Een bemind sopraan die toch geen legende werd

'De stem is er nog. Die hoge C zit er nog steeds', zo onthulde Gré Brouwenstijn in een interview in De Telegraaf. Interessant, maar wat koop je er voor; die hoge C werd sinds het Holland Festival 1971 niet meer gehoord. Toen nam Gré Brouwenstijn met een Italiaans programma, begeleid door het Concertgebouworkest, afscheid in de Rai van haar idolaat juichend publiek.

FRANZ STRAATMAN

Vorige maand werd zij tachtig jaar, reden voor haar fans van toen en opera-liefhebbers van nu, om een gala-avond om haar heen te bouwen, vanavond in het Amsterdams Concertgebouw. Neen, ze zal niet het podium betreden om even die hoge C te laten horen. Weinig kunstenaars namen zo definitief en radicaal afscheid als Gré Brouwenstijn op een moment dat haar stem nog alle glans en gloed bezat; ze had en ze nam geen leerlingen, ze gaf geen masterclasses en zelfs van jury-lidmaatschappen hield zij zich verre. Ze werd gewoon weer mevrouw Van Swol, echtgenote van de bekende tv-dokter ('Ziek zijn, beter worden'). Zo'n tien jaar geleden dook ze even op uit de anonimiteit toen er een fonds naar haar werd vernoemd. En dan nu een gala dat als motto meekreeg 'Vissi d'arte', oftewel 'ik heb geleefd voor de kunst', de eerste helft van de beroemde aria uit 'Tosca'; in één adem voegt zangeres Tosca daaraan toe: 'Vissi d'amore', ik heb geleefd voor de liefde.

Gré Brouwenstijn zal dat zeker ook hebben gedaan, maar dan meer privé (eerst met tenor Jan van Mantgem, daarna met dokter Van Swol) dan de toneelheldin die zij vaak verbeeldde. En dat kón ze: karakters verbeelden met de stem. Haar statige figuur voegde zich naar die expressie. Het is niet relevant nu van haar te horen dat de hoge c er nog zit, want Gré Brouwenstijn mikte niet op de hoge c maar op de hoge d, van dramatische uitbeelding.

Ten tijde van haar laatste scènische optreden bij de Nederlandse Opera in 'Fidelio', zei zij in een interview voor het toenmalige dagblad De Tijd. “Het gezicht vooral moet zoveel doen. Als je over smart zingt, moet dat ook naar voren komen. Laat eens wat zien in je ogen, denk ik wel eens, als ik jonge zangers aan het werk zie. Ze hebben waarschijnlijk te veel aandacht bij de techniek en de noten. (...) De Italianen, die maken de opera belachelijk. Ze gaan voor aan de rand van het podium staan om de hoge c de ruimte in te gooien en als dat goed lukt, breekt het bravo los. Maar dat is het niet. Als ik Fidelio speel, moet het publiek voor 70 procent zitten denken: die rótvent...”.

Fidelio was haar lievelingsrol. In de Amsterdamse Stadsschouwburg hangt aan een hoge wand in het trappenhuis nog steeds het enorme portret van haar als Fidelio, de moedige Leonore die in de vermomming van een man als hulpcipier doordringt in de donkerste kerker van een gevangenis waar haar man Florestan wegkwijnt, op bevel van de bruut Pizzarro, 'die rotvent'. Hoe die stem de hartstocht, liefde, angst en trouw van Fidelio verklankte, werd gelukkig vastgelegd tijdens één van haar afscheidsvoorstellingen in de Stadsschouwburg, te vinden op een verzamel-cd die de Stadsschouwburg vorig jaar uitgaf.

In het gala treedt een hele rij zangers op, van oudgedienden als Pieter van den Berg en Marco Bakker (die in 1966 als Vlaamse smekeling in de 'Don Carlos' meedeed waar Brouwenstijn de Elisabeth in vertolkte) tot aan de jongste garde. Allemaal Nederlanders, en dat past haar, want ondanks haar internationale carrière (van Bayreuth tot Covent Garden Londen, maar ze trad nooit op in de Scala Milaan en de Newyorkse Metropolitan) was zij Nederland zeer trouw; haar pleidooi voor Nederlandse zangers bij Nederlandse operaprodukties leidde begin zestiger jaren zelfs tot een openbare polemiek. Het was de enige keer dat Brouwenstijn anders dan door haar zang in de pers kwam.

Met haar licht-dramatische stem maakte zij zich bemind, en in kringen van liefhebbers bleef zij gekoesterd; nog steeds vinden de nu tot cd's geworden opnamen van 'Tiefland' (Philips), 'Un ballo', 'Tosca', Verdi's Requiem (live-vastleggingen op Globe) en 'Tannhüuser' (live bij Datum) hun weg. En op het golfje van belangstelling brengt EMI een recital-disc uit. Maar een legende, een naam die bij een breed publiek naar volgende generaties werd getild, is Brouwenstijn nooit geworden. Daar was de uitstraling van Gerarda Demphina Brouwenstijn net te afstandelijk voor, haar afscheid te definitief en haar discografie te beperkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden