Een ark vol poppen

(ROGER DOHMEN )

Theatermaker Aad Peters verbouwt een ark van zeventig meter tot ’bijbels entertainmentschip’. Hij wil daarmee de verhalen uit de Schrift weer bekend maken bij een groot publiek. ’Er valt in de Bijbel zo veel te lachen.’

Passerende binnenvaartschippers kijken iets langer op dan normaal, wanneer de houten kolos voorbijdrijft. Geen collega dit keer, maar een bijbels tafereel in een Hollands winterlandschap. Door het koude water van de Merwede, iets voorbij Dordrecht, glijdt een schip: de Ark van Noach. Hij is op weg naar de haven van Rotterdam.

De bouwer heeft zich overduidelijk laten inspireren door plaatjes uit de kinderbijbel: het schip is een grote cederhouten doos van zeventig meter lang en dertig meter breed – breder mag niet op de Nederlandse binnenwateren – met een puntdak en aan de zijkant een deurtje.

In het schemerige vooronder van het schip dringt zachtjes het gebrom door van de twee sleepboten die de ark voorttrekken. Met behulp van een zaklamp zoekt eigenaar Aad Peters er zijn weg. Een rood elastiekje houdt zijn lange dikke haar bijeen. Zijn accent verraad Peters’ Rotterdamse afkomst. De lichtbaan uit de lamp glijdt over rondslingerend gereedschap en stapels planken.

Het is er nu nog niet echt aan af te zien, maar over een paar maanden, waarschijnlijk vanaf maart, moet de ark omgebouwd zijn tot niets minder dan een ’bijbels entertainmentschip’. Volgens Peters – 55, poppenspeler en theatermaker – ontbreekt zoiets in Nederland. „Voor Roodkapje kun je naar de Efteling, maar waar moet je naar toe als je Adam en Eva wilt zien?”, zegt hij. „Deze ark is een perfect podium om bijbelverhalen te visualiseren.”

Het is de bedoeling, legt Peters uit, dat de ark binnenkort bevolkt wordt door levensgrote houten poppen. Adam en Eva, Jezus, Goliath en andere bijbelfiguren zijn al in bestelling. Peters ziet in gedachten al scherp voor zich hoe poppen bekende bijbelverhalen verbeelden – tableaus met effecten en geluiden, kriskras door de ark.

Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, richt Peters zijn zaklamp op twee levensgrote houten marionetten die in de hoek van het ruim liggen. Die heeft hij al vast besteld. „Die pinocchiopoppen zijn Noach en zijn vrouw”, zegt Peters. Het bijbelse echtpaar ligt op hun rug. Hun grote kromme neuzen wijzen naar de zoldering. „Zie je die mooie Jodenkoppen?”, zegt Peters, terwijl hij met zijn zaklamp de karikaturale gezichten bijlicht. „Heb ik in Tsjechië laten maken. Daar heb je de beste poppenmakers van Europa.”

Peters toont een ander tafereel. Het paleis van koning Salomo in aanbouw. Ingepakt in doorzichtig plastic staat het meubilair van de vorst, die bekend staat om zijn rijkdom en wijsheid, te pronken. „Uit Doebai gehaald. Betere kitsch dan dit krijg je niet”, zegt Peters over de zetels en het luxe bed – fantasiebarok, uitgevoerd in rood pluche en goud. „Echt bladgoud.”

Op het dek van de ark is het bitterkoud. De mast van de pruttelende sleepboot komt net tot aan de reling. Peters kijkt ernaar en duikt weg in zijn zwarte lange jas. In gedachten is hij al weer bij de inrichting van het schip.

„Dit bedenken is zo makkelijk voor mij”, zegt hij. „Dit doe ik mijn hele leven al aan de lopende band, joh.” Hij doelt op zijn carrière als poppenspeler en theatermaker. „Als er al iemand dit moet doen, dan ben ik het wel. Ik ben heel goed.” Als bewijs voor zijn kundigheid geeft Peters op meerdere momenten tijdens de rondleiding een resumé van zijn loopbaan. Naar eigen zeggen bestaat zijn beroep uit „een combinatie van schrijver, zelfstandig producent en bedenker van tv-programma’s”.

Met die bezigheden vergaarde hij vooral roem bij een publiek van protestants-christelijke huize. Zo maakte hij verschillende (kinder)programma’s voor de Evangelische Omroep, waaronder ’D’r kan nog meer bij’ , ’Bunkeren’ en ’De ark van Stekeltje’. In al zijn programma’s spelen Peters handpoppen met hun karakteristieke stemgeluid een dominante rol. Ook is Peters de man achter Bulletje, de stier die juryvoorzitter was bij de Mini-playbackshow van Henny Huisman.

Peters besloot een paar maanden geleden min of meer in een opwelling tot de aanschaf van de ark (‘Lachen, man’). De vorige eigenaar, evangelist Johan Huibers (zie inzet) wilde van het schip af, nu hij nóg een ark bouwt – een grotere. „De belangrijkste voorwaarde om het schip over te nemen was dat het christelijk bleef,” zegt Peters.

Hij betaalde het schip uit eigen zak. Hoeveel hij neerlegde, wil hij niet precies zeggen. „Ja, de prijs van een huis. Een flink huis.”

Voor de christelijke aanpak tekende hij. Maar met Huibers’ koers – erop gericht om bezoekers het gelijk van het bijbelse scheppingsverhaal en vooral het ongelijk van de evolutietheorie te laten zien – heeft de nieuwe eigenaar niet zoveel op.

„Ik word daar zo droevig van. Alsof het voor gelovigen gaat over wat wel of niet waar is. Ik ben in 58 landen en gebieden geweest, waaronder de Amazone. Als je daar bent, snap je waar het om draait. Dan gaat het niet om schepping of evolutie, maar om de kracht van de natuur die je daar ervaart.”

Volgens Peters zijn veel christenen niet alleen te star, ze zouden ook niet behept zijn met gevoel voor humor. „Terwijl er in die Bijbel zo ontzettend veel te lachen valt. De bijbelverhalen zijn heel interessante verhalen. Maar je moet ze wel lezen zoals het er staat, hè. Dus ook dat Noach, zeg maar, als alcoholist eindigde. Mij verwondert dat niet. Weet je nog hoe lang die man moest leven nadat die uit zijn ark kwam? Daar praten de christenen niet over. Ik vind dat juist een heel leuke invalshoek.”

Zijn ark mag, in de woorden van Peters, dan ook geen ’evangelisatieschip’ worden. „Ik wil niet dat de dominee bij de uitgang nog even komt uitleggen waar het over ging.” Onder evangelisatieschip verstaat Peters een ’te nadrukkelijke’ uitleg bij de episodes uit de Bijbel. „De verhalen moeten voor zich spreken. De rest mag de Heilige Geest doen.”

Hij mag dan met de mond afstand nemen van de massieve zendingsdrang van de vorige eigenaar (’Ik haak dan meteen af’), toch heeft Peters – zelf ook christen – een duidelijke missie. Met zijn ark wil hij „de bijbelverhalen weer bekend maken”. Peters: „Die verhalen zijn onderdeel van de westerse cultuur. De namen, zoals David en Goliath, zijn vaak nog wel bekend, maar de verhalen die erbij horen niet meer. Toch is het belangrijk om ze te kennen, want ze bepalen onze identiteit.”

Volgens Peters is duidelijke taal spreken over religie in andere delen van de wereld doodnormaal. „Ik ben in het Midden-Oosten geweest. Daar maak je elkaar gewoon heel duidelijk waar je in religieus opzicht staat.” Peters kijkt indringend: „Dan weet je wie je voor je hebt.” Fijntjes voegt hij toe: „Dat is het voordeel van de opkomst van de islam in Nederland, dat we het weer over het christendom mogen hebben.”

Volgens Peters was het ’jarenlang onmogelijk’ om in Nederland over de Bijbel te spreken. Volgens hem zijn progressieve Nederlands daar schuldig aan. „Mensen van de Vara enzo.” Dat steek hem. „Terwijl ze de islam zonder kritiek hebben binnengehaald.”

Aangekomen in de haven van Rotterdam is het humeur van Peters al weer opgeklaard. Als de ark tegen de besneeuwde kaderand ligt, laat hij de toegangsplank zakken en loopt de ark uit. Een handjevol mensen is op het spektakel afgekomen. Peters: „Lachen, man.”

Aad Peters in het vooronder van zijn ark. Volgens hem zijn christenen niet alleen te star, maar ontberen ze ook een gevoel voor humor. (ROGER DOHMEN )Beeld Roger Dohmen
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden