Opinie

Een basisinkomen voor iedereen die participeert

Een vrijwilliger (rechts) helpt een belastingplichtige met de aangifte. Beeld anp

De samenleving verandert steeds sneller en de sociale zekerheid moet mee veranderen, betogen Raymond Gradus en Govert Buijs. Zij breken een lans voor het participatie-inkomen.

Sociale zekerheid blijft de gemoederen bezighouden. De zogenoemde participatiesamenleving doet een steeds groter beroep op burgers om allerlei zorgtaken op zich te nemen. Ook is de verandersnelheid van de samenleving en daarmee de fluctuatie op de arbeidsmarkt fors toegenomen: hele economische sectoren verdampen, andere komen op, wat nieuwe kennis en dus permanente scholing vraagt.

Ook dient de enorme toename van zzp'ers verwerkt te worden in de vormgeving van de sociale zekerheid. Daarom moeten we zoeken naar creatieve en werkbare nieuwe arrangementen die meer flexibiliteit én meer zekerheid bieden dan de bestaande regelingen.

Een basisinkomen lijkt een oplossing voor veel van de gesignaleerde problemen. Iedere inwoner van Nederland krijgt een onvoorwaardelijk inkomen, hoog genoeg om van te leven. Maar dit idee staat haaks op het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid in solidariteit. Van ieder mag immers een bijdrage aan de samenleving verwacht worden, ook van hen die tijdelijk inactief zijn op de arbeidsmarkt.

Daarnaast geven berekeningen aan dat een redelijk basisinkomen onbetaalbaar is. Maar als we op dit inkomen willen beknibbelen, is een aanvullende uitkering met nieuwe bureaucratie noodzakelijk.

Actieve bijdrage
Dit brengt ons bij de gedachte van een participatie-inkomen. Alleen inwoners die actief bijdragen aan de samenleving ontvangen een participatie-inkomen. Niet alleen werkenden, maar ook diegenen die zich actief laten scholen, waardoor dit 'een leven lang leren' bevordert. Ook studenten kunnen in aanmerking komen voor dit inkomen, waardoor zij minder schulden hoeven te maken. Ook is het wenselijk om het participatie-inkomen open te stellen voor hen die bepaalde vormen van vrijwilligerswerk doen, bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs.

Voor Nederland vormen de arbeidskorting en de algemene heffingskorting al een uitstekende basis voor een participatie-inkomen. Ook de zelfstandigenaftrek dient deel te gaan uitmaken van dit inkomen. Dit heeft als voordeel dat de huidige ongelijkheid tussen werknemers en zzp'ers voor een belangrijk deel wordt weggenomen.

Daarnaast kan een deel van de bijstand worden overgebracht in het participatie- inkomen, wat de armoedeval beperkt. Verder zou bij de AOW voor de jonge ouderen (bijvoorbeeld tot 75 jaar) overwogen kunnen worden om een (klein) deel over te hevelen naar het participatie-inkomen, zodat ook zij gestimuleerd worden meer dan nu actief te participeren.

Bureaucratie
Een aandachtspunt is de bureaucratie van een participatie-inkomen. Iets van de (wellicht ogenschijnlijke) simpelheid van het basisinkomen gaat verloren bij een participatie-inkomen. Daarbij moeten we ons realiseren dat bestaande regelingen reeds mogelijkheden bieden om vrijwilligers van de sollicitatieplicht te ontheffen.

Maar toch is het participatie-inkomen in ieder geval eenvoudiger dan de huidige sociale zekerheid met inkomens- en vermogenstoetsen. Bovendien ligt het in de rede de gemeenten zeker na de decentralisatieoperatie verantwoordelijk te maken voor het toekennen van een participatie-inkomen. Tot slot zullen we moeten beseffen dat een nieuw sociaal zekerheidsstelsel dat betaalbaar en rechtvaardig is, met afbakeningen en dus ook met regelgeving gepaard zal gaan.

Raymond Gradus: hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit
Govert Buijs: hoogleraar politieke filosofie aan de Vrije Universiteit

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden