Een atheïstische christen

Oriana Fallaci, die donderdagnacht overleed, verwierf wereldfaam als oorlogcorrespondente en schrijfster. Maar ze zal vooral herinnerd worden om haar nietsontziende eenmansguerrilla tegen de islam.

Een paar dagen geleden werd Fallaci, die haar tijd de laatste jaren verdeelde tussen New York en Italië, in alle stilte opgenomen in een ziekenhuis in Florence. Zij wilde sterven in de stad waar zij op 29 juli 1929 werd geboren als dochter van een antifascistische activist.

’La Fallaci’ was nog een puber toen zij zich aansloot bij het verzet tegen Mussolini en net 16 toen zij haar debuut maakte als journalist. Zij maakte naam als – roekeloze – oorlogscorrespondent in Vietnam, Latijns-Amerika, India en Pakistan en het Midden-Oosten. In 1968 werd ze neergeschoten en voor dood achtergelaten in Mexico waar ze verslag deed van een studentenopstand.

Als een vasthoudende ondervraagster van zo’n beetje alle groten der aarde van haar tijd werd ze wereldberoemd: Jasser Arafat, Golda Meir, Kadafi, Indira Gandhi, de Vietnamese generaal Giap, Koning Hoessein, Deng Xiao Ping.

Henry Kissinger noemde zijn confrontatie met Fallaci het ’meest catastrofale gesprek’ dat hij ooit had gehad. Fallaci dwong Kissinger zozeer in het defensief dat hij uiteindelijk toegaf dat de oorlog tegen Vietnam ’nutteloos’ was. Een gesprek met Khomeini, die zij uitvoerig aan de tand voelde over vrouwenrechten, eindigde bijna in een handgemeen toen ze aan het eind de daad bij het woord te voegde en haar sjador afdeed.

Zelf relativeerde ze het belang van haar interviews: „Het is een klein deel van mijn werk, en zeker niet het moeilijkste. Ik ben een schrijfster die af en toe eens wat journalistiek werk doet.”

De enig bekende geliefde van Fallaci was de Griek Alekos Panagoulis, een tegenstander van het kolonelsregime die onder verdachte omstandigheden aan zijn einde kwam. Aan hem wijdde ze het boek ’Een man’.

Fallaci was links, maar verwijderde zich steeds verder van progressief gedachtegoed. In 1975 schreef ze haar eerste bestseller: ’Brief aan een nooit geboren kind’, een boek waarin zij zich tegen abortus uitsprak. Haar roman ’Inshallah’ (1990), waar ze zes jaar aan werkte, wekte woede omdat ze de Palestijnen als enige schuldigen aanwees voor de burgeroorlog in Libanon.

’ Een atheïstische christen’, zo definieerde zij zichzelf jaren later. Iemand die niet gelooft, maar zich verbonden voelt met de christelijke identiteit van Europa. Een Europa dat te welvarend is en lijdt aan een gebrek aan moraal en spiritualiteit.

Vorig jaar werd ze door paus Benedictus XVI ontvangen. In de Wall Street Journal vertelde ze dat ze zich ’minder alleen voelde met de boeken van Ratzinger’ zoals ze de paus steeds noemde. Met hem deelde zij haar pessimisme over de ’zelfhaat van Europa’, ’de pathologische neiging alleen datgene te zien wat deplorabel en destructief is ten koste van het grootse en pure’.

„Ik ben een atheïst, en als een atheïst en een paus dezelfde dingen denken, dan moet er ergens een waarheid zijn. Zo simpel is dat! Er moet zoiets zijn als een menselijke waarheid die boven religie uitstijgt.”

De vorige paus, ’Wojtyla’, bewonderde zij ook, maar zij vergaf hem niet zijn ’slappe houding ten opzichte van de islamitische wereld’.

Toen bij haar borstkanker werd ontdekt, in 1993, trok zij zich terug om ’oorlog tegen mijn lijf te voeren’. Ze geloofde dat ze haar ziekte te danken had aan de brandende oliebronnen tijdens de Golfoorlog.

De aanslagen van 11 september luidden een laatste periode in van koortsachtige activiteit. De herrie die volgde op ’De woede en de trots’ (2002) en ’De kracht van de rede’ (2004) en een boek waarin zij zichzelf ondervraagt, overschaduwde alle andere polemieken waarvan zij tot dan het middelpunt was.

In haar boek ’De woede en de trots’ haalde zij verwoestend uit naar moslims en de ’krekels van de progressieve pers’ die in naam van een verkeerd begrepen tolerantie de waarheid niet durven zeggen’.

In het voorwoord worden ’de volgelingen van een god die het oog-om-oog-tand-om-tand aanbeveelt’ zo toegesproken: ,,Ik ben geen twintig meer maar ik ben wel in de oorlog geboren, in de oorlog ben ik opgegroeid, in de oorlog heb ik het grootste deel van mijn bestaan geleefd, van oorlog heb ik verstand. En kloten heb ik meer dan jullie”.

Osama bin Laden is het topje van een berg, schreef ze, „een berg die sinds veertienhonderd jaar niet beweegt, niet uit de afgronden van zijn blindheid treedt, niet de poorten opent voor de veroveringen van de beschaving, niet wil weten van vrijheid en rechtvaardigheid en democratie en vooruitgang”.

„In plaats van een bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de beschaving, brengen de zonen van Allah hun tijd voornamelijk door met hun kont omhoog, biddend tot Allah.” Vooral Arabische mannen wekten haar weerzin: „Zij hebben iets wat vrouwen met een goede smaak onmiddellijk afstoot”.

Een egocentrische scheldpartij die bol staat van xenofobie, islamofobie en racisme, zo luidde het oordeel meestal.

Maar in ’De kracht van de rede’ schreef Oriana Fallaci onverstoorbaar verder over de ’invasie van moslims die Europa verandert in Eurabië’. Een ontwikkeling die aan haar landgenoten voorbij gaat: „de Italianen, vanwege hun aangeboren gebrek aan trots, voelen zich niet beledigd wanneer islamitische immigranten op hun monumenten urineren of de bordessen van hun kerken onderschijten.”

Van een onderscheid tussen een goede en een slechte islam of een extremistische en liberale versie van de islam wilde Fallaci niets weten: „Als je in die illusie leeft en niet begrijpt dat er maar één islam is, is dat tegen de rede.” Onze grootste vijand, zo zei ze tegen de Spaanse krant El Mundo, heet niet Bin Laden of Al-Zarkawi. „Onze grootste vijand is de Koran, een boek dat deze mensen heeft vergiftigd.”

Ze vergeleek zichzelf met Cassandra, de koningsdochter die de ondergang van Troje voorspelde en naar wie niemand wilde luisteren. Of met Seneca, die wist dat het Romeinse rijk zou vallen, maar niets kon doen.

In Frankrijk probeerden moslimorganisaties haar eerste boek vergeefs uit de winkel te krijgen. De Unie van Italiaanse moslims wilde haar zelf voor de rechter te slepen. Dat zij van ’een activistische rechter’ wel moest voorkomen, was een bevestiging van alles wat zij had gezegd over de ’mentale en culturele schade’ veroorzaakt door de invasie van de islam.

Afgelopen juni begon in het noordelijke Bergamo een proces. Maar het is gebleven bij een dag, waarop ’technische details’ werden behandeld.

President Giorgio Napolitano betreurde gisteren „een journaliste van wereldformaat, een succesvol auteur, een gepassioneerde hoofdrolspeler in levendige culturele debatten. Zij voerde een bewonderenswaardige, niet aflatende strijd tegen de ziekte die haar trof.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden