Essay

Een boek schrijven over het klimaatprobleem, dat is nog niet zo makkelijk

Bij hoge temperaturen ontstaat blauwalg in veel meren, zo ook hier in het Uitgeestermeer Beeld Hollandse Hoogte / Marco van Middelkoop
Bij hoge temperaturen ontstaat blauwalg in veel meren, zo ook hier in het UitgeestermeerBeeld Hollandse Hoogte / Marco van Middelkoop

Moeten schrijvers lezers bewust maken van het klimaatprobleem? Jan-Willem Anker wil dat best, maar vindt het lastig.

In 2009 volgde ik op een zonnige lentedag samen met een groep jonge kunstenaars een lezing aan het Potsdam Institut für Klimafolgenforschung. Het gerenommeerde onderzoekscentrum, het grootste van Europa op het gebied van klimaatonderzoek, bevond zich op wandelafstand van het station van de S-Bahn. In een imposante negentiende-eeuwse koepelzaal werden we welkom geheten door een sociaal-geograaf. Hij droeg een pilotenbril, waarvoor hij zich verontschuldigde. Hij droeg de bril omdat hij sinds een paar dagen last had van een oogontsteking.

De toon van zijn lezing over klimaatopwarming was luchtig, de inhoud loodzwaar. De toekomstscenario’s waarop we getrakteerd werden waren louter gitzwart. De ene tabel was nog verontrustender dan de andere. De pilotenbril, het vals-vrolijke toontje en de buitengewoon lichte koepelzaal die een en al beschaving ademde, gaven het hele schouwspel iets sinisters. Op veilige afstand van het eind van de wereld werd een jonge artistieke elite bijgelicht.

Wat me nog het meeste is bijgebleven aan de lezing was de verrassend ernstige slotopdracht die wij als filmmakers, kunstenaars, musici en schrijvers meekregen: omdat de nood steeds hoger werd, was het onze morele plicht bij te dragen aan de bewustwording van de gevolgen van klimaatverandering. Een voorwaarde werd ons wel gesteld: we moesten wegblijven van ramp- en doemscenario’s zoals in de film ‘The Day After Tomorrow’ (2004). Een verhaal waarin de hele wereld naar de ratsmodee gaat, zou de zaak niet helpen.

Spektakeldystopie

De gedachte hierachter was dat zo’n spektakeldystopie hooguit een nogal vluchtige catharsis teweegbrengt. Sensibilisering, bewustwording en gedragsverandering blijven uit. De wereld buiten de bioscoop ziet er na afloop van de film nog steeds (bedrieglijk) alledaags en vertrouwd uit, zonder vloedgolven en orkanen van de vijfde categorie.

Jan-Willem Anker. Beeld
Jan-Willem Anker.

In de jaren die erop volgden heb ik veel nagedacht over de vraag hoe klimaatliteratuur van mijn hand eruit zou kunnen zien. Met elk warmterecord dat verbroken werd, voelde ik de noodzaak des te heviger. Ik vond het vreselijk moeilijk. In Nederland waren er ook nauwelijks voorbeelden te vinden. Uiteraard is er wel klimaatfictie, ook wel cli-fi genoemd, maar die is vooral Engelstalig.

De enige Nederlandse romans die ik zou kunnen noemen zijn van zeer recente datum: ‘Het tegenovergestelde van een mens’, het prozadebuut (2017) van Lieke Marsman; en ‘Onder het ijs’ (2018), het debuut van Ellen de Bruin. Wie met een klimaatbril op de Nederlandse literatuur beschouwt, moet wel concluderen dat het gros van de Nederlandse romans volkomen irrelevant is. Je gaat van de weeromstuit denken aan het apocriefe citaat van Heinrich Heine: Als er weer een zondvloed losbreekt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar later.

Het duurde tot eind 2015 voor ik de opwarming van het klimaat in een roman begon te verwerken, mijn tweede roman getiteld ‘Vichy’, die in 2017 verschenen is. Maar het is zeer de vraag of ik erin geslaagd ben zoiets als een klimaatroman te maken. Tijdens het schrijven van Vichy heb ik gemerkt dat schrijven over klimaatopwarming erg moeilijk is. Ik zal proberen uit te leggen waarom.

Cli-ficlichés

Allereerst vond ik het belangrijk weg te blijven bij de cli-ficlichés die ik vooral van films kende. Ik wilde recht doen aan de ervaring van iemand die bezig is zijn leven te leiden terwijl klimaatopwarming plaatsvindt. Dat betekende: geen rampen, geen Noordpool, geen toekomstverhaal over een Nederland dat volledig ondergelopen is, geen heroïsch avontuur. Integendeel, mijn roman moest zeer alledaags worden. In mijn opvatting van het leven blijft de menselijke komedie (of tragedie, zo je wilt) zich voltrekken, hoe warm of hoe nat het ook wordt.

‘Vichy’ draait om Elmar, een wat zoekende figuur die zijn Frans wil opvijzelen in Frankrijk om docent te worden op een middelbare school. Maar eigenlijk wil hij nog even de vrijheid vieren van de vrijgezelle man die hij al lang niet meer is. Zijn vriendin is zwanger. Ze staan op het punt een gezin te stichten. Maar als Elmar in Vichy aankomt, zucht de stad onder een ongekende droogte. Dat is trouwens geen verzinsel. Toen ik zelf in 2015 in Vichy was, beleefde Frankrijk zijn droogste zomer sinds 1959.

De droogte verbind ik de hele roman door aan de opwarming van het klimaat. Toch fungeert deze grotendeels als achtergrond.

Hiermee raak ik aan een fundamenteel probleem van klimaatfictie. Schrijvers schrijven eigenlijk altijd over mensen, met hooguit (andere) dieren in een bijrol. En die mensen bevinden zich op een bepaalde plek.

De ruimte vormt doorgaans een achtergrond waartegen de gebeurtenissen zich afspelen. De ‘natuur’, hoe deze zich ook manifesteert, is geen handelende instantie. En het weer is een sfeermaker. Personages worden door hun omgeving gedragen, deze grijpt niet in. Als dit toch gebeurt, dan vinden we dat al snel onnatuurlijk, geforceerd.

Maar bij klimaatverandering gaat de ruimte zelf meespelen! Het podium begint te schommelen: rivieren die overstromen, dijken die doorbreken, branden die grote gebieden in de as leggen. Maar het personifiëren van een rivier lijkt me nog steeds eerder iets voor andere genres zoals fantasy of de parabel.

Lulletje-rozenwater

‘Vichy’ schreef ik als een min of meer realistische vertelling, waarin het weer zich weliswaar liet gelden maar de gevolgen ervan eerder geniepig waren. Zo bezwijkt er een oude man aan de hitte, leidingwater gaat op rantsoen, de rivier zit vol blauwalg en het operagebouw van Vichy brandt deels af doordat het gortdroge park waarin het ligt, vlamvat.

null Beeld

Het probleem is dat die bezwijkende man en het waterrantsoen Elmar vooral ongemak brengen. En de brand wordt geen onderdeel van de plot. Uiteindelijk is het slechts de blauwalg die, als Elmar de Allier inplonst, direct ingrijpt en Elmars Werdegang bespoedigt. Kortom, veel te subtiel en te dubbelzinnig allemaal.

Een ander probleem is humor. Een hoge mate van hilariteit beheerst het leven van Elmar, die ik neerzet als een lulletje-rozenwater. Ook hiermee blijf ik weg van het cli-figenre dat naar zijn aard nogal waarschuwend is en aansluit bij de verontrustende berichtgeving waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Wat ik niet wilde was een indirect leerstuk, met als subtekst: ‘Beter je leven, lezer, anders loopt het verkeerd met ons af!’

Cli-fi lijkt vaak helemaal nergens op. De beschaving zoals we die kennen zieltoogt, het is de post-apocalyptische toestand waarin wij Nederlanders, als we een blik uit het raam werpen, zo overduidelijk niet zitten. Veel van wat Elmar bedreigt, loopt dus met een sisser af. Lachen met klimaatverandering? Liever dat dan vermanende vingers en onheilstijdingen.

De alledaagsheid waarover ik eerder sprak, leverde tot slot nog een ander struikelblok op. Zij weerstaat nogal krachtig de vernauwing die een roman soms nodig heeft om ergens de aandacht op te vestigen. Om dat te begrijpen hoef je alleen maar te denken aan wat in een roman allemaal niet gezegd wordt. Elke zin is een aandachtsrichter. Wie is de hele dag met klimaatopwarming bezig? Zelfs een klimaatwetenschapper neemt niet elke dag zijn werk mee naar huis. Je zou er mal van worden.

In dit opzicht biedt mijn roman een schoolvoorbeeld van cognitieve dissonantie bij klimaatverandering: je weet ervan, je bent je er bewust van, maar je doet zoveel mogelijk alsof er niks aan de hand is. Makkelijk zat. Onze dagen zijn samengesteld uit van alles en nog wat: praktische bezigheden, nutteloze handelingen, gedachten, twijfels, verlangens en fantasieën. Hieraan heb ik behoorlijk veel taal gewijd in ‘Vichy’. Dat leidt natuurlijk vreselijk af. Had ik mijn Elmar dan niet toch klimaatwetenschap als hobby moeten geven? Maar klimaatopwarming treft iedereen, evengoed als je niet deskundig bent of als je er niets van wilt weten.

Non-fictie

Is klimaat dan toch niet een beter onderwerp voor non-fictie? Die vraag stellen is eigenlijk vragen waarom je überhaupt ergens fictie over zou willen schrijven. Grof gezegd tast non-fictie het bestaande af en is fictie een verbeelding van mogelijkheden. Een klimaatroman heeft dus wel degelijk veel te bieden. Essayist Fiep van Bodegom beweerde vorig jaar dat zo’n roman een verlangen moet opwekken dat ‘op een of andere manier met het voortbestaan van de wereld’ samenvalt. Ik vind dat een mooie gedachte, het verlangen zet de dystopie buiten spel.

Maar welke wereld moet voortbestaan? De huidige is nauwelijks denkbaar zonder de kapitalistische doodloperij waarmee we dagelijks worden geconfronteerd, een wereld waarin elke dag onze economie niet rigoureus wordt hervormd.

Klimaatopwarming is een crisis die zich in allerlei gedaanten en gradaties laat voelen: ecologisch, cultureel, economisch, politiek en sociaal. Zij valt dus ook als een literaire crisis op te vatten waar vroeg of laat elke auteur zich toe moet verhouden, zonder te vervallen in ontkenning, scepsis of de bovengenoemde cognitieve dissonantie. De ideale klimaatroman bevat denk ik een ecologisch richtpunt, een horizon waarbinnen voorheen ongedachte mogelijkheden zichtbaar worden. Houdingen die voorbij gaan aan defaitisme, spot, melancholie en nostalgie.

Hoe kun je conflicten laten zien? Wie zijn wij en wie willen wij zijn terwijl onze wereld ingrijpend verandert? Dat zijn allemaal vragen die we met behulp van de literatuur zouden kunnen beantwoorden, al was het maar voor een deel.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Tips voor klimaatromanauteurs

Tot slot: aan welke voorwaarden dient zo’n roman te voldoen? Ik begeef me hier op glad ijs (een uitdrukking die over vijftig jaar niemand meer bezigt), maar ik geef potentiële klimaatromanauteurs graag de volgende wenken:

1 Laat je roman niet op de Noord- of Zuidpool afspelen, tenzij ijsberen, poolvossen of pinguïns de belangrijkste personages zijn. Of het landschap zelf.

2 Lees ter inspiratie ‘Het vogelhuis’ van Eva Meijer, ‘De duimsprong’ van Miek Zwamborn of ‘Vis’ van Anton Valens. Dat zijn literair hoogstaande verhalen die blijk geven van het besef dat de mens niet het centrum van het universum is.

3 Je roman hoeft geen verstokte klimaatontkenners te bekeren. Je hoeft zelfs helemaal niemand te bekeren. Stel je bijvoorbeeld voor wat er gebeurt als in Nederland de drinkwatervoorziening wordt geprivatiseerd en er na drie droge zomers op rij problemen ontstaan.

4 Zonder meteen sci-fi of fantasy te gaan schrijven kan je klimaatroman aan kracht winnen als je uit andere verhaaltradities durft te putten. Leestip: ‘The Word for World is Forest’ van Ursula K. Le Guin, eco-feministische anti-oorlogs-sciencefiction uit de jaren zeventig.

5 Strijd kan een belangrijk deel van een klimaatroman zijn, met aandacht voor al het leven dat door de opwarming vertrapt dreigt te worden en ruimte voor wie zich verzet tegen de vernietiging van leefgemeenschappen en ecosystemen.

Jan-Willem Anker (1978) is dichter en romancier. Zijn debuut ‘Inzinkingen’ (2005) werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs. ‘Vichy’ (2017) is zijn laatste roman. Binnenkort verschijnt ‘Dichter na je veertigste’.

Lees ook:

‘Eerste hulp bij klimaatverandering’ gaat het klimaatprobleem met lol te lijf

Het nieuwe boek ‘Eerste hulp bij klimaatverandering’ staat vol grappen. Dat zal lezers eerder aansporen tot duurzaam handelen dan weer een doemverhaal, zegt auteur en tekenaar Anabella Meijer. “Het klimaatprobleem geeft stress en angst. Humor kan dat doorbreken.”

Lost God het klimaatprobleem op?

God beloofde dat er nooit meer een zondvloed zou komen. Maar is vertrouwen in een hogere macht voldoende om de wereld te redden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden