Een avontuur uit een jongensboek

SCHIPHOL - Het wetenschappelijk succes moet nog bewezen worden, maar als jongensboekavontuur is de Nova Zembla-expeditie die gisteren op Schiphol terugkwam in elk geval geslaagd geweest. Spanning en sensatie in de Poolstreek, wrijving en misverstanden met de Russen, ijsberen en tragische ongelukken - een schrijver had het niet beter kunnen bedenken.

Zeven Nederlanders en vijf Russen hebben de afgelopen twee weken even geproefd aan de wereld van Willem Barentsz en Jacob van Heemskerk. In het gure poolklimaat van Nova Zembla hebben ze naar sporen gezocht van dat ploegje Hollandse ontdekkingsreizigers, dat de winter van 1596-1597 op Nova Zembla doorbracht.

Wat de door het Rijksmuseum en de Universiteit van Amsterdam uitgezonden expeditie zich had ingebeeld van het verblijf op Nova Zembla is uitgekomen. De archeoloog, de historicus, de bioloog en de rest van de groep, allen hadden de romantische schoolplaten van de overwintering voor ogen gehad, en nu zetten ze er hun voet in.

Er zijn weliswaar nog slechts halfverrotte funderingsbalken over, maar ze hebben toch maar hun slaapzak uitgerold op een plek, waar de helden van de Hollandse geschiedenis hebben gebivakkeerd. Ze hebben kogels, hoepels en spijkers gevonden van Barentsz' expeditie. En ze hebben in de rats gezeten, als er weer ijsberen in de buurt van hun kampementen waren, net als bij Willem Barentsz. De klapperende wind, de kou en dat vochtige klimaat waarin de archeologen lange dagen op hun buik of op hun knieen lagen. “We hebben na een verblijf van twaalf dagen in de zomer met onze moderne voorzieningen nog meer respect gekregen voor wat Barentsz en zijn mannen 400 honderd jaar geleden hebben doorstaan”.

Erg enthousiast over de samenwerking met de Russen, waren de Nederlanders niet. Het op een lijn brengen van de archeologen uit de Nederlandse en uit de Russiche school, vergde enkele dagen tijd. Dank zij contacten tussen het Rijksmuseum en het Archeologisch wetenschappelijk instituut in Moskou had het Instituut voor pre- en protohistorie van de Universiteit van Amssterdam werd de mogelijkheid op Nova Zembla onderzoek te doen, weggekaapt voor de neus van het Arctisch centrum van de Rijksuniversiteit te Groningen.

Het ging al fout op de heenreis, toen de Nederlanders hun materiaal niet dan met heel veel moeite in Sint Petersburg door de douane kregen. “Eerst was er niets geregeld”, mopperde expeditieleider Henk van Veen. De mist zorgde voor vertraging. De helikopter die hen van Dickson naar Nova Zembla moest brengen, bleek niet veel meer dan een 'vrachtwagen met een hefschroef erboven op'.

En toen ze op Nova Zembla waren, liet de apparatuur hen al snel in de steek. Dat werkte remmend op het opgravingswerk. De Russen spraken maar een paar woorden Duits, de Nederlanders geen woord Russisch. De Nederlandse archeoloog lag drie dagen ziek in zijn tent. Verder was de nieuwsgierigheid van ijsberen niet bevorderlijk voor de concentratie.

Drama's waren er ook: een Rus uit een weerstation die met tweede- en derdegraads brandwonden (vermoedelijk door een uiteengesprongen stoomketel) van de Nederlanders eerste hulp kreeg, en een Rus die bij het inladen van het materiaal een hartaanval kreeg, en in de armen van een Nederlands expeditielid stierf.

Toch spreken de Nederlanders met tevredenheid over hun reis. “Er is keihard gewerkt”, volgens Van Veen. “We hebben iets bijgedragen aan dat heroische verhaal over Barentsz.” Die bijdrage moet overigens voor een groot deel nog worden geschreven. Van de 400 vondsten die gedaan zijn, vinden verreweg de meeste hun weg naar het archeologisch instituut voor de wetenschap in Moskou. “Ze zijn eigendom van de Russen, wij hebben er niets over te zeggen”, aldus archeoloog Pieter Vloore.

Een passer, “vermoedelijk” van Barentsz of van de scheepstimmerman, een slot met sleutel “waarschijnlijk” van een scheepskist, een paar kaarsenstandaards die in de tafel of in de wand werden geprikt, een deurtje “we denken” van een scheepskist, onderdelen van een musket, schoenzolen en stukjes leer en textiel hebben ze gevonden in de half bevroren grond.

Hout van het huis en van het schip van Barentsz zijn wel mee naar Nederland gekomen, evenals talrijke monsters met zaden en pollen en overblijfselen van dieren. Die vondst moet de wetenschappers straks meer vertellen over het leven van de overwinteraars.

De vergulden voet van een drinkglas is de meest opvallende vondst die de expeditie tot nu toe heeft opgeleverd. Dat het niet meer is, komt door de “archeologische piraterij” in het verleden.

Het graf van Barentsz hebben ze niet gevonden. Het zou een van de redenen kunnen zijn in de toekomst nog eens een expeditie uit te sturen. “Maar dan met meer mensen, tijd en beter materiaal”, verzucht journalist Taco Slagter in een van zijn reisverslagen die hij voor het Utrechts Nieuwsblad maakte. “Van alle kanten is dit Nova Zemblaavontuur onderschat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden