. Voor mij is het een van Einsteins minder geslaagde gedachten, want als A en B nu eens overal kunnen liggen, brengt logica je, net als de verbeelding, ook overal.

Aan de andere kant van de kloof staan de exacte wetenschappers. Nog veel sterker dan in de tijd van Snow hebben zij zich afgekeerd van de culturele elite, die er volgens de meeste exacte wetenschappers totaal niet meer toe doet.”

Toch is er volgens Van Bendegem in onze tijd iets veranderd aan de strijd tussen de twee culturen. „Bij de kloof die Snow beschrijft, zijn tegenwoordig drie partijen betrokken: de zich steeds verder specialiserende wetenschapper, de cultuurdrager die nog net zo weinig op heeft met de exacte wetenschap als vroeger én de zogenaamde leek – een ergerniswekkende term voor de gewone mens die wij allemaal zijn op talloze gebieden. Die drie groepen weten niet met elkaar te communiceren.

„We hebben ons in België de afgelopen tijd beziggehouden met de Oosterweel-verbinding. Dat is een gigantisch bouwproject, waarvan het opvallendste deel een enorme brug is, nu al de Lange Wapper genoemd. Via een referendum heeft de meerderheid van de inwoners zich uitgesproken tegen de aanleg van die Oosterweel-verbinding.

„Zo’n referendum gaat natuurlijk gepaard met discussie. Daaraan doen ook allerlei wetenschappers mee, die een schat aan cijfermateriaal aandragen. Maar wordt hun gevraagd zich uit te spreken voor of tegen de Lange Wapper, dan hullen ze zich vaak in stilzwijgen: ’Daar kan ik geen uitspraak over doen, dat is aan de politiek.’ Maar hoe kan de politiek, die bestaat uit bestuurders die van deze materie eigenlijk geen verstand hebben, zich uitspreken over de aanleg van een tunnel als de kenners het niet durven?”

Maar ook als wetenschappers zich wel durven uitspreken, duiken ze, volgens Van Bendegem, in de kloof. „Veel van mijn collega’s hebben, helaas, uitstekende argumenten om nu stante pede stevige maatregelen te nemen om het broeikaseffect aan te pakken. Maar nadat zij hun schrikbarende cijfers aan politici hebben overhandigd, wenden ze vol ongeloof het hoofd af als hun adviezen niet onmiddellijk worden opgevolgd. Zij hebben een volkomen naïef mensbeeld, weten weinig of niets van politieke werkelijkheid, en denken zich daar ook niet mee bezig te hoeven houden.”

In zijn boek stelt Van Bendegem dat het overbruggen van de kloof zou leiden tot een grotere sociale alertheid bij de bevolking. „We hebben het vaak over de mondige burger. Die burger kan pas werkelijkheid worden als hij een sociaal alert bewustzijn heeft. De discussie rond de werkdruk bij France Télécom krijgt toch meteen een andere dimensie, daarom niet minder gruwelijk, indien ze in een ruimere maatschappelijke context wordt geplaatst. Enige kennis van statistiek is hierbij echt wel nodig.

„Die sociale alertheid leert ons ook veel over het wezen van de mens. Ik neem je even mee naar een treinperron in Brussel. Daar is de roltrap die de passagiers naar boven brengt. Zie je dat het lukt? Hoeveel mensen zich ook verdringen op die roltrap, ze komen erop, en ze komen eraf.

„Heeft u wel eens gekeken hoe ze eraf komen? Om deze vraag te beantwoorden heb je de exacte wetenschappen nodig. Het is namelijk aangetoond dat wachtenden in de rij zich gedragen als korrels in een trechter, die verstopt zit. We schudden, trillen om het ons gemakkelijk te maken, en eerder boven te geraken. We proberen gezamenlijk een probleem op te lossen maar blijven hyperindividueel – als dat geen kenmerk is van de moderne mens... Nu ik dit weet, schud en tril ik ook een beetje extra als ik klem kom te staan op zo’n roltrap. Omdat ik weet dat het helpt.”

Kweken we een sociaal alert bewustzijn door allemaal verplicht wiskunde te beoefenen, misschien zelfs vanaf de lagere school, zodat ook de latere culturele elite een zekere exacte basis heeft? „Nee. Integendeel. Als het gaat om mensen op te voeden, durf ik stellen dat de mens-, cultuur- en maatschappijwetenschappen voorop moeten staan en niet de ’exacte’ wetenschappen.”

Hoe kan een wiskundige dit zeggen? „Een belangrijk kenmerk van de ’humane’ wetenschappen is dat zij ervan uitgaan dat er altijd meerdere theorieën naast elkaar bestaan, die met elkaar in discussie gaan. Zonder het belang van logica en wiskunde te verwaarlozen, laat staan te negeren, moet er ook in de opvoeding ruimte worden gemaakt voor het leren argumenteren, het leren discussiëren, het leren omgaan met verschillende, elkaar tegensprekende meningen, het leren bereiken van een compromis of een andere eindtoestand tot en met het leren van manieren van presenteren, zeg maar retoriek.

„Mijn studenten in het eerste jaar op de universiteit zijn nauwelijks in staat om een argumentatie te analyseren. Dat verwijt ik ze niet, ik stel vast dat ze het simpelweg nooit hebben geleerd. Ze nemen meteen een positie in, één van de twee heeft gelijk en de ander begrijpt er niets van. Vraag dan wat de argumenten zijn en het wordt heel vaak stil.

„Het ideaal van een hogere opvoeding in de Middeleeuwen werd vaak uitgedrukt door middel van het zogeheten trivium en quadrivium. Het eerste pakket omvatte logica (of dialectica), grammatica en retoriek, en het tweede pakket rekenkunde, meetkunde, muziek en astronomie. Wat er mij in de loop van onze westerse geschiedenis lijkt gebeurd te zijn, is dat het volle gewicht is komen te liggen op het quadrivium, terwijl het trivium voor een groot deel uit het zicht verdwenen is.

„Dat betreur ik. De aandacht voor het argumenteren en discussiëren, de aandacht voor de waarde van een argument, de talrijke wijzen en manieren waarop een discussie gevoerd kan worden, zijn essentiële ingrediënten in een samenleving die pretendeert door overleg tot beslissingen te komen die worden gedragen door een meerderheid – met andere woorden, waarin een meerderheid zich kan herkennen. Zo krijgen we mondige burgers, burgers met een sociaal alert bewustzijn, die zich niet tot een van de twee culturen laten veroordelen, en zich niet in een kloof laten duwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden