Review

Een bedevaart naar Illiers is nergens goed voor - want allemaal nep

Toen Proust zijn eerste roman wilde publiceren, 'De kant van Swann', zag geen uitgever er brood in. “Dit is werkelijk een pathologisch geval”, besluit een lezersrapport voor de uitgever, “na de 712 bladzijden van dit manuscript (. . .), na de tomeloze wanhoop vanwege het verdrinken in onpeilbare uitweidingen en het tergende ongeduld bij de gedachte dat je misschien nooit meer bovenkomt - heb je geen flauw benul waarover het gaat!”

Zoals men weet, luidde die verwarrende eerste roman 'waarin niets gebeurt' een reeks in van meer dan tweeduizend bladzijden. Inmiddels wordt 'Op zoek naar de verloren tijd' beschouwd als een van de meesterwerken van onze eeuw. Thérèse Cornips is al decennia bezig Proust te vertalen. Het einde is in zicht, nu het eerste deel van het laatste boek is verschenen, 'De tijd hervonden'.

De triomfantelijke teneur van deze titel heeft betrekking op het allerlaatste deel: daarin zal de verteller, Prousts alter ego, geconfronteerd met de verwoesting die de tijd aanricht in hemzelf en in de mensen die hij heeft gekend, inzien dat schrijven het enige weerwoord is. In de kunst en in de literatuur wordt de tijd als het ware even stilgezet, smelten verleden en heden samen, en kan het anders zo vluchtige geluk bezworen worden, net zoals wanneer de herinnering ons plotseling onze geliefden teruggeeft die wij allang verloren zijn.

Op dat moment zal de zwaar zieke verteller, afgesloten van de wereld zoals de echte Proust dat ook was, besluiten zich enkel nog te wijden aan het optekenen van zijn herinneringen en overpeinzingen in een roman: het lijvige 'A la recherche du temps perdu', dat wij lezers dan net uithebben, en dus eigenlijk met andere ogen opnieuw moeten gaan lezen.

Anders dan in de delen waar de jeugd of de liefdes van de verteller centraal staan, blijft deze hier bijna voortdurend in de coulissen. De Eerste Wereldoorlog is losgebarsten. Hoe reageert het mondaine Parijs op de berichten van het front, op luchtalarm en bombardementen? Met sarcastische notities schetst Proust hoe de dames japonnen dragen die de soberheid van de tijd doen uitkomen, hoe de haat jegens 'de Mof' bon ton is, terwijl zijn krachtigste personages, altijd tegendraads, niet nalaten te wijzen op hun Duitse afkomst.

Passend in die sfeer zijn de briljante tien bladzijden pastiche van het dagboek van Edmond de Goncourt, die de verteller als bedlectuur verorbert. Om te concluderen dat dergelijk beschrijven van de buitenkant niets voor hem is, en dat hij ongetwijfeld niet geschikt is voor de literatuur. Want wat zijn brein 'verheugd op jacht' doet gaan “was op halve diepte gesitueerd, voorbij de buitenkant zelf (. . .). Al ging ik dan uit dineren, ik zag mijn tafelgenoten niet, want als ik naar hen dacht te kijken was ik hen aan het doorlichten.”

Deze manier van kijken levert scherpzinnige observaties op van de menselijke fauna. Twee figuren worden daarbij bijzonder uitgelicht: de baron de Charlus en zijn neef Robert de Saint Loup, beiden telgen uit het adellijke geslacht van de Guermantes, beiden homoseksueel. Saint Loup was een van de beste vrienden van de verteller, en is getrouwd met diens jeugdliefde Gilberte. Als viriele homoseksueel stort hij zich met veel bravoure in de oorlog. Hij sterft in stijl.

Aan de ander, de flamboyante Charlus (hoofdpersoon van 'Sodom en Gomorrha', het vierde boek uit de cyclus) observeert de verteller de knagende invloed van de tijd: de slopende rituelen van Charlus' masochistische herenliefde hebben van hem een karikatuur van zichzelf gemaakt. Zijn vroegere geliefde Jupien bestiert een 'hotel' waar ieder aan zijn gerief kan komen (we horen zelfs een vies oud mannetje vragen om een 'oorlogsinvalide').

De verteller - en de lezer met hem - zit letterlijk in de positie van voyeur, daar Jupien hem door raampjes als peep-holes de uitspattingen van de baron en andere kornuiten laat gadeslaan. De scène wordt beschreven met een haast antropologische precisie en milde humor, als een verborgen wereld achter de respectabele burgelijke façade.

Mooi zijn ook de beschrijvingen van de stad, die door de oorlog wonderlijk anders wordt. In nachtelijk Parijs, verduisterd vanwege de luchtaanvallen, wordt het luchtalarm voor sommigen het signaal zich in de donkere 'catacomben' van de metro te sorteren op zoek naar anoniem genot, verhevigd door het dreigende gevaar.

Mevrouw Cornips verdient groot respect voor de nauwgezetheid van haar werk. Na al die jaren met Proust op het bureau lééft ze ongetwijfeld in de 'Recherche' en kent ze alle personages als waren het familieleden. Het proustiaanse idioom vloeit als natuurlijk uit haar pen. Het komt mij alleen voor dat in de loop der delen haar zinsbouw steeds dichter naar het Frans is toegegroeid, wat de leesbaarheid niet bevordert (zo gebruikt ze veelvuldig absolute constructies met een deelwoord: “zijn hotel ondanks de oorlog vol zijnde”).

Waar liefde voor boeken ook toe kan leiden (behalve vertalen), beschrijft de Engelsman Alain de Botton in zijn lekker gekke 'Hoe Proust je leven kan veranderen'. Als een verhandeling over afslanken of het afzweren van tabak zet De Botton uiteen hoe het lezen van Proust je kan leren 'vandaag van het leven te genieten', 'met succes te lijden', 'emoties uit te drukken', 'een goede vriend te zijn' - en uiteindelijk, 'hoe je boeken weglegt'.

Het geheim van De Bottons geestigheid is zijn zogenaamd naïeve, praktische lezing van een auteur die meestal op zo'n voetstuk wordt geplaatst. Wanneer hij aanhaalt hoe Proust kon mijmeren bij het lezen van een spoorboekje vanwege de poëzie van de namen van plaatsen, drukt hij een treinentabel af, en je schiet in de lach. Erg leuk vond ik het weergeven van Prousts langste zin als visueel gedicht. Al te grote eerbied vertaalt zich in vijf symptomen, aldus De Botton: een ervan is de behoefte om een bedevaart naar Illiers (model voor Combray, het geboortestadje van Prousts verteller) te ondernemen, nergens goed voor: het is allemaal nep; een andere is het na willen maken van Françoise's chocolademousse (waarvan het recept wordt bijgevoegd).

Soms wordt het wat melig, wanneer De Botton, als voorbeeld van de herkenbaarheid van Prousts personages, foto's insluit van zijn Kate, die zo beantwoordt aan de beschrijvingen van Albertine. In elk geval een smakelijke illustratie van de woorden die Proust aan Gide schreef: “Ik ben van mening dat het mogelijk is zeer verheven gedachten over literatuur te hebben en er tegelijkertijd hartelijk om te lachen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden