Een beetje meer kleur voor monumenten mag best, maar alsjeblieft niet te aanstellerig.

Vloeken in de kerk was het voor sommige monumentenzorgers, toen de eigenaar van een pand aan de Brink in Deventer de voorgevel van zijn huis liet opschilderen in Boheems blauw (de muren), Brabants geel (kozijnen) en Dresdener blauw (houtwerk).

Volgens de bewoner had hij kleuren gebruikt die voorkomen in de monumentenwaaier van een schildersbedrijf dat veel oude panden opkalefatert. Niks aan de hand dus. Het gaf eindelijk een beetje fleur tussen al dat 'monumentengroen', vond hij. Maar voor de gemeentelijke afdeling monumenten ging hij zijn boekje te buiten. Hij had geen vergunning om deze kleuren te kiezen. En hij had geen overleg gevoerd, wat bij het aanbrengen van veranderingen aan een rijksmonument nu eenmaal is voorgeschreven.

De aanvaring met de kleurrijke bewoner leidde onlangs tot een conferentie over historisch kleurgebruik in de Deventer binnenstad. Ter ere van Hans Magdelijns, die jarenlang hoofd monumentenzorg in de koekstad is geweest en sinds 1 mei hoofdinspecteur in dezelfde sector bij het ministerie van OCW is, discussieerden preciezen en rekkelijken over het historisch kleurbesef. Wat is nog wel verantwoord en wat niet? Wat mag en wat niet meer?

Sinds de 19de eeuw is het 'monumentengroen' een standaardkleur voor ramen van monumenten, samen met het crème-wit voor de kozijnen. Maar waren dat vóór pakweg 1830 ook de kleuren, vraagt Magdelijns zich af.

,,Uit kleurenonderzoek weten we dat er vroeger ook veel oker en ossenrood werd gebruikt. Als je historisch kleurgebruik in de stad wilt, hoe ver ga je dan terug? Misschien is dat groen-wit helemaal niet origineel.”

Kleurenonderzoek beperkt zich overigens niet tot het afkrabben van alle lagen verf en het vaststellen wat 'de oudste schil van de ui' is. Ook de architectuur van het pand speelt een rol. Magdelijns: ,,Een statig, classicistisch pand vraagt om rustige kleuren; is de stijl rococo, dan kan er wel pasteltint of feeestelijk kleurtje tegenaan.” Daarnaast is van belang in welke omgeving het gebouw staat. ,,Een pand mag niet disharmoniëren.

Je moet wel rekening houden met andere gebouwen in de buurt.” Magdelijns erkent meteen dat dit een lastig criterium is. Wanneer is er sprake van disharmonie? ,,Dan moet je door je oogharen kijken. Als het beeld één doorgaande, vloeiende beweging is, is het goed. Als je ogen ineens opengaan, dan moet je je afvragen of de goede kleur is gebruikt.”

Magdelijns moest namens de gemeente de eigenaar van de 'Vreybrinck' op de vingers tikken voor het feit dat hij zijn eigenzinnig kleurgebruik eerst had moeten voorleggen op het stadhuis. Ook al had hij dat wel gedaan, dan had hij toch geen vergunning gekregen, want de monumentencommissie was negatief over de gekozen kleuren. Schilder maar over, moest Magdelijns zeggen. Maar daar bleef het niet bij: op voorstel van de ambtenaar kwam er een forum hoe je met het kleurthema moet omgaan.

,,Want het leeft erg, en niet alleen in Deventer.”

Het blauw-geel op de Brink spreekt Magdelijns niet zo aan, maar dat wil niet zeggen dat hij alleen maar voelt voor standaardgroen. ,,Je kunt niet spreken over typisch Nederlands. Steden als Amsterdam of Dordrecht, die hun bloeitijd hadden in de 16de of 17de eeuw, haalden hun inspiratieuit overzeese gebieden als Engeland. De bloeitijd van Deventer lag een paar eeuwen vroeger: het was, net als Zwolle, een van de Hanzesteden, die hun pigment haalden uit het Oostzeegebied. Waarom zie je in een fantastische havenplaats als het Noorse Bergen zoveel pasteltinten (groen, blauw, rose, lichtgeel)? Kennelijk haalde men daar zijn grondstoffen om verf te maken uit de omgeving. Waarom overheerst in Toscane het geel en roodbruin? Die kleuren komen gewoon uit de aarde.”

In Nederland is geen sprake van een eenheid, regionaal zijn er veel verschillen. ,,Dat heeft onder meer te maken met onze nuchtere inslag. Wij hebben iets gereformeerds over ons; dat zie je ook in Noord-Duitsland en Denemarken. Wij zijn niet zo'n temperamentvol volk als de Italianen, wij zijn eerder geneigd om het rustig te houden. Dat zegt iets over onze identiteit. En zo komen wij vaak uit op groen met crème, terwijl de standaardkleur vroeger mogelijk donkerrood geweest is.”

Magdelijns heeft er begrip voor dat mensen van deze tijd dat te grijze-muizerig vinden. ,,De wens is tegenwoordig om daaraan te ontsnappen, om er úi¿t te springen. Dat lijkt me geen slechte eigenschap. Als het maar geen aanstellerij wordt, zo van: kijk mij nou eens! Dat vind ik slecht. Het blauw-geel op de Brink in Deventer zou best wat verfijnder kunnen zijn. Natuurlijk is het ieders persoonlijke vrijheid om met zijn eigendom om te gaan zoals hij wil. Maar het moet ook harmoniëren met de omgeving.”

Sommige gemeenten schaffen de welstandsnormen voor monumenten af: ze zien wel wat er gebeurt en beoordelen achteraf of het gebruik van kleuren of andere aanpassingen aan het pand passend is. Daar is Magdelijns niet gelukkig mee. Het dereguleren leidt volgens hem tot kwaliteitsverlies in historische steden en dorpen.

,,Ik ben er voor dat er minder regeltjes komen, maar dan moet er ook wel duidelijkheid zijn. Geen vrijheid blijheid. Houd bij een monument gaat bijvoorbeeld rekening met de geschiedenis. Wat wij van onze voorouders hebben gekregen, moeten we ook weer doorgeven. Wij zijn maar een schakel in de ketting. Daarnaast moeten de regels over de grote lijn gaan, waarbij de overheid de regie en de toetsing in handen houdt”, zegt Magdelijns. Zijn eigen huis heeft Toscaanse kleuren, geel en roodbruin – met een deur in violet. Maar dat is een nieuwbouwproject, voegt hij er grijnzend aan toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden