Een bijzondere plek

In gedachten zie ik ze gaan, de nonnen van het klooster Mariënschoot, tijdens de reformatie.

Ze vluchten over de dijk richting Tiel. De witte rokken wapperend om hun benen, rode konen en schichtige angstige ogen.

Ze weten dat ze in Tiel veilig zijn maar zullen ze het halen?

De geschiedenis vertelt dat ze het gered hebben en de laatste van de gevluchte nonnen van Mariënschoot, jonkvrouw Everarda Mom op 23 november 1614 stierf.

Van de inboedel, huisraad en boeken, is niets bewaard gebleven.

Het enige wat nog over is van Mariënschoot zijn de archiefstukken.

Op 22 november 1631 wordt er besloten het klooster af te breken en de restanten te verkopen.

1980. We rijden op een regenachtige dag naar de Betuwe waar we een afspraak hebben met een makelaar om enkele huizen te bekijken.

Onze eerste afspraak is in Zennewijnen.

Een minuscuul stipje op de kaart laat zien dat het vlakbij Ophemert, Wadenoijen en Tiel ligt.

Op de richtingaanwijzer in Wadenoijen staat Zennewijnen niet aangegeven.

We vragen naar de weg maar niemand heeft van Zennewijnen gehoord.

Als we langs de Linge richting Tiel rijden komen er schoolkinderen aan op de fiets. Dikke boekentassen achterop de bagagedrager. Ze vertellen ons de weg en opgewekt rijden we langs de boomgaarden.

De straat waar we moeten zijn is een kleine kronkelige weg. Langs de sloot staan oude knotwilgen. In een wei lopen schapen. Er is een hoogstamboomgaard.

Rechts van ons een klein kerkhofje omgeven door een haag en een roestig hoog hek.

Naast de heg van het kerkhofje is een moestuin, alles keurig in de rij.

We zien een groot statig huis, voor het raam zit een oude dame.

Tussen de moestuin en grote schuren loopt een pad naar achteren. Na wat zoeken ontdekken we dat we hier in moeten.

Daar staat het huis waar we voor komen. De makelaar is er nog niet.

Wat beschroomd stappen we uit en lopen er omheen. Achter staan enkele fruitbomen, ook twee perzikbomen. Op de grond liggen afgevallen perziken ons zacht vriendelijk aan te kijken.

Op een grote schuur zit een steenuiltje ons stil te begluren.

Ik voel een weldadige rust bij me binnenkomen.

Voor de bijzondere sfeer die ik hier ervaar heb ik geen woorden.

Als de makelaar er is vragen we of we naar binnen kunnen.

Hij zegt dat we eerst even naar “het Klooster” moeten lopen voor de sleutel.

“Het Klooster?”

“De naam van het grote huis aan de straat”, zegt hij, “vroeger heeft hier een klooster gestaan.”

We lopen met hem mee en worden uitgenodigd binnen te komen.

De makelaar stelt ons voor aan de oude vrouw en haar ongetrouwde zoon en dochter. We krijgen thee en over en weer wordt er wat gepraat.

Ik vraag of ze iets weten over het klooster.

Ze vertellen dat het een middeleeuws vrouwenklooster is geweest en “Mariënschoot” heette.

Tijdens de reformatie moesten de nonnen vluchten.

De oude vrouw wijst met haar stok, die ze stevig tussen haar benen heeft staan en waar haar rimpelige handen overheen gevouwen liggen, naar het kerkhofje. Ze zegt dat dat alles is wat er van overgebleven is maar dat er allang geen nonnen meer liggen.

Onder de indruk gaan we terug naar het huis waar we voor kwamen.

Een week later gaan we terug naar Zennwijnen.

In Huize “het Klooster” drinken we opnieuw een kopje thee.

Ik vraag hoeveel mensen er in Zennewijnen wonen.

Anton, de zoon van de oude mevrouw, begint op zijn vingers te tellen.

Eerst Jo en den ouwen Ies, dan Gerrit met zijn zus, Otto en Anna, wij drieën, Kees en Cor, Hent, Jan en Jans, zo gaat hij de drie straten af.

Er is geen kerk en kroeg, en geen winkel.

We bekijken het huis en de tuin opnieuw.

Weer ervaar ik die bijzondere sfeer, vooral buiten achter het huis.

Het is alsof ik in een zacht bed val.

Er is meer dan stilte en rust, het gaat dieper.

We besluiten het huis te kopen.

Als we er eenmaal wonen gaan we ons meer verdiepen in de geschiedenis van deze bijzondere plek.

Het is heel oude grond.

Het norbertinessenklooster heeft hier bijna vier eeuwen gestaan, van 1229 tot1614.

Het stichten van het klooster is uitgegaan van de abdij van Mariënweerd, een dubbelklooster waar onder leiding van priesters lekebroeders en lekezusters woonden. Mariënweerd had een uithof, een groot boerenbedrijf, in Zennewijnen.

In “Senewenne” stond al een Mariakapel aan het begin van het christendom. Er gebeurden daar wonderen.

Hiervóór was er al een Romeins altaartje, ter ere van een Germaanse godin. Het werd in 1930 in de buurt van ons huis gevonden.

Het minuscule stipje op de kaart blijkt een lange interessante geschiedenis te hebben.

Als we in de tuin aan het werk zijn vinden we vaak pijpenkopjes en scherven uit lang vervlogen tijden.

Eenmaal stuitten we op een stuk plavuizen vloer. De vierkante tegels, waarschijnlijk uit de late middeleeuwen, hebben een patroon in de kleuren wit, zwart en grijs. Als we ze tegen elkaar leggen lijkt het op gekantelde blokken. Het heeft iets Escher-achtigs.

In 2004 ontdekken we een put die op een eikenhouten rand staat. In eerste instantie is het duidelijk dat de put van vóór 1850 moet zijn. Na wat zoekwerk wordt er een timmermansrekening uit 1673 gevonden voor het hout van een put bij het klooster.

De vondst van de vloer en put zijn toevaltreffers, we vinden niet veel meer.

Al komen nieuwbouwwijken dichterbij en verdwijnen boomgaarden, het is nog steeds een heel bijzondere plek.

De sfeer is wel anders geworden omdat grote oude schuren zijn afgebroken.

De grote schuur, waarvan men wel eens zegt dat die is gebouwd op het fundament van het klooster, had iets geborgens, iets stoers en iets veiligs met zijn ronde sterke gebinten.

Maar verder‿‿

Ik voel nog steeds een sfeer de ik alleen tegen kom op heel oude plekken als kerken bijvoorbeeld.

Het lijkt of ik hier uitgenodigd word te verinnerlijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden