Een Boekenweek met Leon de Winter

Leon de Winter is moe. Al vijf dagen reist hij met een busje van zijn uitgever, de Bezige Bij, door het land om scholen, buurthuizen, bibliotheken en boekwinkels te bezoeken. Drie optredens per dag. Van 's ochtends acht tot 's avonds elf, soms twaalf uur. Van Middelburg tot Deventer, van Haarlem tot Hengelo. Het was deze week Boekenweek en dus moesten de Nederlandse auteurs het land in. Om te spreken voor publiek, hun gezicht te laten zien en om goodwill te kweken voor het Nederlandse boek.

Vorige week werd het De Winter even te veel. In Zeeland stortte hij in en eindigde met griep in bed. Na een rustdag was hij alweer op de been om de volgende ochtend aanwezig te zijn op het Onze Lieve Vrouwe Lyceum te Breda. Vandaag, een dag later, staan Asten, Eindhoven en Oosterhout op het programma. De dag begint vroeg. Om kwart over acht staat de chauffeur met het busje al klaar. Het dashboard beladen met zakken drop. Op de achterbank een fles Spa Blauw. In de achterbak liggen schots en scheef kartonnen dozen met boeken. Met viltstift zijn de titels erop geschreven, 'Hofman's honger' en 'Zoeken naar Eileen W.'. Als een handelsreiziger, dat gevoel overvalt De Winter zelfs soms ook een beetje.

De laatste anderhalf jaar heeft hij bijna geen optredens gedaan. Dit jaar moet hij wel. Vanwege het door hem geschreven Boekenweekgeschenk, 'Serenade', dat in een uitzonderlijk hoge oplage van 876.000 exemplaren is verspreid. Hij voelt zich verplicht. Bovendien balt hij zijn publicitaire activiteiten het liefst samen. De Boekenweek is daarvoor bij uitstek geschikt. “Dan ben je er voor de rest van het jaar weer vanaf.” Maar het volgepropte schema valt hem knap tegen. De Winter zucht nog eens diep. Optreden op scholen vindt hij het ergst, zo'n klas met ongeïnteresseerde tieners. “Vreselijk, en altijd diezelfde vragen. Wat bedoelt de schrijver hier mee? Een schrijver moet altijd iets bedoelen.”

Margreet Ruardi van Stichting Schrijvers School Samenleving bemiddelt bij het optreden van schrijvers op scholen, bibliotheken en andere instellingen. Jaarlijks komen zo'n 3400 contacten tot stand. Ruardi weet waar de mensen voor komen. Natuurlijk, in de eerste plaats om de auteur in levenden lijve te ontmoeten, maar het is altijd aardig als daar iets extra's aan toegevoegd wordt. Vorige week had dichter/schrijver Rogi Wieg groot succes met een optreden in Bussum. Hij gaf daar een nummertje op de piano ten beste. Dat vonden de mensen leuk. Na afloop verkocht zijn boek als een trein. “We regisseren de schrijvers niet”, zegt Ruardi, “maar proberen wel zoveel mogelijk gebruik te maken van de talenten die aanwezig zijn. Van Maarten 't Hart is bekend dat hij kerkorgel speelt. Er zijn dan mensen die bellen en zeggen: als 't Hart komt hoeft hij niet te spreken, als hij maar iets op het orgel speelt. Dat gaat ons weer iets te ver. Het moeten geen dansende beren worden, maar het is logisch dat iemand die een beetje leuk overkomt beter verkoopt dan iemand die sacherijnig het podium opstapt.”

12.30 uur. Ruim vier uur en drie files later rijdt het busje met enige vertraging het schoolplein van het Astens Lyceum op. De leraar Nederlands, die het optreden van De Winter voor zijn school heeft verzorgd, staat al te wachten. De leerlingen van 5 atheneum zitten al een half uur op hun stoelen te draaien. “Ik heb ze al wat voorbereid”, zegt de leraar. “We moeten maar kijken hoe het loopt. Ik hoop dat ze niet te bleu zijn om vragen te stellen. Als het een beetje op gang komt, dieselen we gewoon in één keer door.” Het rode winterjack van De Winter gaat uit, de gebreide das gaat af en een keurig colbertje verschijnt. De zonnebril maakt plaats voor een echte bril. De schrijver kan op. Voor een geschilderd achterwandje met Madonna en Michael Jackson neemt De Winter plaats achter het spreekgestoelte. Met een routineus gebaar stelt hij de microfoon bij. Een professionele glimlach trekt over zijn gezicht. De show kan beginnen.

“Natuurlijk is de presentatie van een schrijver heel belangrijk”, zegt ook Henk Kraima van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), die de Boekenweek elk jaar organiseert. “Allereerst moet er een goed boek zijn, maar als dat er is moet je het nog onder de aandacht brengen. De mensen moeten weten dat het er is. De media spelen daarbij een belangrijke rol. Zij bepalen wat wij kunnen en willen. Waarom denk je dat we het Boekenbal organiseren? Om iets voor de schrijvers te doen, maar ook omdat we weten dat we daarmee een heleboel gratis publiciteit genereren. Al die ministers en schrijvers in de zaal, daar komen ze op af. Dit jaar zijn we voor het eerst bij 'Koffietijd' en 'Ontbijt-TV' geweest. Sommigen kijken daar denigrerend tegen aan. Vinden dat dat niet kan. Ik zeg, óók daar zitten potentiële lezers. In het buitenland is het heel normaal dat een schrijver ook in dat soort programma's verschijnt.”Door al die aandacht van de media verschuift het accent wel steeds meer van het boek naar de persoon. “Je kunt daarbij wel spreken van een trend”, geeft Kraima toe. “Het is waar dat bij de presentatie van een nieuw boek de persoon van de schrijver steeds meer in de schijnwerpers komt te staan. Er is een aantal vrouwelijke auteurs bij wie de telegenieke verschijning zeker een belangrijke rol heeft gespeeld. Donna Tart, Connie Palmen, Tessa de Loo. Als iemand dat in zich heeft, zou je als uitgever wel gek zijn om dat niet te gebruiken. Het is flauwekul om te zeggen dat ze het alleen daaraan te danken hebben. Als het geen goed boek is, red je het niet. Het is hier nog niet zoals in Amerika, waar een uitgever een nieuwe auteur aanprijst met 'The blond, long legged author'.”

Dat sommige schrijvers het op die manier beter doen dan anderen, daarvan is Kraima overtuigd. “Adriaan van Dis is een echte televisie-persoonlijkheid. Van een schrijver als Hotz is bekend dat hij nooit op tv verschijnt. Maar die man komt in het dagelijks leven ook nauwelijks buiten de deur.” Toch is regelmatig verschijnen in het openbaar niet doorslaggevend voor succes, meent Kraima. “Kijk naar Mulisch of Hermans, die hebben al lang geen zin meer om steeds weer op te draven. Toch doen hun boeken het nog steeds heel goed. Critici zeggen dat het steeds meer op een circus begint te lijken. Vijftig schrijvers op een rij om te signeren in de Bijenkorf. Ik vind dat dat wel meevalt. Uiteindelijk is dat maar zo'n klein percentage van de totale verkoop.”

Over het algemeen is het in Nederland slecht gesteld met de publiciteit rond het boek, vindt De Winter. “Als er een nieuw boek van mij uitkomt is er de gebruikelijke ronde langs de recensenten, daarna ga je zitten wachten bij de telefoon of er nog iemand belt. Prometheus heeft dat destijds goed aangepakt met Connie Palmen. Die hebben ze echt gelanceerd.” Heel wat anders dan bij de film, waar De Winter ook ervaring mee heeft. “Ik heb wel eens een persmapje gemaakt bij een boek en dat meegestuurd. Dat werkte precies averechts. Carel Peeters van Vrij Nederland viel daar vreselijk over. Als je zo'n persmapje nodig hebt, nou dan zal dat boek wel niet veel zijn, was de reactie. Vreselijk dom natuurlijk, dat zo'n man daar niet doorheen kan kijken. In Nederland is zoiets blijkbaar not done.”

Over het algemeen vindt De Winter de rol van recensenten vreselijk overschat. “Mensen denken dat het mooiste wat je kunt hebben als schrijver een recensie in een van de kwaliteitsbladen is. Dat is de vertekende blik van de randstad. Mensen vergeten dat een bespreking van Hans Warren in de GPD-bladen veel belangrijker is. Dat gaat met een oplage van meer dan een miljoen het hele land door. En dan gaat het er nog niet eens om wat ze schrijven, als er maar een foto bij staat. Ik heb liever een mooie kleurenfoto in de regionale bladen, dan een goede recensie in de Volkskrant.”

Ook Kraima vindt de arrogantie van sommige recensenten onterecht. “Kijk alleen maar hoe ze op die AKO-uitreiking bij Sonja op de tv hebben gereageerd. Niet dat dat zo'n goed programma was, maar wat er vooral uit sprak was: zij mag dat niet doen, dat is òns terrein. Het probleem is dat je boeken op die manier in een ivoren toren plaatst. Eerst bouwen ze een kasteel met hele dikke muren en vervolgens zijn ze verbaasd dat mensen dat kasteel niet binnengaan. Wij zijn niet alleen voor de promotie van literatuur, maar voor de promotie van het algemene boek. Het wordt tijd dat we dat eens uit die ivoren toren halen.”

Televisie is belangrijk, maar heeft alleen zin als er ook echt een goed iemand tegenover je zit, vindt De Winter. “Sonja is altijd okay. Deze keer moest ik helaas afzeggen, het werd me allemaal te veel, maar één keer Sonja en je hebt alles gehad. Wel zat ik vorige week bij Aad van den Heuvel, maar dat programma zet weinig zoden aan de dijk. Bij Michaël Zeeman zou ik überhaupt nooit aan tafel gaan zitten. En Van Dis, dat was natuurlijk heel belangrijk, de enige in Nederland die dat ook echt heel goed kan.”

Kraima: “Het schema van De Winter is niet representatief voor een doorsnee Boekenweektoernee. Zo'n druk programma is nooit eerder vertoond. Leon is zich heel bewust van publiciteit, begrijpt dat hij daar zelf ook baat bij heeft. Ik vind dat heel professioneel.”

15.00 uur. Aankomst bij boekhandel Van Piere in Eindhoven. In een hoek, onder een foto waarop De Winter melancholiek uit zijn donkere ogen kijkt, is een opstellinkje gemaakt. Een tafel met een boeket roze tulpen. Een rijtje van een man of tien staat al geduldig te wachten. De Winter haalt zijn Parkerpen tevoorschijn. “Kunt u erbij schrijven: voor een lieve eindexamenkandidaat?”, vraagt een mevrouw. “Uw dochter?” “Ja, Sabrina, genoemd naar die film met Audrey Hepburn. Mooi boekje trouwens, wat u geschreven hebt. Ik heb niet veel tijd om boeken te lezen, maar dit was gelukkig nogal dun.” Sommigen vragen om speciale opdrachten, anderen schuiven zonder een woord te zeggen de boekjes onder De Winters neus. Een man zet een grote boodschappentas op tafel. Uit de tas komt een hele stapel De Winters. “Allemaal eerste druk”, zegt hij trots. “Ik ben een echte fan van u, helemaal vanuit België hier naartoe gekomen.” Een meisje met lang blond haar blijft nog wat om de tafel heen dralen. Haar moeder heeft zojuist stiekem een foto van haar en De Winter gemaakt. “Ik heb voor school iets over u geschreven. Wilt u het lezen? En hier heb ik een artikel uit Elsevier. Daarin wordt u helemaal afgekraakt, stom hè?” De Winter blijft professioneel glimlachen. Tegen half vijf, als de grootste stroom is verwerkt, taait hij af. Zo is het wel genoeg geweest, bijna honderd handtekeningen gezet. En het is nog maar halverwege de dag. Als hij over een uur vertrekt is hij nog net op tijd om tegen achten in Oosterhout te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden