Een beer van een cello kocht Pieter Wispelwey.

Toen Pieter Wispelwey afgelopen november voor 500000 euro een zeldzame Guadagnini-cello uit 1760 kocht bij het beroemde veilinghuis Christie's in Londen, was de opwinding in muziekland groot. Zo veel geld! Zou je dat er aan af kunnen horen? In januari zou het instrument in het Utrechtse Vredenburg voor het eerst in Nederland klinken. Er op af dus. Maar wat verschillende recensenten merkten was toen de balans tussen solist en orkest in het celloconcert van Schumann niet optimaal.

Het was ook de eerste keer dat Wispelwey met een authentiek romantisch orkest speelde. Dat wil zeggen: met het Orchestre des Champs-Elysées onder leiding van Philippe Herreweghe, bestaande uit instrumenten uit de negentiende eeuw.

Je hoorde de solist nogal eens kopje onder gaan. En dat was vreemd, omdat hij diezelfde grote zaal al eens met gemak in zijn eentje had bedwongen met de Cellosuites van Bach. Lag de misbalans misschien aan de nieuwe Guadagnini? Nee, want Wispelwey schreef dat hij helemaal niet op dat instrument had gespeeld, hoewel dat in de toelichting bij het concert wel was aangekondigd. Dat maakte alleen maar nieuwsgieriger naar hoe zijn supercello nou echt zou klinken.

De herkansing kwam afgelopen zondag in het Amsterdamse Concertgebouw. Daar speelde Wispelwey met het Vlaams Radio Orkest gloedvol en potent het beroemde Celloconcert van Edward Elgar. De nieuwe cello bleek een lekker fel en warmbloedig instrument, dat tot op de achterste rijen te horen was.

Omdat een Guadagnini voor de meeste luisteraars moeilijk te onderscheiden is van een 'gewone' cello, vraag je je af wat zijn nieuweling nu zo bijzonder maakt. Wispelwey: ,,Guadagnini was één van de grootste cellobouwers in de achttiende eeuw. Anders dan bij zijn collega's, vonden zijn bijzondere ontwerpen geen navolging. Dat kwam omdat hij zo virtuoos kon bouwen. Hij maakte cello's met dun gestoken bladen. Mijn instrument is dus heel licht vergeleken bij andere types. Hij is ook wat korter, maar wel even breed en diep. Je hoort dat hij een goede projectie heeft in grote zalen. Je zou kunnen zeggen dat zijn optimale klankwerking begint vanaf een afstand van ongeveer vijftien meter.''

Wispelwey legt uit dat Guadagnini's celli zeldzaam zijn. Dus als er eentje op de markt wordt aangeboden, zijn er meestal meerdere bieders. ,,Die vijf ton lijkt natuurlijk een boel geld, maar op de vrije markt zou ik het dubbele hebben betaald. Ik had geluk dat de veiling een dag na de Amerikaanse verkiezingen plaatsvond, waardoor even niemand durfde te investeren. Ik had slechts een paar mededingers, die maar tot een bepaalde prijs wilden gaan.''

Aan zijn instrument kleeft een bijzondere geschiedenis. Het komt uit de privé-collectie van een Zwitserse amateur-musicus, die hem 60 jaar in zijn bezit had. Toen de man overleed, boden zijn nietsvermoedende nabestaanden het instrument ter taxatie aan bij het Londense veilinghuis. De experts vielen daar achterover van verbazing, want het komt zelden voor dat zo'n bijzonder instrument uit het niets opduikt.

Het instrument werd al eerder aangepast aan moderne tijden. Gebouwd in de uitlopers van de barokperiode had het oorspronkelijk geen pin, waarmee het op de vloer rust en op zijn plek wordt gehouden bij het virtuoze spel dat in de negentiende eeuw van de cellist werd verwacht. Omdat het geluidsvolume van de muziek in de loop der tijd toenam om grote emoties voor grotere zalen hoorbaar te maken, veranderde ook de bouw van de instrumenten. Zo ook Wispelweys Guadagnini, die met een stevigere zangbalk en de grotere hoek van de hals werd klaargestoomd voor de dynamiek van stalen (in plaats van darm-)snaren.

De karakteristieken van de cello zijn na al die aanpassingen bewaard gebleven. ,,Natuurlijk verandert er iets, maar dat betreft vooral de dynamiek. Ook de stalen snaren geven het instrument een andere kleur, maar de typische eigenschappen blijven bewaard. Een beer van een cello blijft een beer, een elegante cello blijft elegant klinken.''

Wispelwey zegt zijn aanwinst voor de meest uiteenlopende soorten muziek te willen inzetten: van Dvorak en Elgar tot Britten en Sjostakovitsj. ,,In mei neem ik er zelfs de Bach-suites live mee op. Ik denk dat ik er dan één of twee darmsnaren tussen zet, voor de kruidigheid.'' Barokcello speelt hij niet meer zo vaak, omdat het praktisch gezien heel lastig is om voor een handvol barokconcerten per jaar steeds naar huis te moeten om de barokcello op te halen. In het Bach-jaar 2000 is hij daarom begonnen met het spelen op moderne cello. En recent speelde hij concerten van Haydn op zijn Guadagnini, die hij speciaal voor de gelegenheid met darmsnaren had bespannen.

,,Het verschil met mijn 19de-eeuwse Franse cello is de inspiratie die het instrument me dagelijks brengt. Afgezien van 100 concerten per seizoen studeer ik ook nog eens zo'n 350 dagen per jaar: thuis, in hotelkamers en studio's. Het is dan iedere keer een feest om zo'n instrument uit je kist te kunnen halen. Ik kom net van een concerttournee, met de gebruikelijke interviews. Die gaan nu voor de helft over Guadagnini. Op de een of andere manier inspireren de faam en het prestige van het instrument ook de luisteraar in zijn luistergenot. Daar is ie ook een beetje voor gekocht.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden