Een atletiekgeneratie in de versukkeling

AMSTERDAM - Glasgow, 6 maart 1990. Plaats en datum weet Emiel Mellaard zich exact te herinneren als hem wordt gevraagd wanneer zijn sport hem voor het laatst een kick heeft bezorgd. Zilver tijdens de EK indoor, daarna raakte het begenadigde verspringtalent in de versukkeling. Als het niet lichamelijk was, dan was het wel mentaal.

Volgende week in Hechtel, dan sta ik er weer, sprak de piekeraar zaterdag stoer. Hoop op een limiet voor de wereldkampioenschappen tegen beter weten in. Zojuist heeft Mellaard de grootste deceptie uit zijn lange carriere moeten slikken. Zesde (!) tijdens de Nederlandse atletiekkampioenschappen, de ene naamloze springer na de andere vloog hem voorbij. Slechts Frans Maas kan bogen op allure, zij het ook uit reeds vervlogen tijden. Ook bij hem wil het niet vlotten sinds hij zich als full-prof op zijn sport richt. Maas moest het zaterdag in Amsterdam weer eens hebben van zijn laatste sprong, waarmee hij de titel veiligstelde.

Maar van het felbegeerde ticket naar Stuttgart bleef hij vijf centimeter verwijderd. Mellaard en Maas, ooit waren zij voorbestemd om van het verspringen het koningsnummer van de nationale atletiek te maken. Twee mannen van internationale kwaliteit op hetzelfde technische onderdeel, dat was voor Nederlandse begrippen ongekende weelde. Zoals momenteel Erik en Corrie de Bruin op kogelstoten en discuswerpen een uitzondering vormen. Evenals Erik de Bruin (mits fit een garantie voor kwaliteit) vormen Maas en Mellaard nazaten van een kwalitatief hoogwaardige atletiekgeneratie. Ongewild stonden de verspringers afgelopen weekeinde model voor het afglijden van de Nederlandse baansport. Al jaren is het tijdens de nationale titelstrijd een matte, magere bedoening. Maar vrijwel altijd slaagde een behoorlijke groep sporters er met succes in de toegangsexamens voor de internationale titeltoernooien te doorlopen. In 1978 werd voor het laatst een pretploeg naar een internationaal toernooi afgevaardigd. Wie niet met krukken liep, mocht starten tijdens de EK in Praag. Vier jaar later werd onder het regime van Herman Buuts streng geselecteerd en vond slechts een enkeling de weg naar Athene waar Gerard Nijboer geschiedenis schreef met zijn Europese titel op de marathon.

Gaandeweg ontstond binnen een steeds grotere groep een bevlogenheid die resultaat opleverde. Het aantal finale-plaatsen werd talrijker, altijd was er wel een medaille en Nederland ontwikkelde zich zowaar tot een indoornatie van allure, zij het slechts kortstondig. Maar wat is van dat alles over? In de zaal wordt er geen pot meer gebroken en op de internationale buitenbanen zijn resultaten afhankelijk van een enkeling die begenadigd met talent bereid blijkt alles voor de atletiekcarriere opzij te zetten. En dan is het nog maar de vraag of het lichaam het aftasten der grenzen tolereert. Gezien het overstelpend aantal blessure- en ziektegevallen blijkt het moeilijk atleten in toom te houden en met de medische begeleiding blijft het behelpen. Niet voor niets zoekt NOC/NSF-arts Peter Vergouwen elders wanhopig naar mogelijkheden om zijn werk eindelijk echt professioneel te structureren, bijvoorbeeld binnen een universiteit. Maar financien blijven vooralsnog de beperkende factor.

Verdoezeld Het kleine ploegje (negen deelnemers) dat twee jaar geleden de verre reis naar Tokio maakte, was eigenlijk al een teken aan de wand maar de recessie werd een jaar later enigszins verdoezeld door de zestien mens grote formatie voor de Barcelona-Spelen. En het goud van Ellen van Langen natuurlijk. Maar de Olympisch kampioene kampte dit jaar met blessures en geeft zichzelf slechts vijf procent kans om over vier weken in Stuttgart te starten. Ook bij anderen staat dat cijfer door lichamelijke ongemakken geheel of vrijwel op nul: met Van Langen, Christine Toonstra, Robin van Helden en Marcel Versteeg staat meer dan de helft van KNAU's 'elitegroep' buiten spel. En van de veertien in faciliteitengroep Ib ingedeelde atleten vallen er voor de WK twaalf buiten de boot. Ofschoon een enkeling zich dankzij een verruiming van de limietperiode nog aan een laatste strohalm vastklampt. De trieste cijfers omtrent de WKploeg: Anne van Schuppen, Bert van Vlaanderen en John Vermeule zullen vermoedelijk figureren op de marathon. De eerste twee verkregen toegang op basis van een gelopen b-limiet in combinatie met een Nederlandse titel; de nog iets tragere Vermeule kreeg clementie. Feitelijk voldeed slechts Carla Beurskens aan de a-eis, maar de veterane verkiest een lucratieve wedstrijd elders.

Voor de baanploeg is de situatie helemaal triest. De voorgeselecteerden Van Langen (zij wordt formeel wel ingeschreven, er mocht zich een mirakel voltrekken) en Toonstra haakten af wegens een blessure en ziekte. Slechts Erik (discus) en Corrie de Bruin (kogel) en Marco Koers (800 meter) voldeden aan de zwaarste eisen. Bovendien profiteerde een drietal afgelopen weekeinde van een nieuwe, wel erg clemente selectiewijze: een b-limiet in combinatie met een Nederlandse titel is goed voor een reis van kleuterklas naar Hogeschool. Voor de na een reeks blessures moeizaam terugvechtende Elly van Hulst was dat op de drie kilometer een uitkomst. Maar ze is wel zo reeel dat ze een WK-start laat afhangen van een al dan niet succesvolle race tijdens het Grand Prix-gala van Zurich, volgende week woensdag. Tevens bereikten Jacqueline Goormachtigh (kogel en discus) en Inge Langenhuizen (100 horden) via de zijdeur een podium waar zij niets hebben te zoeken.

Door de mand Bert Pauw, opgeklommen tot technisch directeur bij de KNAU, zei dat laatste niet, maar dacht het wel toen hij de selectiewijze evalueerde. Indien de 'b-keuze' tijdens de WK 'keihard door de mand valt, zullen we deze selectie-wijze moeten heroverwegen'. En blijft er nauwelijks nog een ploeg over. Pauw sprak zich met 'een niet zo'n opwekkend beeld' nog mild uit over de kwakkelsituatie. Maar hij lijkt niet van zins om Nederlandse kampioenen die de b-limiet op een haar na misten (verspringer Maas vijf centimeter; sprintster Poelman eenhonderdste van een seconde op 100 meter) het voordeel van de twijfel te geven.

“Vroeger hadden we het over een fractie van de a-limiet, we praten nu over een zwakkere b-limiet, die toch echt wel de minimum vereiste is.” Maar intern worden de zaken voor 3 augustus (sluiting inschrijfdatum WK) op een rijtje gezet en zal ongetwijfeld het 'matsen' van marathonloper Vermeule als precedent op tafel komen. Harde, grillige wind en even ook een enorme plensbui (jeugdwereldkampioen Laurens Looije miste door dat laatste gisteren de aanvangshoogte bij het polstokhoogspringen) speelden de deelnemers op diverse onderdelen parten, maar het kon het zwakke niveau over de hele linie niet verbloemen. En Erik de Bruin kon er zelfs niet mee leven. Nadat hij de titel bij het kogelstoten met een poging had veiliggesteld, verliet hij ook na een succesvolle worp (63.06 meter) mokkend de discusring. De vice-wereldkampioen moest het doen met een ongunstige meewind, daar de organisatie niet bleek te beschikken over een kooi aan de overzijde van het veld.

Een voorstel om na de titelstrijd dan maar zonder kooi (“Ik werp er toch nooit buiten”) een werpdemonstratie te geven werd wegens veiligheidsaspecten afgewezen. “Jammer”, concludeerde de atleet die zich eindelijk fit en sterk zegt te voelen. “Anders had ik een paar leuke afstanden neer kunnen leggen.” Maar zijn voortijdige aftocht had ook een soort wraak in zich. Enkele jaren geleden werd zijn zus Corrie in Amsterdam gediskwalificeerd, naar later bleek ten onrechte. Nimmer kwam de gevraagde excuusbrief en dat soort zaken blijft lang hangen. Bij zijn zus kennelijk ook. Ze was wel in Ookmeer aanwezig, maar kwam niet in actie. Zij neemt deze week in San Sebastian deel aan de junioren-WK, alvorens ze zich als 16-jarige in Stuttgart tussen de senioren waagt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden