Een beestige bende

Een kwijlende hond, een krijsende kat die zo meteen onder het hakmes van een kok terechtkomt, veelkleurige vissen in paradepas en een eland die zich in een deftig krijtstreeppak hijst, vormen met nog dertig andere beelden een beestige bende die deze zomer staat uitgestald op het Lange Voorhout in Den Haag. Daar wordt voor de vierde keer een indruk gegeven van de sculpturale kunst in de 20ste eeuw. En omdat dieren het onderwerp van de tentoonstelling zijn, kan er voor het eerst ronduit gelachen worden op deze anders zo weinig humoristische beeldenparade.

De jaarlijkse beeldenshow op het Haagse Lange Voorhout, die het zonder subsidie van de rijksoverheid moet stellen, is er een van de ouderwetse soort. 'Carnival des animaux' richt zich op een zo breed mogelijke publiek.

Dat betekent dat er geen intellectueel concept is ontwikkeld. Er is zelfs geen spraakmakende curator gezocht: de selectie werd toevertrouwd aan een commissie van drie wijze heren (oud-academiedirecteur Hein van Haren en de museumdirecteuren Hendrik Driessen van De Pont in Tilburg en Karel Schampers van het Frans Halsmuseum in Haarlem). Zij stelden een groslijst samen, waaruit Eric Dullaert namens de organisatie een verdere selectie mocht maken.

Gekozen werd voor bestaande beelden uit binnen- en buitenlandse collecties en niet voor kunstenaars. Daarmee ging een gouden kans verloren. Een echte curator had natuurlijk kunstenaars gezocht en die laten reageren op een plek op de locatie. Het Lange Voorhout behoort tot de mooiste (wandel)wegen in Den Haag, al wordt er vanwege het ontbreken van terrassen en winkels minder geflaneerd dan je zou verwachten.

Nu staan er 33 beelden. Het 34ste beeld is de reusachtige spin van Louise Bourgeois, die om redenen van conservering in het overdekte atrium van het stadhuis staat. De meeste beelden staan keurig op een sokkel, zodat je er van alle kanten omheen kunt lopen. Ze reageren daarmee niet op de omgeving, hoe 'diervriendelijk' die ook poogt te zijn.

Regelmatig blijkt dat de aanwezigheid van een sokkel onder het beeld storend werkt. Zo maakte Magdalena Abakanowicz, in de jaren zestig nog een veelgevraagd kunstenaar vanwege haar textielobjecten, van plaatstaal een kudde 'Mutanten'. Bij haar zijn dat beesten die sterk op elkaar lijken en zonder een eigen identiteit. De dieren lopen kop-aan-staart, wat een dynamisch gegeven is. Door ze op een plankier te fixeren, ogen ze echter volkomen statisch, het tegendeel van wat je zou verwachten. Ook de 'Haan' van Ivor Abrahams, opgetrokken uit beschilderd polyester dat meer op keramiek lijkt, lijdt aan hetzelfde euvel. Het platform isoleert de sculptuur, houdt de kijker op afstand en schept een bedachte, dat wil zeggen kunstmatige sfeer. Ook de 'Kwijlende hond' van Tom Claassen bezwijkt onder de toevoeging van het plaatstalen perron waarop hij zijn bekvocht verliest.

Claassens beelden zijn in al hun realisme monumentaal en verdragen een afgeperkte ruimte slecht.

Aan de namen van de hier genoemde beeldhouwers (die dat vaak in traditionele zin zijn, er is voor deze beelden heel wat afgehakt, afgegoten en gemonteerd in staal, brons en steen) valt te zien dat de keuzeheren niet al te kieskeurig zijn geweest bij de samenstelling. Veel beelden worden gerekend tot de klassieke moderne sculptuur (de 'Stieren' van Vojin Bakic en François Pompon, de bijna abstracte 'Miereneter' van Alexander Calder, het object 'Vliegend' van Wessel Couzijn, de 'Pacholette' van César), met een groep jongeren als goede tweede. Maar ook in die gevallen gaat het om reeds gevestigde namen als Guido Geelen, Henk Visch en Sophie Ryder, die mooi maar overbekend werk maken. 'Carnival des Animaux' zet niet in op jong, onbekend en avontuurlijk, maar kiest veel meer voor het bevestigen van namen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden