Een bijzonder Amerikaans verhaal

De zomer is hét moment om bij te lezen. Dus krijgen veel klassiekers een nieuw jasje. Deze week: 'Het geluid en de drift' van William Faulkner

Met William Faulkners befaamde 'The Sound and the Fury' (1929) is het een beetje als met Dostojevski's roman 'Misdaad en straf'. Eerst werd die vertaald als 'Schuld en boete', maar kennelijk vonden latere vertalers 'Misdaad en straf' de lading toch beter dekken. Zo werd The Sound and the Fury aanvankelijk in het Nederlands vertaald met 'Het geraas en gebral' (nogal tendentieus dus), maar tegenwoordig heet het iets rustiger 'Het geluid en de drift'. Het geeft wel aan hoe moeilijk het is om iets zuiver te vertalen, en dat is zeker bij Faulkner (1897-1962) het geval.

Hij maakt in 'Het geluid en de drift' namelijk ruimschoots gebruik van de stream of consciousness-methode die hij van James Joyce en Virginia Woolf had opgestoken: we horen het verhaal in de gedachten, het bewustzijn van de hoofdpersonen en dat betekent dat het nogal eens onaf, verbrokkeld, nauwelijks te volgen is.

Zeker voor de gemiddelde lezer is het boek een hele klus. Vandaar dat vertaler Bartho Kriek een paar hulpmiddelen heeft meegegeven om de soms onnavolgbare sprongen in tijd en perspectief een beetje inzichtelijk te maken. Dat 'Het geluid en de drift' ondanks deze literaire horden zesde staat op de New York Times-lijst met belangrijkste literaire werken ooit, zegt wel iets: door het experiment heen schemert een intrigerend verhaal.

'Het geluid en de drift' gaat over een familie uit het zuiden van de VS, de Compsons en hun aanhang. Het zijn de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, Amerika is nog getekend door rassensegregatie. De Compsons, een oude familie in verval, hebben zwarten die de klusjes voor hen opknappen, en die hier in overeenstemming met het tijdsgewricht nog negers en soms neerbuigend nikkers worden genoemd.

Het gaat de Compsons allang niet meer naar den vleze, vader is een illusieloze nihilist, moeder klaagt de hele dag, zoon Benjy is achterlijk, zoon Quentin is een neurotische slimmerik die zelfmoord pleegt, en dochter Caddy loopt weg. Alleen de jongste zoon Jason lijkt maatschappelijk geslaagd, maar hij is een volleerd cynicus en machtsdenker, iemand die later wel is aangezien voor het prototype van de Amerikaanse man.

Daaromheen cirkelt de zwarte bevolking, oppassers van Benjy, bedienend personeel en de karaktervolle huishoudster Dilsey, die alles met scherpe wijsheid gadeslaat.

Spil van het verhaal is de afwezige Caddy, het meisje dat ongewenst zwanger raakt en de benen neemt en waar iedereen zo zijn eigen gedachten en emoties bij heeft.

Je zou 'Het geluid en de drift' thematisch kunnen vergelijken met 'Buddenbrooks' van Thomas Mann, of 'De boeken der kleine zielen' van Louis Couperus: oude clans die in de negentiende eeuw op hun hoogtepunt waren, gaan begin twintigste eeuw ten onder. Maar de literaire verwerking van Faulkner is wel heel anders dan die van zijn Europese collega's, het gaat hem niet in de eerste plaats om het verhaal en de geschiedenis maar om de oerdriften en onbewuste impulsen van zijn personages. Niet toevallig spelen zaken als geur en geluid een belangrijke rol. Faulkner is daarmee een heel wat moderner schrijver dan Mann en Couperus.

In 'Het geluid en de drift' komen achtereenvolgens Benjy, Quentin, Jason en huishoudster Dilsey aan het woord. Alleen Dilsey wordt in de derde persoon weergegeven, bij de drie zonen zitten we midden in hun geest. Dat maakt vooral het verhaal van Benjy en Quentin moeilijk te volgen. De achterlijke Benjy haspelt tijden door elkaar en springt van de hak op de tak. Zo moet je van goeden huize komen om uit het gebrabbel op te maken dat hij bij het horen van 'caddie' op het naburige golfterrein, steeds denkt dat Caddy terugkomt, en dat hij nadat hij een meisje heeft lastiggevallen gecastreerd is.

Quentin denkt volkomen impressionistisch; zijn gevoeligheid en wanhoop, zijn innerlijke stemmen, maken zijn relaas tot het moeilijkste hoofdstuk uit 'Het geluid en de drift'. Jason daarentegen is helder, hard en harteloos, een hypocriete racist die het met het zwarte hoertje Lorraine houdt en dingen zegt als: 'Ik ben blij dat mijn geweten niet zó in elkaar zit dat ik het de hele dag moet verzorgen als een zieke puppy'.

In het slothoofdstuk voert Faulkner Dilsey ten tonele, die de hele zaak van een afstandje bekijkt, de verstandigste van allen in zekere zin.

Alleen al vanwege Faulkners fenomenale registerwisselingen, door Kriek prachtig vertaald, is 'Het geluid en de drift' de moeite waard om te herlezen. Maar het boek geeft ook een ongeëvenaard beeld van het oude Amerika waarin blank en zwart enerzijds onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, anderzijds in verschillende werelden leven. Het is zo'n boek dat ongemerkt de wortels van de huidige rassenproblematiek in beeld brengt. Niet chronologisch of historisch maar van binnenuit, in de geest van de mensen. Verplichte kost voor literatuurliefhebbers, maar ook voor lezers die Amerika willen leren kennen.

William Faulkner: Het geluid en de drift Vert. Bartho Kriek. Veen; 344 blz. euro 10

Citaat uit 'Het geluid en de drift': inner speech van Jason Compson

Eens een slet altijd een slet, dat zeg ik. Ik zei u zou geluk hebben als haar gespijbel uw enige zorg was. Ik zei ze hoort nu op dit moment in die keuken te zijn in plaats van boven op haar kamer, waar ze haar gezicht onder zit te kliederen en op zes nikkers wacht die niet eens uit hun stoel kunnen komen zonder een pan vol brood en vlees als tegenwicht om ontbijt voor haar te maken. En moeder zei:

'Maar dat de schoolleiding denkt dat ik haar niet in de hand heb, dat het me niet lukt ... .'

'Nou', zei ik. 'Dat lukt u toch ook niet?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden