Een autobiografie. Een roman. Een liefdesbrief. Een grafrede. Een bestseller voor tieners. De perfecte moord. Een seksscène. Een reisverhaal.

Hoe schrijf ik een boek? Die vraag kwelt veel Nederlanders met schrijfambities. Trouw helpt schrijvers in spe op weg met een gevarieerde cursus. Aflevering 5: hoe schrijf ik een autobiografie?

Het is een absoluut mirakel dat ze er nog zijn, zegt Rosita Steenbeek (45). Want een maand na de dood van haar vader reed zij samen met haar moeder en Tado, een neef van haar vader, keihard tegen een boom. Tado zat achter het stuur en was op slag dood, de schrijfster en haar moeder belandden op de intensive care van het Utrechts Medisch Centrum. Daar lagen zij maandenlang plat op hun rug, soms hand in hand, aan hun ziekenhuisbedden gekluisterd door gipskorsetten, katheters, sondevoeding en morfine. Op een tafeltje in haar vaders oude werkkamer liggen nog wat ziekenhuisfoto's van moeder en dochter, breekbaar in bed. Rosita's moeder heeft een indrukwekkend metalen rek om haar gebroken nek, dat met schroeven is vastgezet aan haar schedel.

De schrijfster toont ook een foto van haar vader Jan Steenbeek, die aan de universiteit van Utrecht 17de-eeuwse letterkunde doceerde. In november 2002 overleed hij, op dezelfde intensive care-afdeling waar Rosita en haar moeder een maand later zouden liggen. ,,Ik mis hem verschrikkelijk'', zegt Steenbeek, die had verwacht dat ze haar ouderlijk huis in Amersfoort, nog zo vol van haar vader, uit verdriet nooit meer zou betreden. Maar toch schreef ze hier, in zijn werkkamer vol klassieke boeken, haar autobiografische roman 'Intensive care' (2004).

Tip 1: Lig rustig en zie toe

Direct na het ongeluk, verkreukeld op de brancard, dacht Steenbeek: ,,Hier lig ik en zie toe. Zo is het leven, dat heb ik altijd geweten.'' Ze heeft haar eigen ervaringen steeds met een zekere afstand bekeken: ,,Tijdens die hele dramatische periode ben ik ook altijd de schrijver, de beschouwer geweest''. Die afstand is noodzakelijk voor de autobiograaf, benadrukt schrijfdocent Anita Larkens in het blad Schrijven: ,,Niet jij bent het personage, maar je 'vertelde ik'. Wees daarom niet bang om je eigen beschouwer te zijn.''

Tip 2: Gebruik verse details

Eenmaal gerevalideerd besloot Steenbeek om meteen aan haar boek te beginnen. Ook al was het drama nog dichtbij en zou ze het werk ook als zwaar en therapeutisch ervaren: ,,Ik dacht: nu zijn mijn indrukken vers. De details kunnen het verhaal een extra kracht geven.'' Het sappige Betuwse accent van haar kamergenoot Gerrie, de grappen van de jongens van de gipskamer, de hallucinaties van haar moeder die dacht dat ze op een trapje of in een duikboot lag -ze maken haar relaas inderdaad levendig en indringend.

Tip 3: Zoek de universele thema's

Een persoonlijk drama hoeft anderen niet per se te interesseren, daarvan was Steenbeek zich als schrijfster bewust. Daarom stond zij stil bij de universele elementen in haar verhaal: de broosheid van het leven, de rouw om een dode vader, een plotselinge ramp, het moeizame proces van ziekte en herstel, de angst om na die veilige, witte ziekenzaal weer de echte wereld te betreden. Het zijn thema's die in haar persoonlijke geschiedenis zijn samengebald, maar die op een zeker moment ook het leven van de lezers zullen raken.

Tip 4: Schrijf sec

Emotionele momenten en grote drama's moet je zo sec en ingehouden mogelijk beschrijven, vindt Steenbeek. Alleen zo betrek je de lezers bij je autobiografie: ,,Ik heb beseft: dit is dramatisch materiaal, het moet niet larmoyant worden. Mijn gevoel moet niet tussen het boek en de lezer gaan staan.'' Sentimentaliteit is de grootste valkuil van de autobiograaf, die zich moet realiseren dat het meestal nóg korter en kaler kan. En dat er -ook of juist om de allerergste dingen- best mag worden gelachen.

Tip 5: Wees niet volledig

Wees vooral niet volledig, zo luidt een ander advies van Steenbeek. Probeer niet het hele verhaal te vertellen. Sommige herinneringen zijn heel sterk en voor jou persoonlijk belangrijk, maar volstrekt overbodig voor het boek: ,,Dat luistert toch naar eigen wetten van evenwicht, het boek moet niet langdradig zijn. Je herinnering kan ballast zijn, die de strakheid en de compositie niet ten goede komt.''

Tip 6: Verstrak je leven

En om die compositie draait het. Ingrijpen moet de autobiograaf, schrappen, vervormen en verstrakken, zijn leven naar zijn hand zetten. De schrijfster liet de chronologie los, plakte een scène met verpleegkundige Herman in de sterfscène van haar vader, probeerde alle 'bouwstenen' in een dramatisch interessante volgorde te monteren: ,,Het is ook een geschuif met stukjes werkelijkheid''. Vermijd de 'en-toen-en-toen'-stijl, adviseert ook docent Larkens: durf te experimenteren.

Tip 7: Voeg (geen) fictie toe

Mag een autobiograaf ook liegen, feiten verdraaien of verdoezelen? Volgens Ronald Giphart wel een beetje, zo schrijft hij in 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid' (2001): maximaal 25 procent van een waar gebeurd verhaal mag uit 'verhaaltechnische toevoegingen' bestaan. Maar Steenbeek bleef steeds heel dicht bij de werkelijkheid, noemt iedereen ook bij zijn eigen naam. Zelfs de naam van Dik Schoonheid, de man die haar uit het autowrak redde, is écht.

Tip 8: Laat iedereen meelezen

Giphart formuleert aan het begin van zijn dagboek nog een ander recht van de autobiograaf: het recht om sommige mensen meedogenloos neer te sabelen. Aan zo'n 'afrekening' had Steenbeek absoluut geen behoefte. Integendeel: zij liet het boek lezen aan haar moeder, haar zussen en broer en de weduwe van Tado voordat het naar de uitgever ging. ,,Ik stuurde ook hun drama de wereld in. Ik zou het niet kunnen verdragen als iemand met dit boek ongelukkig was.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden