Een blond, dromerig jongetje

Drie jaar geleden stierf mijn broertje. We bezochten zijn graf. Het was zijn verjaardag. 55 zou hij zijn geworden. Mijn moeder worstelde weer met het terugdringen van haar tranen, ze liggen sinds zijn dood dicht onder de oppervlakte.

83 is ze. En wat vergeetachtig. Maar geheel volgens de theorie van de reminiscentiehobbel, mooi toegelicht door Douwe Draaisma in zijn boek 'De heimweefabriek' duiken scherpe herinneringen op aan haar adolescentenperiode, haar late tienerjaren. De jaren waarin je veel voor het eerst beleeft, belevenissen die bij het ouder worden weer uit je geheugen opdoemen, soms met details die decennia lang vergeten leken.

Ze had een broertje, dat toen het nog heel klein was door de buren 'broertje' werd genoemd. 'Boettie' zei het broertje. En hoewel het broertje eigenlijk Chris heette, noemde iedereen hem Boettie.

Een heel blond, dromerig jongetje. Het was een anderhalf jaar jonger dan mijn moeder.

Zestien was ze, mijn moeder, Boettie moest vijftien worden, op die zevende april van 1944. Vier dagen eerder waren de bevrijders door de stad getrokken, de Canadezen en de Britten.

Hengelo. Er zijn beelden van op YouTube. Hoe de bevolking ze binnenhaalt. Maar het is nog niet gedaan met de oorlog, de pantserwagens rijden soms met hoge snelheid over de met mensen omzoomde straten. Op weg naar Duitsland.

Delen van de legermacht brengen de nacht door in Hengelo, om even bij te komen, te recupereren. Drie Britse soldaten - Canadezen dacht mijn moeder - sliepen op zolder, in haar ouderlijk huis.

En dan volgt dat beeld van die zevende april, in de herinnering van mijn moeder. Een zonnige zaterdagmiddag, vlak voor Pasen. Een uur of drie. Mijn moeder is in de woonkamer, het is een kamer en suite, haar kleine zusje nog in de box. Tegen de schoorsteenmantel staan drie stenguns. Op de mantel liggen hun magazijnen. 'Kamers' zegt mijn moeder. Ze zijn ongeveer zo lang, zegt ze. En smal. Net lineaalhouders. De eerste kogel is een veiligheidskogel. Als je daarna de trekker overhaalt, schiet je de kamer in één keer leeg.

Boettie pakte een van de stenguns, nam een kamer. Liep ermee naar de erker, probeerde de kamer op het geweer te plaatsen. Mijn moeder stond met de rug naar hem toe. Boettie zette het met de kolf op de grond.

Toen volgde een knal. Mijn moeder keerde zich om, zag haar broertje een knie optrekken, en zijwaarts vallen. Het veiligheidsschot was dwars door zijn buik gegaan, de kogel was in het erkerkozijn blijven steken. Boettie droeg een lichte bloes, maar bloed zag ze niet. Haar vader kwam naar beneden gerend.

Boettie overleed op weg naar het ziekenhuis aan inwendige bloedingen.

Ik wist al jaren van haar verongelukte broer. Maar niet van al die details. Die zijn blootgewoeld door de dood van mijn broertje.

Zo stonden we ook even aan Boettie's graf en lazen de steen.

With the very deepest sympathy of 413 Battery Essex Yeomanry.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden