'Een bijzonder mens moet het zijn geweest'

Jaren ploeterde pantomimespeler Rob van Reijn (71) in archieven. Per toeval ontdekte hij tussen al die vergeelde papieren waar het graf lag van 'zijn' Jan van Well. Van Reijn stoof op zijn fietsje naar de Lutherse Kerk in Amsterdam. Een kale grafsteen voorzien van een nummer was alles wat herinnerde aan zijn idool. Vandaag wordt, dankzij Van Reijn, de naam van de eens zo beroemde pantomimespeler in ere hersteld en in diens graf gebeiteld.

Jeanne-Marie Jobse

Rob van Reijn, die zichzelf als 'de enige overgebleven pantomimespeler van Nederland' ziet, haalde zijn 18de eeuwse collega-pantomimespeler Jan van Well uit de vergetelheid, door het schrijven van de historische roman 'Voetlicht en Vetpotten'. Vier jaar van zijn leven werkte hij aan zijn boek. Een mooiere bekroning op zijn werk dan de naamsinscriptie op het graf is er niet.

Ruim veertig jaar geleden kwam Rob van Reijn achter het bestaan van Jan van Well. Van Reijn speelde in 1960 in het Hypokriterion, het bovenzaaltje van bioscoop Kriterion. Het groepje waarmee hij samenwerkte, was 'reuze gezellig'. Het waren allemaal studenten, behalve Rob. ,,Van de weeromstuit ben ik toen geschiedenis gaan studeren.''

Op een dag zei de toenmalige directeur van de Universiteits Bibliotheek, Van der Wouden, tegen hem dat op zolder nog oude toneelteksten lagen. Onder een laag stof vond Van Reijn een pakket oude pantomime-boekjes. Hij ontdekte dat de naam Johannes van Well heel veel werd genoemd. Ooit was hij heel beroemd geweest. ,,Maar ik had nog nooit van de man gehoord.''

Jan van Well (1773-1818) bleek rond 1800 als komediespeler en danseur verbonden aan de Amsterdamse Stadsschouwburg. ,,De man intrigeerde mij. Het moet een heel aardige, bijzondere man geweest zijn. Hij was erg begaan met zijn medemens. Samen met zijn vriend Casper Vreedenberg richtten ze een vereniging op met hun beide initialen, 'V.W.' Het was in de tijd van de Verlichting en hun vereniging was een soort afspiegeling van de vrijmetselarij. Ook in zijn pantomimespel kwam deze sociale bewogenheid naar voren. Daarnaast deed Van Well veel sprookjesachtige dingen. Heel zwart-wit allemaal. Goed en kwaad, zeg maar.''

Jarenlang liep Van Reijn rond met de oude toneelboekjes. Maar nooit vond hij de tijd om er wat mee te doen. Acht jaar geleden sloot Van Reijn de deuren van zijn theater Rob van Reijn in de Vinkenstraat in Amsterdam. Hij haalde de oude aantekeningen uit de kast en besloot een boek te schrijven over deze vergeten pantomime-grootheid. Het resultaat is een 560 pagina's tellend boekwerk. Hij is harstikke trots op zijn eerste roman, maar hij vindt hem wel een beetje 'te dik'.

Het schrijven is Van Reijn goed bevallen. In vergelijking met pantomime een passieve bezigheid, maar zo ervaart Van Reijn dat niet. ,,Schrijven is als dromen. Je bent in je hoofd heel actief bezig, creatief eigenlijk. Terwijl je lichaam rust. Nu was dat bij mij niet het geval, want ik rende de hele tijd van hot naar her om in die archieven te zoeken'', lacht hij. ,,Ik vond het jammer dat mijn boek af was. Daarom ben ik ook begonnen met een nieuw boek. Niet zo idioot dik hoor. Dat heb ik wel afgeleerd.''

Zijn tweede historische roman gaat over het eerste slachtoffer van de guillotine in Amsterdam in 1812. Van Reijn ontdekte tijdens onderzoek voor zijn eerste boek dat dat een vrouw was, Hester Rebecca Brummelkamp-Neppingh. ,,Het wordt een spannend verhaal'', belooft hij. Hij hoopt het over een jaar af te krijgen. ,,En dan het volgende boek.''

Rob van Reijn praat druk met zijn handen, zijn woorden zet hij kracht bij met zijn gebaren. Zijn expressieve gezicht plooit voortdurend in een brede glimlach. Pantomime zit hem in het bloed. Als klein jochie droomde hij er al van op het toneel te staan. Maar een hazenlip zat hem in de weg. De spraaklessen ten spijt bleef de toneelschool daardoor een eeuwige droom. Om toch iets creatiefs te doen, besloot hij te gaan beeldhouwen op de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool.

Van Reijn hing altijd de grapjas uit. ,,Op een rapport van de basisschool stond eens: Een nul voor rekenen, maar een tien voor pias.'' Zo ook op de Kunstnijverheidsschool. Daar zei een klasgenootje tegen hem: Jij moet op het toneel staan, maar je houdt je mond! ,,Dat heb ik toen gedaan. Ik wist nog helemaal niet dat dat pantomime heette.''

Samen met Jan Bronk richtte hij de Nederlandse Pantomime Groep op. ,,Onze eerste voorstelling hielden we op het eilandje voor het huidige Filmmuseum, in het Vondelpark. Fantastisch.''

Vorig jaar september eindigde Rob van Reijn zijn theaterloopbaan. Maar Van Reijn is een druk baasje en hij heeft niet stilgezeten. Helemaal stoppen met pantomime spelen kan hij niet. Hij treedt nog geregeld op voor besloten gezelschappen. En af en toe in het buitenland, in Zuid-Afrika, waar zijn dochter woont. Het mooie aan pantomime is, vindt Van Reijn, dat je het zonder woorden doet en iedereen over de hele wereld je kan begrijpen. ,,Pantomime is universeel.''

Als Van Reijn op het podium staat, draagt hij meestal een zwart pak. Zijn gebaren spreken boekdelen.

,,Ik hou ervan een verhaal te vertellen. Pantomime is net als met lezen, daar gebruik je je fantasie bij. Van abstracte mime houd ik niet.'' Slecht pantomimespel is 'flodderen'. ,,Dat is alsof je een verhaal schrijft, waar je de punten en komma's in vergeet.''

Met zijn pantomimespel wil hij mensen ontroeren. Het mooiste compliment kreeg hij ooit van auteur Arthur Japin, die als kleine jongen eens naar een voorstelling van Van Reijn kwam kijken. Na afloop vertelde Van Reijn hem over het toneel. Jaren later schreef Japijn een boek getiteld De Vierde Wand en vertelde dat hij die inspiratie kreeg van Van Reijn.

Humor is ook heel belangrijk voor Van Reijn. ,,Clown zijn kun je niet leren, dat moet je zijn.'' Clown Johan Buziau was zijn grote voorbeeld uit zijn jeugd. Als kleuter heeft hij ooit eens een tekening voor hem gemaakt. ,,Ik was zelf een klein clowntje.'' Van Reijn denkt diep na. ,,Ik vind dat humor en ontroering bij elkaar horen. Die combinatie, die hoort daar ergens,'' zegt hij terwijl hij zijn armen de lucht in steekt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden