Een bitter geworden, geniale schilder

Vervalser | Het is een smeuïg onderwerp voor een film: het leven van meestervervalser Han van Meegeren. De geromantiseerde versie draait nu in de bioscopen. De werkelijkheid was pijnlijker.

Het Hertje' van kunstschilder Han van Meegeren was een begrip in vooroorlogs Nederland. Zijn tekeningen van het hert, alleen of met jong, werden in duizenden oplages gedrukt en hingen in tal van huiskamers. Ook Wim van Krimpen (1941), voormalig directeur van de Kunsthal in Rotterdam en het Haags Gemeentemuseum, bezit nog een reproductie van 'zo'n lief hertje van Van Meegeren'. Het is een dierbare jeugdherinnering. Hij kreeg het als sinterklaascadeau van zijn vader. Pa Van Krimpen maakte er ook een gedichtje bij dat zijn zoon nu nog kan opdreunen. Het begint zo: 'Het hertje van Van Meegeren / Helaas het is geen Vermeer'. Van Krimpen kan er nog steeds smakelijk om lachen.

Van Meegeren en Vermeer: hun namen zijn voor altijd met elkaar verbonden. In 1947 werd de kunstenaar van de hertjes ontmaskerd als de meestervervalser van onder meer werken van de zeventiende-eeuwse schilder Johannes Vermeer. Zijn grootste bedrog was het schilderij 'De Emmaüsgangers', dat hij als een vroege Vermeer wist te verkopen aan Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Museumdirecteur Dirk Hannema ging bij de aankoop af op het oordeel van de gezaghebbende kunstcriticus Abraham Bredius, oud-directeur van het Mauritshuis in Den Haag. Dit is kortweg het verhaal waarop de - zwaar geromantiseerde - film 'Een echte Vermeer' (de recensie staat op pagina 13) is gebaseerd. Omwille van een smeuïg verhaal wordt het in de film niet al te nauw genomen met de feiten. "Het is zelfs geen interpretatie van de realiteit", zegt Edwin Buijsen, hoofd collecties van het Mauritshuis. Om één zo'n sappig verzinsel te noemen: er is nooit een liefdesaffaire geweest tussen de vrouw van Bredius en Van Meegeren. Buijsen: "Bredius is nooit getrouwd geweest. Het is algemeen bekend dat hij ook in het geheel niet geïnteresseerd was in vrouwen."

Maar laten we de film verder de film laten. Het werkelijke verhaal van wat te boek staat als de grootste kunstvervalsingszaak in de Nederlandse geschiedenis is al spannend genoeg.

Henricus Antonius van Meegeren wordt op 10 oktober 1889 in Deventer geboren. Hij kan goed schilderen en tekenen, maar zijn vader wil dat hij een echt vak leert. Hij gaat bouwkunde doen in Delft, maar maakt de studie niet af. Wel is een ontwerp van hem bewaard gebleven: het clubhuis van de Delftse roeivereniging DDS. Van Meegeren kiest toch voor het kunstenaarsvak en ontwikkelt zich aanvankelijk tot een succesvolle societyschilder. Ook zijn aandoenlijke Hertjes zijn niet aan te slepen. Het geld stroomt binnen en Van Meegeren leidt een luxueus leven. Dat verandert als kunstcritici zijn werk gaan afkraken. Buijsen: "Zijn schilderijen zijn ook heel pathetisch, dus ik snap wel dat de critici zijn werk gedateerd vonden. Door de negatieve kritieken krijgt hij minder opdrachten en lopen zijn inkomsten terug."

Van Meegeren legt zich er niet bij neer. Hij is overtuigd van zijn talent en wil zich niet weg laten zetten als een onbeduidende schilder. Hij bedenkt hoe hij het beste revanche kan nemen op de kunstcritici. Hij schreef er zelf het volgende over: "Ik geloofde niet aan de onfeilbaarheid van die kunstexperts en zoo rijpte in mij het plan om die beheerschers van den kunsthandel, die mijn schilderijen welke 'Van Meegeren' gesigneerd waren, zo'n beetje in de derde klas rangschikten, op de proef te stellen."

In de jaren twintig komen zijn eerste vervalsingen op de markt, waaronder 'Vergenoegde roker ' en 'Lachende cavalier' van Frans Hals. Er rezen twijfels, ook al stond kunsthistoricus C. Hofstede de Groot in voor de echtheid van Lachende cavalier. Na een onderzoek bleek het schilderij een nieuwe kopie. Dat Van Meegeren de maker was, viel niet te bewijzen. Het was voor hem wel duidelijk dat hij zorgvuldiger te werk moest gaan. In 1932 besluit hij zich verder te specialiseren in dit genre. Volgens Buijsen wordt hij niet alleen door rancune gedreven. "Ook geldgebrek speelt een rol. Hij leeft op grote voet en wil zijn luxe leventje niet opgeven."

Van Meegeren trekt zich terug in een kasteel in Frankrijk, waar hij zich in afzondering verdiept in oude schildertechnieken. Hij slaat zeventiende-eeuwse doeken in waar hij de verf afkrabt. Ook gaat hij zelf verf maken op basis van pigmenten en materialen die schilders in de Gouden Eeuw gebruikten. Na lang experimenteren ontdekt hij dat hij met bakeliet als bindmiddel de verf keihard kan maken, waardoor het werk eeuwenoud lijkt. Om de verf verder uit te harden, stopt hij het doek in de oven. Vervolgens rolt hij het op, zodat er barstjes in de verf ontstaan. Die craquelures vult hij op met zwarte inkt. Na eindeloos oefenen is hij klaar voor het grote werk: vervalsingen van Johannes Vermeer.

Slimme keuze

Waarom kiest hij voor Vermeer? Buijsen: "Dat is juist zo slim, omdat er in die tijd nogal wat discussie is over het werk van Vermeer in zijn jonge jaren. Rond 1900 was uit het niets het schilderij 'Christus in het huis van Martha en Maria' opgedoken. Het zag er niet uit als de gebruikelijke Vermeer, die we vooral kennen van het 'Meisje met de parel', 'De Melkmeid', 'Gezicht op Delft' en 'Het Straatje'. Het had bijvoorbeeld niet zo'n heldere achtergrond. Toch bleek het een echte, maar dan een hele vroege uit de periode dat hij nog onderwerpen uit de Bijbel en de klassieke oudheid schilderde."

De ontdekking leidt ertoe dat ook het schilderij 'Diana en haar nimfen', dat als een werk van Nicolaas Maes door het Mauritshuis was aangekocht, als een Vermeer wordt herkend. Buijsen: "Men ging op zoek naar meer vroege werken van Vermeer, die maar heel weinig doeken had nagelaten. Van Meegeren speelt daar op in. Hij gaat precies dat werk maken waar de kunstwereld naar op zoek is en hij noemt het 'De Emmaüsgangers'. Hij weet ook dat in ieder geval museum Boijmans heel graag een Vermeer wil. Het Mauritshuis had drie Vermeers, het Rijksmuseum vier en Rotterdam wil als derde belangrijke museum van Nederland niet achterblijven."

In 1937 wordt bekend dat er opnieuw een vroeg werk van Vermeer is ontdekt. Bredius bekijkt het doek, twijfelt even maar is vervolgens overtuigd van de echtheid. Dit is dé kans voor Boijmans om ook een Vermeer in huis te halen. Bredius adviseert directeur Hannema om 'De Emmaüsgangers' te kopen voor het voor die tijd hoge bedrag van 540.000 gulden. Ook het Rijksmuseum aast op dit 'meesterwerk' en biedt Hannema zelfs in ruil 'De Liefdesbrief' - wél een echte Vermeer - aan. Maar Boijmans slaat dit af.

Nu zeggen we: Ongelooflijk dat ook gerenommeerde kunstkenners als Bredius en Hannema erin tuinden. Buijsen: "Allereerst moet ik zeggen dat het echt een hele goede vervalsing is. Wat zo knap is dat hij in de geest van Vermeer kruipt en die verstilde sfeer van zijn werk heel raak weet weer te geven. In die tijd hadden ze ook niet de middelen waarmee we nu schilderijen onderzoeken. Bredius moest het vooral van zijn kennersblik hebben, maar hij was al oud en hield niet zo van Vermeer. En Hannema wilde er misschien te graag één." Niet lang daarna duikt er weer een nieuwe 'Vermeer' op en ook een 'Pieter de Hooch'. Het Rijksmuseum koopt ook nog een 'Vermeer' aan. Buijsen: "Wat ook in het voordeel van Van Meegeren werkte was dat het oorlogstijd was. Musea waren bang dat meesterwerken naar Duitsland zouden verdwijnen."

Het valt niet op dat het altijd Van Meegeren is die een oude meester heeft ontdekt, omdat hij tussenpersonen gebruikt die hij royaal betaalt. Zo blijft hij zelf buiten beeld, tot hij in 1943 een fout begaat. Hij verkoopt 'De overspelige vrouw' van Vermeer aan rijksmaarschalk Herman Göring, die kunst rooft en verzamelt voor het museum van Hitler. Na de oorlog ontdekken de geallieerden het doek en het spoor leidt naar Van Meegeren. Hij wordt aangehouden en beschuldigd van collaboratie. De doodstraf dreigt en daarom ziet hij geen andere uitweg dan zijn vervalsingen op te biechten. Voor de zekerheid moet hij in de cel nog een 'Vermeer' schilderen: 'Christus in de tempel'. Als hij die lakmoesproef doorstaat, wordt hij in 1947 veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.

Status als vervalser

De kunstwereld is in shock na de ontmaskering van Van Meegeren. Bredius maakt zijn demasqué als vooraanstaand kunstcriticus niet meer mee; hij is in 1946 overleden. Hannema blijft tot zijn dood volhouden dat 'De Emmaüsgangers' een echte Vermeer is. Van Meegeren kan maar kort genieten van zijn status als meestervervalser: hij sterft eind 1947 aan een hartaanval.

De Hertjes van Van Meegeren zijn allang uit de mode, maar De Emmaüsgangers hangt - als een late triomf - nog altijd in Boijmans. Zijn grootste postume eerbetoon kreeg Van Meeren in 1996. Toen stelde directeur Wim van Krimpen De Kunsthal in Rotterdam open voor een groot overzicht van zijn werk. Na een oproep van tentoonstellingsmaker Wim Pijbes - die later directeur van het Rijksmuseum werd - stroomden de Van Meegerens binnen. Sommige schilderijen waren in slechte staat, omdat musea uit schaamte hun miskoop al jaren in het depot verstopt hadden. Zestien 'zeventiende-eeuwse' schilderijen zaten erbij. En niet te vergeten: tientallen Hertjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden