Een artiest met talent is als een goed getrokken bouillon, vindt regisseur Ruut Weissman.

Op een bankje in het Amsterdamse Wertheimpark zit een kleine man gedreven te praten, met grote gebaren. Ruut Weissman (49) is artistiek leider van de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie en regisseur van onder meer Acda & De Munnik, De Vliegende Panters, Jenny Arean en Lenette van Dongen. Hij schreef 'De kunst van het bedriegen'. Over de bouwstenen en de mentaliteit die een artiest nodig heeft om een goede podiumkunstenaar te zijn. Maar ook voor het publiek, dat vaak met minder genoegen neemt dan waarop het recht heeft.

Weismann: ,,In het theateramusement in de breedste zin van het woord heerst een soort onzorgvuldigheid, een vorm van amateurisme. Ik heb een manier van denken ontwikkeld om jezelf te professionaliseren. Mensen met een gigantisch talent, zoals Jacques Brel of Hans Teeuwen, hebben er organisch en soms onbewust een vak van gemaakt. Maar zij zijn de krenten in de pap. Ik wil dat de pap ook goed is. Toen ik zelf op de Kleinkunstacademie zat, was het een hele slechte school. Ik ben alleen maar bezig om de school te maken die ik zelf had willen volgen en de cabaretiers af te leveren die ik zelf had willen zijn.''

Weissman legt in zijn boek uit dat een goede amusementskunstenaar gemaakt is van echte, getrokken bouillon en dat de mindere slechts een maggiblokje is. ,,Talent heeft te maken met twee dingen: aanleg en wat je ermee doet. Mensen kunnen ver komen door heel graag te willen, hard te werken en zeer gepassioneerd te zijn. Veel vlieguren maken, niet bang zijn, je plek kennen, een olifantenhuid hebben, al die clichés. Wat ik met die bouillon probeer uit te leggen, is dat iemand die talent heeft ook goed in de verbeelding moet kunnen werken. Niet als jezelf staan leuteren op het toneel, dat is niet interessant. Je moet transformeren tot een theaterpersoonlijkheid, die weer stileren en weten waar de finesses zitten. Hoe weinig cabaretiers zie je die werkelijk snappen wat het betekent om een lach te horen? Je ziet iemand een makkelijke grap maken, het publiek lacht erom en de cabaretier is meteen uit zijn concentratie. Nee, dan Toon Hermans, die gebruikte die lach als een soort kracht om door te gaan. En als hij die lach niet wilde hebben, dan negeerde hij 'em, want hij moest door met zijn verhaal. Dat is bouillon.''

,,Ik durf te zeggen: de voorstellingen die ik regisseer zijn niet slecht. Dat klinkt misschien arrogant, maar dat kan me niks schelen, want ik zeg er ook meteen bij dat ik nooit weet of de voorstelling ook een succes zal zijn. De grootte van mijn ego valt mee, hoor. Ik wens serieus genomen te worden; mijn ego wordt gestreeld als er een mooie voorstelling staat. Als ik meer ego had gehad, was ik misschien nog beter geweest. In eerste instantie regisseer ik op mijn oren. Een musical van Annie Schmidt bijvoorbeeld (Weissman maakte remakes van 'Foxtrot' en 'Heerlijk duurt het langst'), die zit eigenlijk een beetje truttig in elkaar. Dan zoek ik naar een maatsoort die juist niet truttig is, een 5/8, dat is: een, twee, drie, een, twee, een, twee, drie... dat wringt.''

Weissman begint met zijn vingers te knippen. ,,Daar ben ik heel precies in, ik zorg dat alle scènes en alle overgangen tussen de scènes in die 5/8ste maat zitten. Daardoor gaat ie scheef lopen. Visueel ben ik minder sterk. Op dit moment regisseer ik de rock-comedy 'Ren Lenny Ren' van Acda & De Munnik, daar heb ik een choreograaf bijgehaald die de visuele dingen moet verzinnen. Maar ik kan wel op muzikaliteit en inhoud een goed verhaal vertellen. Ook in het cabaret.''

Zelf begon Ruut Weissman op 21-jarige leeftijd in het vak als pianist van Frans Halsema. ,,Eén ding heb ik van hem geleerd: geen fouten maken. Dat betekende dat ik een ander, nieuw concentratieniveau moest bereiken, bij elke repetitie moest ik 100 procent geven, altijd scherp zijn. Ik leerde een professionele houding. In mijn boek staat het motto 'Il faut tout prendre au sérieux, rien au tragique'. Als je iets doet in je leven moet je dat serieus doen en niet dramatiseren. Ook in de amusementskunst. Om tot ongelooflijke hilariteit, grappen en pret te komen. Dat moet een hele serieuze zaak zijn. Als ik Mini & Maxi hoor praten over hun vak, denk ik: ja, dat is zoals het zou moeten zijn. Ten eerste in wat ik zie op het toneel en ten tweede hoe die mannen daarmee bezig zijn. Met talent, liefde, overgave en zorgvuldigheid. De top van de pyramide is in orde, maar wat er onder zit -en dat geldt voor mij voor artiesten, impresariaten én de media- vind ik van een te laag niveau. Het is allemaal zo eenduidig, zo één-op-één. Ik vervreemd van mijn eigen vak. Het is toch veel leuker om het te hebben over de dingen waar het in het leven echt om gaat, waar de wereld om draait, wat je vervolgens verpakt in een genre dat daar lichtvoetig mee omgaat? Dát vind ik interessant, dát is mijn vak.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden