Een biografie met gaten maakt je ziek

Wie ben ik? Wat is mijn levensverhaal? Volwassenen met een jeugdzorgverleden vinden de antwoorden helaas niet vaak terug in de archieven. Hun dossiers zijn zoek, incompleet of vernietigd.

Jij bent een bastaardkind, jij hebt geen vader, jij bent helemaal niks waard.

Zo klonk het op straat en al gauw ook in het hoofd van Hillie Engelen (68), meer dan zestig jaar lang.

Ze had wel een sterk vermoeden, maar wist niet zeker wie haar vader was. Haar moeder stierf toen Engelen elf was en nam het geheim mee in haar graf.

Het vraagteken over haar afkomst heeft Engelens jeugd gekleurd. "Ik werd gepest", vertelt ze in haar lichte, moderne woning in een Brabantse buitenwijk. Van haar moeder herinnert ze zich kilte. "Ze sloeg nooit een arm om me heen. Ik voelde gewoon dat ik niet welkom was."

Het bastaardschap ontwrichtte op gezette tijden ook haar volwassen leven. Gedurende zeven maanden was Engelen, moeder van twee zonen, er zelfs ziek van: ze was zo duizelig dat ze de straat niet meer op kon en zich moest afmelden op kantoor.

"Je werkt te hard", zei bijna iedereen. "Je moet het rustiger aan doen." Maar haar huisarts schreef de duizelingen aan iets anders toe: de blanco pagina's van haar biografie en Engelens fundamentele onzekerheid daarover.

En dus ging Engelen op zoek naar de waarheid; een queeste die decennia zou duren en haar langs de krochten van de bureaucratie voerde. Ze begon bij de jeugdzorginstellingen die haar pad hadden gekruist: de Vereniging Kinderzorg, die zich na de dood van haar moeder over haar ontfermde. En een bureau van Pro Juventute, indertijd een instelling voor gezinsvoogdij, dat Engelen geregeld met haar moeder had bezocht.

"Ik moest altijd wachten op de gang, terwijl mijn moeder binnen praatte. Waarover, ik heb geen idee." Dat zou ze nu, als 68-jarige, nog steeds heel graag willen weten: wat besprak haar moeder met die onbekende hulpverlener? Opvoedproblemen? Scenario's voor de toekomst van haar ongewenste dochter? Vertelde haar moeder op het kantoor van Pro Juventute misschien wél wie haar bezwangerd had?

Helaas ving Engelen bij de jeugdzorg bot, zo laat ze zien in een map met het verslag van haar speurtocht. "Uw dossier hebben wij niet meer", schrijft de Vereniging Kinderzorg al in 1988. "De dossiers van onze pupillen worden na verloop van tijd vernietigd." En Pro Juventute bestaat niet langer als voogdij-instelling; alle paperassen zijn verdwenen. Naar dat stukje van haar biografie moet Engelen dus blijven gissen.

Er zijn vele duizenden volwassenen zoals Engelen: mannen en vrouwen met gaten in hun levensverhaal. Zij hadden als kind een ongelukkige start, werden omringd door hulpverleners en instanties. Die boekstaven hun ervaringen met een kind niet met feest- en vakantiefoto's en gezellige anekdotes, zoals ouders en familieleden dat wel doen. Professionals maken diagnoses, verslagen en behandelplannen, die ze verzamelen in een dossier. En zo'n dossier verdwijnt na verloop van tijd in de papierversnipperaar. Bye bye, levensverhaal.

Dossiers in de jeugdzorg zijn moeilijk te traceren. Wie als volwassene wil weten waarom hij als achtjarige bij dat aardige pleeggezin weg moest, of wat er in dat kindertehuis precies gebeurde, stuit hoogstwaarschijnlijk op leegte en zwijgen. Een recent onderzoek in opdracht van de Stichting Steunfonds Pro Juventute, uitgevoerd door het Nederlands Jeugd Instituut, legt de chaos in de archieven bloot. Sinds 2008 geldt voor de meeste jeugdzorginstellingen een wettelijke bewaartermijn van vijftien jaar; in de vijf jaar daarvoor was dat tien jaar. En dáárvoor konden instellingen hun eigen beleid en termijnen bepalen.

"Ik ben echt geschrokken van hoe slecht jeugddossiers bewaard blijven", zegt Ineke van der Zande, voorzitter van de Stichting Steunfonds Pro Juventute. Zij pleit voor een veel langere, zo mogelijk onbeperkte bewaartermijn en een centraal archief voor jeugdzorgdossiers, 'omdat mensen recht hebben op hun eigen geschiedenis'. Ook als ze pas laat op het idee komen zich daarin te verdiepen.

Late zoekers maken nu de meeste kans bij een van de Bureaus Jeugdzorg: die bewaren dossiers het langst, zo'n dertig jaar. Dat lijkt royaal, maar betekent in de praktijk dat een ex-jeugdzorgcliënt zich vóór zijn 48ste bij het bureau moet melden. Want een dossier sluit zodra een kind volwassen is; 18 + 30 = 48. Wie pas op z'n 51ste voor het eerst wakker ligt van onopgehelderde kwesties in zijn jeugd, is te laat.

Maar ook voor vroege zoekers - twintigers of dertigers - is het terugvinden van een dossier vaak een lastige of zelfs onmogelijke opgave. Mappen raken kwijt omdat jeugdzorginstellingen zijn opgeheven of met elkaar gefuseerd.

Binnenkort dreigt een nieuw gevaar: de jeugdzorg, die nu nog per provincie is geregeld, wordt overgeheveld naar de gemeenten. Dat betekent verhuizingen, reorganisaties, archieven die worden samengevoegd of juist gesplitst en verdeeld over misschien wel zeventien gebouwen. Het kan niet anders of er raken in dit geweld dossiers op drift, erkent Jan-Dirk Sprokkereef van Jeugdzorg Nederland.

Levensverhalen zijn vaak ook over verschillende dossiers verspreid. Neem een jeugdzorgcliënt die is onderzocht door de Raad voor de Kinderbescherming, begeleid werd door Bureau Jeugdzorg, via een pleegzorginstelling bij een gezin terechtkwam en later misschien ook nog in een tehuis. Er bestaat over hem niet één dossier, er zijn er minstens vier.

"Ik vrees dat heel veel hulpverleners steeds opnieuw beginnen", zegt Van der Zande. "De geschiedenis van een kind begint op papier vaak als de hulpverlener begint." Met als gevolg gefragmenteerde levensverhalen, puzzelstukjes die geen zicht geven op het geheel.

Hillie Engelen wist pas in 2007 met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wie haar vader was. Het bleek de man die ze daar steeds al van verdacht, maar die dat nooit had willen bevestigen. "Als ik het hem vroeg, dan zei hij: Je zou mijn dochter kunnen zijn, maar net zo goed de dochter van de bakker of de slager."

Ze vond hem helemaal niet aardig, deze man, ze had misschien wel liever een andere vader gehad. Toch sprong ze, toen ze het beslissende document eindelijk ontdekt had in het Nationaal Archief, 'een gat in de lucht'. Nu heeft ze een beetje rust, vertelt ze in haar Brabantse woning. "De clou is: anders blíjf je zoeken."

Zelf op zoek naar een jeugdzorgdossier? Zie voor tips en een handreiking www.projuventute.nl.

Wannéér gaan mensen naar hun dossiers op zoek?
Wie is mijn vader? Waarom gaf mijn moeder me na de geboorte weg? Hoeveel pleeggezinnen had ik, vier of vijf? Waarom kwam ik op die gesloten afdeling terecht? Heeft mijn vader na de scheiding echt nooit omgang met ons gewild?

Dergelijke vragen kunnen kinderen bezighouden: al in de puberteit, soms pas als ze al lang en breed volwassen zijn. Vroeg of laat willen veel adoptiekinderen en ex-jeugdzorgcliënten weten: wie ben ik? Wat is mijn verhaal?

"Zij zeggen: Het niet weten waar ik vandaan kom, maakt dat er achter me een zwart gat zit. Alsof je alleen maar vóór je kunt kijken, alsof je geen achtergrond hebt", vertelt Jacolien Teekman, hulpverlener bij de Fiom, een organisatie die mensen helpt met vraagstukken rond geboorte, kinderwens, afstamming en adoptie.

Naar die achtergrond gaan ze vaak op zoek als ze een vaste relatie en kinderen krijgen. "Dan realiseren ze zich: Ik ben óók zo klein geweest. En toch hebben mijn ouders dit met me gedaan...", verklaart Teekman. Vragen over de eigen kindertijd worden voor aanstaande of jonge ouders ineens urgent.

Het komt ook voor dat volwassenen pas op zoek gaan naar hun roots als hun kroost het huis al uit is, hun haren grijs worden en hun carrière de meeste glans heeft verloren. Nú kan het misschien nog, realiseren ze zich plotseling. Nu kan ik een laatste gooi naar de waarheid doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden