Column

Een bijzondere medaille voor de bescheiden Epke

Marijn de Vries. Beeld Foto: Maartje Geels

Niet de vijf vluchtelementen achter elkaar, die hij deze week in een klein filmpje online plaatste. Vijf vluchtelementen. Achter elkaar. Zonder tussenzwaai. De onvoorstelbare kracht die daarbij op zijn armen komt. 

Epke Zonderland is zowat een mier, maar dan eentje die zijn eigen gewicht in een veelvoud rond de rekstok slingeren kan. De kans dat hij die vijf vluchtelementen ooit in een wedstrijd aan elkaar gaat plakken is miniem. Te veel risico op fout gaan.

Niet het feit dat hij tussen neus en lippen door vertelde dat hij voor het eerst in twee jaar een keer zonder hoofdpijn turnde. Voor het eerst in twee jaar. Geen hoofdpijn. En dat dan melden als een dingetje dat er niet toe doet. Zo lang kan een hersenschudding in combinatie met ontstoken holtes dus slepen, als je topsporter bent die naar de Olympische Spelen wil. Dan kun je niet even drie weken uitzieken. Dan moet je trainen, doorgaan, anders zijn je kracht en conditie verdwenen, en dan ben je nog veel verder van huis dan mét hoofdpijn.

Niet de coschappen die hij het afgelopen halfjaar liep. Elke arts-in-spé draait zo'n beetje door tijdens dit deel van de opleiding. Lange dagen, heel erg zwaar. Dokter Zonderland trainde, tussendoor. Tuurlijk, ik geloof echt wel dat hij als uitzondering op de regel iets minder afgebeuld werd dan zijn college-co's. En ik weet heus dat hij bij lange na niet zo intensief trainde als normaal. Maar toch.

Nagedachtenis

Niet die dingen waren het, die me het meest troffen in het nieuws rondom de turner. Nee. Het was een medaille die hij kreeg. Niet voor zijn NK-prestaties, afgelopen weekend in Rotterdam. Maar voor wie hij is. Als eerste buitenlander werd Epke Zonderland door de Duitse turnbond onderscheiden met de Flatow-medaille.

Een nagedachtenis is die medaille, aan Alfred en Gustav Flatow. Twee mannen uit een ver verleden, twee Joodse neven. Deelnemers aan de eerste moderne Olympische Spelen ooit. Athene, 1896. Voor Duitsland wonnen zij medailles op de brug en op het rek. Goud en zilver. Daarna moest Alfred het team verlaten. Ze vonden hem 'on-Duits'. Gustav ging nog mee naar Londen, in 1900, waar hij ook medailles won. Toen in 1933 de nazi's aan de macht kwamen, werden ze allebei uit hun turnvereniging gezet. Niet veel later vluchtten ze naar Rotterdam. Na de Duitse inval doken ze onder, maar werden gepakt en afgevoerd naar Theresienstadt. Daar werden ze vermoord. Alfred in 1942, Gustav drie jaar later.

Eens in de zoveel tijd wordt er een turner met de Flatow-medaille onderscheiden. Vanwege sportieve prestaties, maar ook vanwege persoonlijkheid. In Epkes geval: zijn voorbeeldgedrag en integriteit. Het klopt: de turner is sympathiek, intelligent, welbespraakt - maar vooral bescheiden. En als je dan naar de foto's van die twee mannen kijkt, die twee neven. Gustav en Alfred. Grote snorren, zoals ze toen hadden. Net als Epke een open blik. Mooie koppen. Wat kon hen deren... tot de geschiedenis anders bewees.

Ik denk dat ik de keuze van de Duitse turnbond wel begrijp. Als iemand die medaille kan dragen, in alle bescheidenheid, en het besef dat er meer is in de wereld dan vijf vluchtelementen achter elkaar, dan is het Epke Zonderland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden