Een avondje volkerenmoord

'In de twintigste eeuw zijn meer dan honderdzeventig miljoen onschuldige mensen door massamoord om het leven gekomen. Deze doden herdenken wij vandaag.'

Het is 27 januari 2001. De Britten houden voor het eerst in hun geschiedenis Holocaust Memorial Day, een primeur waarvoor de BBC-televisie bijna een hele avond zendtijd heeft ingeruimd. Er wordt onder meer live verslag gedaan van de ruim een uur durende nationale herdenkingsplechtigheid in Methodist Central Hall in Westminster. Het altaar van deze magi-strale kerk is ingericht als podium. In het midden torent een sculptuur van duizelingwekkende hoogte, een bouwsel van hout en plexiglas, dat tijdens de uitzending afwisselend bloedrood en spookachtig blauw wordt verlicht.

Wat stelt het voor? Is het een zandloper, een kruis, een hemelpoort? Dat is niet met zekerheid te zeggen. De vorm ervan is zo abstract mogelijk gehouden, waarschijnlijk om geen der aanwezigen voor het hoofd te stoten. Want een veelheid aan volkeren en religies is hier vertegenwoordigd. Onder de aanwezigen bevinden zich christenen en joden, mohammedanen en hindoestanen, shintoïsten en boeddhisten. Van de Sikhs tot en met de Bahai, ze zijn allemaal van de partij. Iedere sekte heeft zijn eigen symbolen, iedere stam heeft zijn eigen totems, dus uiterste voorzichtigheid is geboden. Een ongeluk zit in een klein hoekje. En deze samenkomst is bedoeld om volkerenmoord te herdenken, niet om er eentje te ontketenen.

Bij aanvang van de plechtigheid zitten de meeste genodigden, tweeduizend in totaal, al op hun plaats. Alleen de voorste rij stoelen is nog leeg. 'Het wachten is op de belangrijkste gasten van vanavond', aldus de verslaggever. Zijn commentaar onderscheidt zich nauwelijks van het commentaar bij andere typisch Britse aangelegenheden, zoals de tenniswedstrijden in Wimbledon of de paardenraces in Ascot. Terwijl de camera aan het publiek voorbij trekt, wordt vermeld welke prominent in beeld is, lord dinges of lady zus en zo. Sommige aanwezigen praten geanimeerd. Anderen zitten in gedraaide houding. Ze hebben er graag een stijve nek voor over om in de meute een bekende te ontdekken. Want mensen blijven mensen, ook op Holocaust Memorial Day. Ze verlangen ernaar te worden opgemerkt, zoniet door hun vrienden, dan in elk geval door hun vijanden. 'Jazeker, ik ben er ook', zegt hun triomfantelijke blik. 'En, mind you, ik heb een betere plaats dan jij.' Na verloop van tijd verschijnen de kopstukken van de avond: premier Blair en andere politici, gevolgd door kardinaal, aartsbisschop, opperrabbijn. Als laatste maakt prins Charles zijn entree.

Is er niemand vergeten? Schijnbaar niet. Er zijn een paar honderd overlevenden uit de Poolse vernietigingskampen. Enkelen van hen worden in vogelvlucht aan ons voorgesteld. 'Hier ziet u Hannes Schnabel', keuvelt de verslaggever. 'Hij wist in 1939 als kind uit Hitler-Duitsland te vluchten, maar zijn broertje bleef achter en vond de dood.' Intussen snelt de camera naar een andere survivor. 'Dit is Ruth Foster. Haar vader werd in 1942 voor haar ogen neergeschoten en haar moeder werd vergast.'

Ook zien we een heuse Russische generaal, in sovjetuniform en met enige kilo's onderscheidingen op de borst. 'Deze man is generaal Wasili Patrenko. Hij was erbij toen het Rode Leger in januari 1945

Auschwitz bereikte. We hebben hem gevraagd wat hij het ergste vond. De generaal was het diepst geschokt door de bergen koffers, schoenen en menselijk haar die hij in het kamp aantrof. Omdat hij daaruit kon afleiden hoe nauwgezet de moordmachine van Hitler had gewerkt!'

En kijk, daar zitten de genodigde ambassadeurs, zo'n zestig in getal, afkomstig uit welhaast iedere hoek van de wereld. Het gezicht van de Armeense ambassadeur staat grimmig. Er is onenigheid geweest tussen hem en zijn Turkse collega. De onder Armeniërs aangerichte genocide komt vanavond niet aan bod. Turkije ontkent nog steeds hardnekkig elke verantwoordelijkheid voor de slachting van een miljoen Armeniërs op Turks grondgebied. Armeense mannen, vrouwen en kinderen werden met sabels onthoofd, levend in ravijnen geworpen en verdronken in de Tigris. Bij deze volkerenmoord werd het Turkse leger destijds gretig geassisteerd door Koerdische vrijwilligers. Dezelfde Koerden die later op hun beurt zouden worden vervolgd? Inderdaad. Daaruit blijkt hoe ingewikkeld de zaken liggen, holocaustwise. Een volk dat het ene moment dader is, kan het volgende moment tot de slachtoffers behoren, en omgekeerd.

De Armeniërs zijn trouwens niet de enigen die geen verhaal mogen houden op het podium. Ook namens de Tibetanen, van wie er ruim een miljoen over de kling zijn gejaagd, spreekt niemand. Ze worden door de verslaggever slechts terloops genoemd, in één adem met tweehonderdduizend vermoorde Oost-Timorezen. Daarmee zijn ze altijd nog beter af dan de volkeren waarover vanavond in alle talen wordt gezwegen. De Biafranen, goed voor een miljoen slachtoffers, krijgen geen vermelding. We vernemen niets over het lynchen van zwarte burgers in de zuidelijke Verenigde Staten of over de onvrijwillige sterilisatie van Amerikaanse Indianen. Geen woord over de volkerenmoord in Afghanistan door sovjettroepen. Geen woord ook over de deportatie van een miljoen Kalmukken, Balkaren, Tataren en Tsjetsjenen naar Siberië, een gedwongen volksverhuizing die aan honderdduizenden het leven kostte. Want verwijzing daarnaar zou kwetsend kunnen zijn voor Wasili Patrenko. De gewezen sovjetgeneraal spreekt met heilige verontwaardiging over de moordmachine van Hitler, maar over de moordmachine van Stalin houdt hij stijf zijn mond.

Wel mag een Cambodjaanse het publiek vertellen over de terreur van de Rode

Khmers, waaraan zij als meisje op het nippertje is ontsnapt. Ook de slachting in Rwanda wordt herdacht. Drie vrouwen van Tutsi-origine zingen daarover een lied. De moord op moslims in de Balkan krijgt veel aandacht, waarschijnlijk omdat die recent en betrekkelijk dicht bij huis heeft plaatsgevonden. Een jongeman uit Bosnië vertelt over zijn gevangenschap in het kamp Omarska. Een kindvluchteling uit Kosovo ontsteekt een kaars voor de vermoorde Albanezen. Er worden vanavond tientallen kaarsen ontstoken. Maar lang niet ieder volk, in de twintigste eeuw uitgedund of uitgeroeid, staat in de schijnwerpers. Daarvoor is er te weinig tijd en veel te veel holocaust.

Getuigen van de Shoah komen het uitvoerigst aan het woord. De joden, met zes miljoen slachtoffers, nemen vanavond een bijzondere plaats in. Ze liggen, om in de stijl van Wimbledon en Ascot te blijven, 'aan kop'. Dat hangt samen met het onpersoonlijke, fabrieksmatige karakter van hun vernietiging. De publieke opinie is niet zozeer geschokt door de moord op zich, als wel door de manier waarop de moord plaatsvond: aan de lopende band en met gebruik van gifgas. Maar het opvallendste onderscheid tussen de Shoah en andere volkerenmoorden is het feit dat joden als zodanig geen afzonderlijk 'volk' zijn, geen als 'vreemd' te herkennen etnische groep. Integendeel, het kostte Adolf Hitler en zijn helpers de grootst mogelijke inspanning om de joden los te weken uit de Duitse gemeenschap waarvan ze deel waren. Aanwijsbaar 'anders' werden ze pas, toen ze de verplichte gele ster gingen dragen.

Twee van hen vertellen ons voor de zoveelste keer hoe tussen 1933 en 1945 de Europese joden stelselmatig werden beroofd van hun eigendommen, hun rechten en hun leven. Voor de zoveelste keer krijgen we beelden te zien van Auschwitz: het treinspoor waarover de transporten binnenrolden, de poort met de tekst 'Arbeit macht frei', de plaats van aankomst en selectie, het interieur van een gaskamer. Hierna betreedt een kinderkoor het podium om een onverstaanbaar lied te zingen ter nagedachtenis aan Anne Frank. Slechts af en toe vang ik een woord op. Ik moet me wel sterk vergissen, of het gaat om een passage uit het dagboek van Anne, de passage waarin zij heeft gezegd dat ze ondanks alles overtuigd was van de goedheid van de mensen. Met deze nagelaten tekst, die vooral bij niet-joden grote populariteit geniet, wordt tijdens dit soort herdenkingen tot vervelens toe geschermd. Daarbij wordt voor het gemak over het hoofd gezien, dat Anne Frank de woorden schreef in de betrekkelijke geborgenheid van het Achterhuis. Het is zeer de vraag of zij in Bergen-Belsen, ziek en hongerig en aan haar lot overgelaten, nog enig geloof aan de 'goedheid van de mensen' hechtte.

Vervolgens leggen andere slachtoffers van het nazisme getuigenis af. Eerst spreekt een gewezen politiek gevangene en daarna een homoseksueel. Laatstgenoemde is een met zorg gekozen gentleman, waaraan de lords en ladies onmogelijk aanstoot kunnen nemen. Ja, zo door en door keurig en aangepast is hij, dat Heinrich Himmler beleefd zou hebben geweigerd hem te vervolgen. Maar waar zijn de afgevaardigden van de Sinti en de Roma? Onder zigeuners zijn aanzienlijk meer doden gevallen dan onder homoseksuelen. Op zigeuners was, net als op joden, de Duitse rassenwetgeving van toepassing. Ook zij werden systematisch vervolgd. Ook zij werden onderworpen aan registratie en razzia's. Met ingang van 1940 werden ze bijeengebracht in Poolse getto's, waarvandaan ze op transport gingen naar vernietigingskampen. Enkele honderdduizenden zigeuners kwamen om van uitputting, door vergassing of bij medische experimenten. Toch ontdekken we geen Sinti of Roma in de kerk. Zijn ze gewogen en te licht bevonden? Werden ze niet salonfahig genoeg geacht om zich te mengen onder de hoogwaardigheidsbekleders die de rijen vullen? Hun afwezigheid wekt de indruk dat ze niet welkom zijn. Het is alsof de opvatting van de nazi's, dat zigeuners 'asociale elementen' in de samenleving zijn, door het gezelschap wordt gedeeld. Mij is niet bekend of er in het dodenrijk televisie wordt gekeken, laat staan of ze er de BBC ontvangen. Maar als dat het geval is, en als de in Auschwitz vermoorde zigeuners de uitzending hebben gezien, moeten ze meewarig tegen elkaar hebben gezegd: 'We zijn wéér niet door de selectie gekomen!'

Natuurlijk worden er zalvende frasen gesproken. Geen dodenherdenking zonder dooddoeners. Zowel opperrabbijn Sachs als premier Blair draaien het gebruikelijke repertoire af. 'Wie één leven redt, heeft de hele wereld gered', klinkt het. En: 'Wie niet van het verleden leert, is gedoemd het over te doen.' En: 'Opdat wij niet vergeten'. En: 'Nooit meer Auschwitz'. Het zijn verplichte holocaustnummers, waarover wijlen Renate Rubinstein in 1990 heeft geschreven: 'Binnenkort is het weer mei en ieder die iets vrooms te zeggen heeft zal weer roepen: nooit weer, nooit weer, nooit weer. Maar een praktisch voorstel ontbreekt. (...) Er wordt nooit bij gezegd wat je dan eigenlijk moet doen om herhaling te voorkomen.'

Daarmee is de tragiek van de plechtigheid getekend. Voor alle slachtoffers van genocide die hier worden herdacht, geldt min of meer hetzelfde: de wereld heeft hun dood niet verhinderd, omdat de wereld geen steek om hun leven gaf. Vanavond worden ze vereerd als helden. Maar er was niets heldhaftigs aan hun ondergang, noch aan de vergassing van de joden, noch aan het nekschot van de Cambodjanen. Ze hebben er ook nooit naar verlangd een heldendood te sterven. Het waren mensen zoals de meesten van ons. In de kantlijn van de geschiedenis deden ze hun werk, aten ze hun brood, brachten ze hun kinderen groot. Tot ze, in naam van welk ondoorgrondelijk noodlot dan ook, hun huizen moesten verlaten en in moordkuilen werden gestort. Eenzaam en ellendig kwamen ze aan hun eind, terwijl de internationale gemeenschap overging tot de orde van de dag.

Van de sprekers lijkt alleen Tony Blair zich van dit dilemma bewust. Halverwege zijn redevoering raakt hij zichtbaar vermoeid. Hij doet zijn best om een pose aan te nemen, maar hij gelooft er zelf niet in. Zijn blik dwaalt door de kerk zonder houvast te vinden. De grootheidswaan van de onderneming breekt hem kennelijk op. Heeft hij zijn hand overspeeld? Honderdzeventigmiljoen doden, dat zijn er toch wel rijkelijk veel om in een verloren uurtje te herdenken. Hij krijgt het er benauwd van. 'Er is hoop,' zegt hij, met groeiende vertwijfeling. 'Want het fascisme is verslagen en er heerst al meer dan een halve eeuw vrede in Europa. Het goede kan overwinnen, als wij dat willen. Het feit dat we hier vanavond bijeen zijn bewijst dat.'

Maar de bijeenkomst van vanavond bewijst helemaal niets van dien aard. De bijeenkomst van vanavond toont aan, dat er een strenge apartheid bestaat tussen het leed van de joden en de ellende van de zigeuners, tussen het bloed van de Cambodjanen en de tranen van de Oost-Timorezen, tussen de wonden van de Armeniërs en de verliezen van de Tutsi's. De bijeenkomst van vanavond onderstreept dat het hemd nader is dan de rok en dat politieke belangen zwaarder wegen dan mensenrechten. Er is geen aanleiding tot optimisme. In een wereld die er niet eens in slaagt de doden onverdeeld te herdenken, blijft de toekomst van de levenden onzeker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden