Een aparte sport, maar katholiek?

Wielrennen is, zo heet het, een katholieke sport. Met het nieuwe wielerseizoen begint ook het zondigen en biechten, het ritselen en regelen weer. Maar hoe katholiek is de sport echt?

Om de zoveel tijd, vooral als er een schandaal opduikt, is wielrennen opeens een katholieke sport. Het gesjoemel en de leugens van coureurs en ploegleiders, het gemak waarmee regels worden omzeild en ontdoken, de soepelheid waarmee overtredingen worden vergeven en vergeten, de verering van de renners, de devotie van de fans, het doet sommigen denken aan het Roomse geloof en aan de manier waarop wethouders, aannemers, notabelen en hun handlangers in sommige dorpen of steden tussen Moerdijk en Marbella, al ritselend de dienst uitmaken: met vrome woorden over het algemeen belang, maar met een soepele moraal, gericht op eigen gewin en gedekt, zo niet gezegend, door meneer pastoor of diens superieur.

Is wielrennen katholiek? Zeker, de sport is groot geworden in katholieke landen. Wielrennen, heel lang was dat Frankrijk, België en Italië, een beetje Zwitserland en een paar Luxemburgers. Later kwamen de Spanjaarden erbij, soms wat Duitsers en in de jaren vijftig de Nederlanders, die vaak uit het katholieke zuiden kwamen. Veel later kwamen de Australiërs, Amerikanen en Britten. Toen zij arriveerden, was de wielrennerij al lang een wereldje apart. Met eigen zeden en gewoonten. Maar is wielrennen daarom katholiek?

In Frankrijk en Italië was een markt voor fietsen en waren er relatief grote producenten van fietsen en banden. Zij sponsorden ploegen. Zonder hen was er geen profwielrennen geweest.

In twee landen waar die markten en fabrikanten er ook waren, ging het anders. In Nederland was wielrennen op de weg sinds 1905 verboden, omdat de overheid dat onveilig vond. Wie een wedstrijd wilde organiseren, had een vergunning nodig en dat was niet eenvoudig: gemeentebesturen vonden renners met blote bovenbenen al gauw onzedelijk. Zo bleef wielrennen in Nederland lang een baansport. In Engeland ook.

Is wielrennen katholiek? Het is in ieder geval een bijzondere sport. Er zijn veel deelnemers en de meesten weten bij aanvang al dat ze kansloos zijn. Een renner die zich lang in het peloton verschuilt, maakt meer kans op de zege dan de renner die continu op kop rijdt. Tegenstanders moet je niet omspelen (zoals bij voetbal), neerslaan (boksen) of wegsmashen (tafeltennis): ze rijden dezelfde kant op, richting finish. Dat biedt mogelijkheden. Wielrennen is heel geschikt voor dealtjes, gekuip en gemarchandeer. Veel sporten vinden in stadions plaats , in hallen, op omlijnde velden. Controle overal, scheidsrechters, publiek. Bij wielrennen niet. In de oertijd waren er een streep en een meet, en wat bevoorradingspunten en controleposten.

In de eerste Tour de France volgde routechef Géo Lefèvre het peloton per trein en stapte af en toe uit om de doorkomst van de coureurs te noteren. Tot zo ver de controle in de Tour van 1903. Alle kans om vals te spelen. In andere wedstrijden gebeurde dat ook. Renners sneden stukken parcours af, zaten soms in de auto of de trein, stayerden achter auto's of regelden een paar gangmakers. Of ze strooiden spijkers op de weg om achtervolgers wat oponthoud te bezorgen. Ook voor subtielere vormen van bedrog was alle ruimte. Voor een paar francs of een wederdienst was er altijd een renner te vinden die wind wilde vangen, een sprint wilde aantrekken, of juist niet, een gat liet vallen, of een concurrent aan diens trui trok.

Van meet af aan speelde geld een voorname rol. Veel sporten begonnen als amateursporten. Wielrennen was een zaak van fabrikanten van fietsen en banden die met de sport reclame konden maken. Renners konden goed verdienen. Rond 1910 ontving een Franse topper als Gustave Garrigou in een jaar veel meer dan een minister. De Vlaming Lucien Buysse fietste in de Tour van 1925 genoeg geld bij elkaar om een arbeiderswoning én een auto te kunnen kopen - hij eindigde als tweede en moest de Tour van 1926 nog winnen. Voor de minder getalenteerden was met wielrennen meer te verdienen dan met metselen, fietsen maken of fabrieksarbeid. Geld, daar ging het de renners om.

Met geld was veel te koop. Renners, concurrenten, soms ook officials. Voor geld wilde een wedstrijdleiding wel eens een winnaar aanwijzen die in de sprint nipt was geklopt. Met geld en druk konden ploegleiders en sponsors straffen voor dubieus gedrag van hun toprenners voorkomen. De Luxemburger Nicolas Frantz vertelde in 1929 dat hij bij zijn Tourdebuut in 1924 te verstaan kreeg dat hij maar niet voor de winst moest gaan. De Tourdirectie had geen zin in een onbekende winnaar.

Een speciale rol was er voor de kranten. Alle grote wielerwedstrijden - de Tour, de Ronde van Italië, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix - werden georganiseerd door kranten. Zij hoopten zo hun oplage te vergroten en advertenties te trekken van de fabrikanten van fietsen en banden. Hun wedstrijden moesten een succes zijn, zoals carnaval altijd leuk moet zijn. Het waren de journalisten, vooral die van L'Auto, het blad dat de Tour organiseerde, die wielrenners hielpen aan hun heldenstatus. Die hun prestaties ophemelden. Die coureurs vergeleken met helden, giganten, koningen en dictators, met Odysseus, zelfs met Jezus Christus.

Wielrennen? Renners wilden geld verdienen. Fabrikanten van fietsen en banden zochten publiciteit. Kranten zochten lezers. Het publiek zocht verering. Zie daar de cocktail. En dan kwamen er nog nationalistische gevoelens bij. Henri Desgrange, stichter van de Tour, zag in sport, vooral in wielrennen, een middel om de jeugd te verheffen. Met een sterke jeugd konden nederlagen als in de Frans-Duitse oorlog van 1870 worden voorkomen. De godfather van het Vlaamse wielrennen, Karel van Wijnendaele, gebruikte coureurs voor zijn doel: de verheffing van het Vlaamse volk. Zo'n 40 jaar lang was Van Wijnendaele de personificatie van de cocktail. Hij was mede-eigenaar van een sportblad, verslaggever, ploegleider, had belangen in velodromes, en regelde contracten voor Vlaamse renners in binnen- en buitenland. Hij schiep de 'Flandrien', de noeste, sterke, goudeerlijke, impulsieve Vlaming die op kop sleurde en zo zijn koersen won.

Dat de Vlamingen net zo veel trucs gebruikten als hun tegenstanders en dat veel op kop rijden de beste manier was om koersen te verliezen, ach, dat liet Van Wijnendaele liever onvermeld. Van Wijnendaele schreef over renners die hij begeleidde. Hij ritselde deals waarover hij niet schreef. Hij schreef zijn velodromes vol en bepaalde waarschijnlijk wie daar won. Er gaan verhalen dat hij renners van stimulantia voorzag - ooit had hij bij een apotheek gewerkt. Schrijven kon hij trouwens. Hij geldt als de man die met zijn wielerverslagen veel Vlamingen heeft leren lezen.

In 1925 schreef de sportjournalist André Reuze een roman over de Tour de France. In zijn boek beschreef hij wat hij als journalist in zijn blad niet kon, mocht of durfde te schrijven. Ook toen was er al een soort omerta. Zijn boodschap was duidelijk. Renners, ploegleiders en sponsors deden alles wat God en Tourchef Desgrange verboden hadden om de Tour te winnen. Complotten, combines en geld, de Tour zat er vol mee.

Is er sindsdien veel veranderd? Lance Armstrong was de laatste die een miniem stukje parcours afsneed toen hij in de Tour van 2003 de gevallen Joseba Beloki moest ontwijken en daarom het open veld inreed. Fotofinishapparatuur garandeert dat de uitslag van een koers overeenkomt met de werkelijkheid. Maar de deals, de afspraken en de omkoping zijn gebleven. Ze horen bij het wielrennen als een stuur en een derailleur. Er zijn wereldkampioenschappen gekocht, etappezege's gefixt, en klassiekers geregeld. Hoe veel, hoe vaak? Niemand die het weet.

Afgelopen zomer gingen de Kazach Alexandr Vinokoerov en de Colombiaan Rigoberto Uran voor het oog van miljoenen tv-kijkers vlak voor de finish van de olympische wegwedstrijd met elkaar in conclaaf. Uran keek opzichtig over zijn linkerschouder. Vinokoerov, eerder al dubieus winnaar van de klassieker Luik-Bastenaken-Luik en in 2007 na twee Touretappezeges op doping betrapt, spoot rechts langs de Colombiaan en won. Dat hoort bij het wielrennen, zeiden de kenners, en dat klopt. Maar raar blijft het. Stel je voor dat Epke Zonderland voor de rekstokfinale op de Spelen even babbelt met Fabian Hambüchen en na een perfecte oefening besluit om na zijn landing een stapje op de mat te doen, waardoor hij puntenaftrek krijgt en Hambüchen het goud pakt. Stel je voor dat Ranomi Kromowidjojo vlak voor de finish van de 100 meter vrije slag even inhoudt om Aliaksandra Herasimenia volgens afspraak te laten passeren.

Maar bewijst al het gedoe rond doping dan niet dat wielrennen katholiek is? Op het eerste gezicht wel. In Duitsland staakten tv-zenders met de uitzending van de Tour toen Duitse renners op doping waren betrapt. Dat zou in Frankrijk en België ondenkbaar zijn. Sinds de angelsaksen in de besturen van de wielrennerij zijn doorgedrongen, wordt dopinggebruik zwaarder bestraft.

Het zijn vaak renners uit de nieuwe, niet-katholieke wielerlanden die dopinggebruik hebben toegegeven. In Nederland wordt jacht gemaakt op de renners van de Rabo-ploeg en hun eventuele dopingverleden. De Belgen zien dat met verbazing aan: waarom versjteren die stijve, moralistische Hollanders toch hun wielerfeestjes? In Italië en Spanje is het opvallend stil.

Toch bedriegt ook hier de schijn. Nogal wat Amerikanen hebben dopinggebruik toegegeven, zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong incluis. Maar Armstrong, George Hincapie en Levi Leipheimer riskeerden gevangenisstraffen. Veel bekentenissen zijn afkomstig van renners die gestopt zijn (Bjarne Riis, Deen), Danny Nelissen, Nederlander) of aan het eind van hun carrière (Michael Rasmussen, Deen). Daarvoor deden ze mee met het spel; soms vrijwillig, vaker omdat iedereen het deed en ze zonder doping geen kans maakten op een goede uitslag. Hun bekentenissen getuigen misschien van calvinistische boetedoening. Maar voor een ware calvinist komt die wat laat. Ze onderschreven allemaal de ongeschreven wielerwet: je hebt geen doping gebruikt als je doping hebt gebruikt; je hebt doping gebruikt als je betrapt bent. Nou ja, als de contra-expertise dat heeft bevestigd.

Zo'n wet klinkt sommigen katholiek in de oren. Maar zij vergeten dat de verhouding tussen doping en wielrennen al 100 jaar een merkwaardige is. In de oertijd, toen renners vaak absurde afstanden moesten afleggen, werd er stevig gebruikt. Niemand deed er moeilijk over en er werd ook wel over geschreven.

Dat veranderde na een paar decennia: doping verdween van de sportpagina's. Het gebruik van doping verhield zich slecht met de inmiddels gekweekte mythe van helden en giganten die op eigen kracht de zwaarste cols overwonnen. Bij zulke helden paste geen geschrijf over cocaïne, strychnine, cafeïne, pillen en de cocktails die veel renners in een flaconnetje bij zich droegen. Giganten wonnen omdat ze de sterkste waren, of de dapperste, niet omdat ze snoven, slikten of spoten. Dus repten Henri Desgrange en Karel van Wijnendaele, en in hun kielzog vele anderen, er niet over. André Reuze deed dat in 1925 wel - in zijn roman, niet in zijn krant - en vroeg zich af waarom journalisten wel schreven over de fietsen van de renners, maar niet over doping, terwijl die meer invloed had op de uitslag van een koers dan de kwaliteit van de fiets.

Toegegeven, in de tijd van Reuze en Desgrange was doping niet verboden. De eerste verboden kwamen er pas in de jaren zestig. Maar de gewoonte om te gebruiken en er in alle talen over te zwijgen, was toen al diep in het peloton geworteld.

Wielrennen katholiek? Toch vooral een bijzondere sport, veel meer dan andere geschikt voor wheel and deal, met aparte gewoontes en tradities, een sport die af en toe dreigt te bezwijken omdat de mensen in die sport niet kunnen voldoen aan de mythes die ze zelf hebben gecreëerd of waarin ze zich hebben gespiegeld.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden