Een blikvanger zonder poeha

Het voorlopig ontwerp voor het Museum voor Moderne Kunst van Amstelveen en de tentoonstelling 'Cobra 1948-1951' zijn t/m 22 februari te zien in museum Aemstelle, Amsterdamseweg 441, Amstelveen. Open ma t/m vr 14-17u, za en zo 13-17u.

Niet bekend

De afspraak om het museum te bouwen is inmiddels zo oud, dat haast is geboden bij de uitvoering. In 1988 maakte de Amstelveense wethouder van cultuur P.H. van den Heuvel de afspraak met zakenman en Cobra-verzamelaar Karel van Stuyvenberg om een deel van diens befaamde collectie Cobra-kunst in bruikleen te geven aan een nieuw te bouwen museum. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam was toen een grote tentoonstelling van zijn collectie te zien. Ongeveer 150 werken daaruit zouden het hart van het Amstelveense Museum voor moderne kunst gaan vormen.

Het museum zelf moet de lokker met nationale uitstraling worden van een nieuw te bouwen cultureel stadshart van Amstelveen. Stadshart, met een hoofdletter, schrijft wethouder Van den Heuvel trots in zijn presentatie. Plannen om op Plein 1960 een cluster van culturele gebouwen neer te zetten, lagen er al langer. Amstelveen mag dan wel vlakbij Amsterdam liggen en daar cultureel op georienteerd zijn, maar in de sterk gegroeide gemeente is behoefte aan een uitbreiding van eigen voorzieningen. Op het gebied van uitgaan is er niet veel te doen en de bibliotheek en de muziekschool barsten uit hun voegen.

Ideale locatie

Plein 1960 was de ideale locatie voor culturele nieuwbouw: hartje centrum en al jarenlang voor een deel leeg. Hier komen horeca en gebouwen voor de bibliotheek, de muziekschool, de kunstuitleen en de Volksuniversiteit, samen begroot op zo'n veertig miljoen gulden. Daarbij komen dan nog de zestien miljoen die voor het museum gerekend zijn.

De keuze voor Wim Quist als architect was niet erg origineel. Terecht stelt de gemeente dat Quist zijn sporen op het gebied van museumarchitectuur verdiend heeft: hij bouwde de uitbreiding van museum Kroller-Muller, verbouwde het Rijksmuseum in Amsterdam en het Museon in Den Haag, hij verzorgde de nieuwbouw van het Maritiem Museum in Rotterdam en maakte een van de vier voorlopige ontwerpen voor de nieuwbouw van het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Aan Quist kun je je bij museumarchitectuur geen buil vallen. Wat hij goed kan, is een gebouw in de bestaande situatie inpassen en toch een eigen karakter geven. Bij het ontwerp voor Amstelveen heeft hij de fraaie locatie tussen een splitsing van twee wegen goed uitgebuit. Als een soort eilandje ligt het museum tussen de groene woonlaan de Keizer Karelweg, het winkelcentrum aan Plein 1960 (Nederlands eerste overdekte winkelcentrum) en de geplande (hoog)bouw van de culturele centra. Het gebouw bestaat uit twee ingenieus in elkaar geschoven, driehoekige 'dozen': een lage met een licht gebogen zijde aan de straatkant en de ander met twee verschillende, hogere niveaus. Het hoogste en het laagste deel zijn met lichtkappen overdekt en dienen als tentoonstellingsruimte; erachter liggen kantoren. In de hoogbouw van de grote driehoek is een ronde binnenplaats verwerkt. Deze ligt voor het grootste deel op het noorden en is volledig omzoomd door glas: een prachtige, interne lichtschacht die de museumzaal open maakt maar intiem houdt.

Quists museum is een goed doordacht ontwerp. Het is opvallend en eigen maar tevens functioneel als overgang van lage woningbouw naar hoge, zakelijke gebouwen: een blikvanger, maar een zonder veel poeha. Voor de glazen ingang, die precies op het kruispunt tussen het hoge en het lage deel ligt, is een vijver gepland, die aansluit bij het groene karakter van de Keizer Karelweg.

Leuk

De bedoeling is om in maart alle plannen definitief op papier te hebben en in oktober met de bouw te starten. Om de Amstelveense bevolking aan Cobra te herinneren, is de presentatie van het ontwerp gecombineerd met een tentoonstelling, die een keuze uit Stuyvenbergs collectie laat zien. Een verrassend mooie en leuke expositie, die veel beter dan in de Nieuwe Kerk laat zien hoe fraai en uniek deze verzameling is. Als het museum van Quist eenzelfde soort intimiteit kan bieden als deze presentatie, zal het wel goedkomen met het bezoekersaantal.

Behalve schilderijen, beelden, kranteknipsels en boeken zijn er een aantal foto's die Henny Riemens, de pas overleden fotografe en echtgenote van Corneille, van de Cobratijd maakte. Ook de schilder Wolvecamp overleed afgelopen jaar. Dat is meteen een extra argument om op te schieten met een Cobra-museum: nu kunnen de meeste leden nog bij de inhoud worden betrokken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden