Een Boeing in een Breughel (Retourtje Nepal 11)

Het is wel weer even wennen, als provinciaal op je fietsje door het drukke verkeer van de grote stad Kathmandu crossen. Af en toe is het er zo'n chaos dat je maar het beste net doet of je ook een heilige koe bent - in ongenaakbare superioriteit steek je domweg over; ze rijden wel om je heen, en je hoeft hier niet bang te zijn dat iemand je voor rund uitscheldt.

Kraampjes en winkeltjes met vruchten, aardewerk, sari's, sieraden. Op een plank liggen wat geitekoppen. Liever gezegd, ze liggen niet op die plank, ze staan erop, zo dat je de neiging voelt even onder die plank te kijken waar de rest van het beest zit. Maar nee hoor, die geiten zijn voorgoed uitgemolken.

Onwillekeurig moet je even aan het kleine meisje denken, dat zonder met de ogen te knipperen over een tempelplein vol geite- en buffelkoppen moet lopen voordat ze als Living Goddess kan worden gekroond en in ginds paleisje haar intrek mag nemen. Ze luistert naar de naam Kumari, in haar is de godin Taleju geincarneerd. Dat wil zeggen, tot haar eerste menstruatie, want dat is het teken dat Taleju nu in een ander klein meisje gestalte heeft aangenomen. In wie? Het moet natuurlijk een mooi meisje zijn, gaaf van lijf en leden. Koelbloedig moet ze zijn en onbevreesd. Haar horoscoop moet bovendien in harmonie zijn met die des konings.

De Levende Godin, ze heeft een prachtig paleisje in het hart van Kathmandu, waar ze in volstrekte isolatie leeft. Dienaressen maken haar prachtig op en kleden haar in de meest beeldige gewaden. Priesters branden wierook rondom haar troon, brengen hun offergaven, prevelen hun gebeden. Slechts eenmaal 's jaars mag de Kumari haar heiligdom verlaten. In een plechtige processie wordt zij dan rondgedragen, waarbij er nauwlettend op wordt toegezien dat haar voetjes niet in aanraking komen met de onreine grond. Eenmaal 's jaars ook ontmoet zij de koning. Dan geeft zij hem de zegen door een tika op zijn vorstelijk voorhoofd aan te brengen. Van tijd tot tijd laat de Kumari zich vanaf een balkonnetje een wijle aan de gelovigen op de binnenplaats zien. Ik ben nog even langs geweest, het is een beeldig plekje. De Kumari heb ik helaas niet gezien, maar haar stem hoorde ik wel, ik ga er tenminste van uit dat ze geen vriendinnetje bij zich had. Ze klonk opgewekt.

Bij de Shiva Parvati-tempel ben ik niet weg te slaan. De god Shiva en zijn gemalin Parvati kijken uit een bovenraam naar beneden. Eerst denk je dat daar twee gewone stervelingen uit het aam staan te koekeloeren, maar dan zie je dat ze niet bewegen en vervolgens begrijp je dat het God is met zijn gemalin. Die twee zijn daar ook niet weg te slaan. Het is echt een roerend stel daarboven, in liefde zien zij op ons stervelingen neer. Een balkonscene die geen einde kent.

Soms denk je dat het angst is die de mensen hier naar hun goden drijft: do ut des, ik breng mijn offers, maar dan reken ik er wel op dat u. . .vul maar in. Maar dan weer zie je de diepe dankbaarheid of stille aanbidding, eerbied. De dagelijkse rituelen, de puja, het is allemal volstrekt geintegreerd in het gewone leven. Mannen met aktentasjes, vrouwen met boodschappentassen, kinderen met schooltassen, ze lopen en passant hun favoriete tempeltje binnen en doen het beeldje van hun liefste god aan, of ze ronden aan stuurboord een heiligdommetje dat ergens midden op straat staat, altijd even de vier wanden ervan beroerend (de pradakshina heet deze rituele rondgang) om daarna hun weg te vervolgen.

Wat gaat er allemaal in deze mensen om? Hoe lang zou je hier moeten wonen om het een beetje te kunnen invoelen en om een beetje te kunnen differentieren tussen magisch denken en belangeloze aanbidding ? En dan is dit alleen nog maar het zichtbare hindoeisme, de volkse variant zeg maar. Dan weet je dus nog niets van de meer abstracte vorm van dit geloof en van de wijsheid van de wijzen.

Een meisje biedt een gouden armband te koop aan. 'Hundred dollar, sir' zegt ze. Ik word een beetje dol van al dat opdringerige volk van bedelaars, gidsen en kooplieden en ik loop zo ferm mogelijk door. Het helpt niets. 'Hundred guilders', roept ze. Waar ze 't precies aan af ziet, weet ik niet, maar slim is ze wel. Nog nooit in mijn leven heb ik de koers overigens zo snel zien zakken.

Een afficheplakker is bezig een levensgroot aanplakbod van de bierbrouwer San Miguel van een nieuwe tekst te voorzien. De door de firma gesponsorde beklimming van de Mount Sagarmatha (Mount Everest) is met succes bekroond, de de eerste vrouw uit Nepal heeft de top bereikt, Pasang Lhamu Sherpa. In 1953 was Edmund Hillary de eerste die 's werelds hoogste top bedwong, samen met sherpa Tenzing. De Japanse Junko Tabei was in 1975 de eerste vrouw ter wereld die de klim volbracht. En nu is er dan eindelijk de eerste Nepalese vrouw die het hoogste bereikt heeft wat een vrouw hier maar bereiken kan! Maar o bitterheid, de vreugde erover in heel het land moest spoedig plaats maken voor diepe rouw, toen bekend werd dat zij tijdens de afdaling was omgekomen. En dus ook diepe rouw bij de bierbrouwer. 'San Miguel pays its respectful homange (helemaal foutloos krijgen ze zo'n tekst hier nooit) to Pasang Lhamu Sherpa and her sad demise. May the Spirit live on forever'. Links op het affiche haar glimlachend gelaat, in het midden de besneeuwde contouren van de Sagarmatha, rechts een fles bier.

Vreemd land. Die vrouw vroor dood in het hooggebergte, terwijl wij nog geen tweehonderd kilometer verderop in het zuidelijke laagland bijna smolten van de tropische hitte.

Ik wil nog zo graag de tempel van Matsyendranath zien in Bungamati, een dorpje 12 kilometer ten zuiden van Kathmandu en ik wil ook een bezoekje brengen aan de er vlakbij gelegen oude leprozerie Khokana.

Maar die tempel, dat lukt niet. Liever gezegd, wel van buiten, niet van binnen. De boeren zijn koortsachtig bezig het koren van het land te halen, het is druilerig weer en er dreigt een plens regen te vallen, en waar ze maar een afdak vinden stouwen ze het koren. Dus ook onder het afdak van de tempel, het hele heiligdom wodt ingepakt, lijkt het wel. Zo brengen wij in Nederland bij overstromingen onze (min of meer ook heilige!) koeien in de kerken op de terpen in veiligheid. Vrouwen die naast de tempel onder een poortje aan het dorsen zijn, moeten lachen als ze zien hoe ik tevergeefs probeer nog de ingang te vinden.

Je kijkt je ogen uit, in het dorp en op de velden. Het maaien, het binden van de schoven, het dorsen, het wannen, het gebeurt allemaal nog met de hand. Tot mijn verbazing zie ik ook nergens een ezeltje, de mannen en vrouwen en kinderen zeulen alle lasten zelf de steile hellingen op.

Een meisje met haar kind in een doek op de rug (ze zijn hier al vroeg moeder en al vroeg oud) zit aan een ingenieus wiel wol te spinnen. Ze zit op de grond. De kleermaker, de zilversmid, de houtsnijder, de tapijtknoper, oude mannen die een pijpje roken, een vrouw die voedt, ze zitten hier allemaal op de grond.

Geen elektriciteit, geen riolering, geen landbouwmachines, alleen mankracht, vrouwkracht, kinderkracht. De smalle straatjes zijn met kleine ronde keien geplaveid, er groeit gras tussen de stenen. Koeien, geiten, honden, kippen en mensen. En hun uitwerpselen.

Honderd jaar geleden moet het er hier precies zo hebben uitgezien en tweehonderd jaar geleden ook. Zo stel je je de middeleeuwen voor. Dit heeft Breughel gezien. Nu begrijp ik ook, hoewel ik deze wereld voor het eerst betreed, dat wonderlijke gevoel van herkenning. Ik ken het van oude schilderijen.

Onwezenlijk, om hier zomaar rond te stappen, ik krijg er maar niet genoeg van. Hoe zou het zijn om hier een jaartje te wonen, op de grond? Toch maar niet.

Ik loop door de velden naar Khokana, aan de andere kant van de rivier. In de verte zie ik de leprozerie al liggen. Die ligt er ideaal: ver van waar de mensen wonen, vlakbij de rivier waar je water kan halen en waar je na je dood kan worden verbrand. In een volstrekt isolement kun je hier leven en steven.

Op de hangbrug over de rivier blijf ik even staan. Rechts Khokana, links Bungamati. Het regent, ik kijk naar de donkere lucht. Komt er nog meer regen? Nee, er verschijnt een Boeing 737. Ik moet lachen. Dit kan helemaal niet, we zitten hier immers in de middeleeuwen! 'Terug, jongens, terug, jullie zijn nog lang niet uitgevonden, we kunnen nog helemaal niet vliegen!'.

Een Boeing in een Breughel, wie heeft er ooit zoiets gezien ?

(slot volgt)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden