Een asceet tussen vier muren

Anders dan wat doorgaans gebruikelijk is laat René van den Broek op zijn presentatie bij Galerie Nouvelles Images in Den Haag niet uitsluitend zijn meest recente werk zien. In de grote achterzalen van de galerie hangt een museaal aandoend overzicht van werken die sinds het begin van de jaren '80 zijn ontstaan. Hij bevestigt daarmee de indruk dat hij graag wil laten zien wat hij heeft gemaakt in de jaren dat hij in een betrekkelijke anonimiteit heeft verkeerd.

Tegelijk zorgt deze presentatie ook voor een lichte schok van herkenning: nog altijd is er de herinnering aan het werk van Van den Broek waarmee hij in het begin van de jaren '80 doorbrak. Even genoot hij toen landelijke bekendheid door samen met René Daniëls en Henk Visch deel te nemen aan de Biënnale van Parijs. Uit deze voor jonge kunstenaars opgezette manifestatie kwamen later tentoonstellingen in musea in Villeneuve d'Asq en Lyon en het Institut Néerlandais in Parijs voort. Maar bij die bekendheid in Frankrijk bleef het. In Nederland wettigde de te geringe belangstelling voor zijn werk geen vervolgtentoonstelling. Van den Broek kreeg later in Weert - de plaats waar hij in 1952 werd geboren - wel tot twee keer toe een presentatie, maar in de Randstad koesterden de musea meer belangstelling voor de nieuwe media dan voor de schilderkunst.

Om zijn werk opnieuw onder de aandacht te brengen besloot hij het onlangs in boekvorm te presenteren, waarbij de overzichtstentoonstelling bij galerie Nouvelles Images het 'bewijsmateriaal' moest leveren. In een poging om aan te tonen dat Van den Broek zeker in het buitenland niet vergeten is en er zelfs hogelijk gewaardeerd wordt, brachten bevriende kunstenaars hem in contact met Donald Kuspit. De bekende New-Yorkse kunstcriticus, die in zijn boeken doorgaans 'grote' namen als Jeff Koons of Claes Oldenburg behandelt, toonde zich bij het zien van het werk van de Amsterdamse schilder onmiddellijk bereid om een essay voor de monografie te schrijven.

Het lijkt er op dat Van den Broek zelf weinig energie vindt om zijn werk onder de aandacht te brengen. ,,Dat komt vooral door mijn werkwijze. Ik ben iemand die heel vroeg op de dag in zijn atelier wil zijn. Als de dag voor de helft voorbij is en ik moet dan nog beginnen, dan voelt dat niet goed. Ik schilder niet de hele dag. Ik kruip pas laat in de middag in het werk, het moet helemaal van mij worden. Tot op dat moment heb ik nog niets geschilderd. Alles staat in het teken van het panklaar maken: het uitzoeken van de materialen die ik wil gebruiken en het er over nadenken wat ik ga doen. Het is niet even binnenkomen en meteen schilderen. Ik ben de hele dag met mijn werk bezig, ik ga door tot het tijd is om met mijn gezin te eten en wil dan nog voordat het NOS-journaal begint weer op mijn atelier terug zijn. Ik schilder door tot één, twee uur 's nachts, totdat mijn benen me zeggen dat ik moet stoppen. Zo'n werkwijze valt niet te combineren met het er op uit gaan en zorgen dat de winkel draait, de verkoop dus. Dat schiet er bij in en dat zie ik zelf ook wel als een bezwaar. Ik ben van huis uit een asceet tussen vier muren. Dààr moet het gebeuren, want de schilderijen vallen zogezegd niet uit de hemel. Ik geloof niet dat goede kunst zomaar tussen de soep en de aardappelen ontstaat.''

Nee, ik denk dat er wel meer aan de hand is.

René van den Broek: ,,Maar wat? Na jaren van te zijn weggeweest is het wel heel erg simpel er zo over te praten. Ik vind het ook niet zo eerlijk. Alles heeft zijn ups en zijn downs. Waar begin je, tien, twintig jaar geleden? Het gaat toch om een heel proces.''

Je had net zo goed postbode kunnen worden.

,,Ik heb de Rietveld Academie gedaan, later de Rijksakademie. Dan heb je de mogelijkheid om een start te maken. Maar kunstenaar kun je niet worden, en postbode wel. Kunstenaar worden is eigenlijk een soort ziekte waar je aan lijdt. Kunstenaar word je niet, dat ben je. Wie wil vandaag de dag nog kunstenaar worden? De mensen willen toch houvast hebben in de korte tijd dat ze leven. Kunstenaar zijn biedt het minste houvast. Niemand mist het schilderij dat nog niet geschilderd is. In deze wereld zit toch niemand op een schilderij te wachten.''

Laten we het hebben over de keuzes die je als schilder moet maken. Wat schilder je nu precies?

,,Het gaat om een goed schilderij. Het schilderij bepaalt zelf hoe het er als schilderij uitziet. De schilder vormt als regisseur samen met het schilderij een eenheid, een synthese. Daar ligt ook het mysterie van het schilderij zelf. Je ziet hier in de galerie een serie kinderportretten die ik naar aanleiding van het zien van de film 'The last Emperor' van Bernardo Bertolucci heb gemaakt. In de tijd dat ik aan die serie begon, had mijn zoontje David ongeveer dezelfde leeftijd als het jonge keizertje en ik heb veel van hem in die portretten verwerkt. Ik ben als schilder ook helemaal niet geïnteresseerd in het acteurkind van Bertolucci om het zo goed mogelijk uit te schilderen. Ik heb wel schilderkunstige overwegingen. Het schilderij wil op de eerste plaats schilderij worden en niet louter en alleen verhaal. De film is een aanleiding, maar ik ga er wel verder mee. Zo heb ik de keizer een denkbeeldige kunstcollectie gegeven, dat leidt tot een nieuwe serie schilderijen.''

Je had het over schilderkunstige overwegingen.

,,Ik heb me in de afgelopen twintig jaar beziggehouden met een spel van beurtelings figuratief en non-figuratief schilderen en dat soms samen in één en hetzelfde schilderij. De schilderijen hebben zichzelf een weg gebaand.''

Bedenk je, voordat je begint, wat je gaat maken? Ben je met andere woorden conceptueel bezig, of ontstaan de schilderijen min of meer buiten jezelf?

,,Nee, ik neem geen beslissing om op een bepaald moment al dan niet figuratief te werken. Het ene schilderij zal zich in figuratieve zin ontwikkelen, het andere niet. Het is een soort draad met een eind er aan. Ik weet niet van tevoren hoe het uitpakt, ik wil dat ook openlaten. Als ik het vooraf zou weten, dan hoef ik het schilderij niet meer te maken. Al schilderend poog ik alert te blijven. Dan kom je uit op de puurste vorm van het schilderij. Ik voelde vanmorgen dat er prachtige nieuwe werken aan zitten te komen die nu nog schuilgaan achter de schilderijen hier in de galerie. Ze zijn al aanwezig, ze moeten alleen tevoorschijn komen.''

René van den Broek: ,,Ik hecht er waarde aan om dichtbij mezelf te blijven. Maar het hoeft niet coûte que coûte. Je moet blijven openstaan voor nieuwe invallen, maar je moet ook weer niet aan trends beantwoorden. Ik hoef de mensen niet te behagen die de mode verdedigen. Ik ga voort in een schilderstraditie die we hier al heel lang hebben. Met Italië en Spanje hebben wij de langste schilderstraditie. Ik wil dat verdedigen en er tevens een nieuwe injectie aan geven. Ik hoef me ook niet af te zetten tegen het verleden. Ik kan van legio kunstenaars genieten. Uit deze eeuw zijn dat Picasso, Matisse, Soutine, Balthus... Er bestaan in de schilderkunst normen die altijd blijven gelden. Dat zijn schilderkunstige wetten van vijfhonderd jaar geleden, van vorige week of van over zestig jaar. Die kunnen uitgebreid worden, maar ze blijven in de kern hetzelfde. Een vlak blijft altijd een vlak, een lijn een lijn en een klank een klank. Daar valt niets aan te veranderen. Maar de manier waarop, de vorm, dat blijft altijd meespelen. Gezamenlijk zijn dat de bouwstenen van het huis dat schilderkunst heet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden