Een ander schepnet, dezelfde vijver

Zijn de religieuze verschillen tussen soennieten en sjiieten een oorlog waard?

Volgens de Iraanse 'geestelijke gids' Ali Khamenei woedt er in zijn buurland Irak geen oorlog tussen sjiitische en soennitische moslims, maar tussen 'humaniteit en barbarij'. Zelf is hij de hoogste leider van het sjiitische ayatollahbewind, dat in Iran sinds de revolutie van 1978 vaak nogal ruw de lakens uitdeelt.

De 'humaniteit' die Khamenei waarneemt op het slagveld in Irak bestaat uit soldaten van het Iraakse leger, die meestal net als hijzelf sjiitisch zijn, terwijl de 'barbaarse' strijdbende Isis soennitisch is. Het klopt dat Isis, met zijn pas uitgeroepen 'kalifaat' in het noorden van Irak en Syrië, barbaars is. Isis beschouwt sjiieten als afgodendienaren. Dat belooft nog wat wanneer Isis en zijn bondgenoten erin zouden slagen heel Irak te veroveren, want ongeveer twee derde van de Iraakse bevolking is sjiitisch. Het gebied dat Isis nu beheerst, is hoofdzakelijk soennitisch, waardoor het moorden, trots vereeuwigd op YouTube, nog enigszins binnen de perken blijft.

Maar de barbaarsheid van Isis betekent niet dat sjiieten per definitie humane ridders zijn. Daarvoor heeft Khamenei's eigen sjiitische regime in Iran zelf te veel misdaden gepleegd, wat ook geldt voor pro-Iraanse sjiitische milities in Irak. Wel zijn er gradaties in slechtheid, de hel heeft net als de hemel verdiepingen, en een voorstelling van het huidige conflict in Irak als een strijd tussen 'grijs en grijs' is even misleidend als een te radicaal zwart-wit-beeld. Isis behoort tot een 'buitencategorie' van verdorvenheid.

Het is meestal moeilijk te zeggen wanneer je te maken hebt met een godsdienstoorlog en wanneer godsdienst vooral een dekmantel is voor een andersoortig conflict. In Irak vecht in elk geval niet de hele soennitische islam tegen de sjiah, de sjiitische leer, maar een fanatieke splintergroep. Talloze soennitische moslims moeten niets hebben van Isis en aanverwante clubs. Hun dweepzieke religiebeleving noemen ze 'takfiri-islam'.

Takfiri's bestempelen andersdenkende moslims als kafirs, ongelovigen, van wie het bloed mag en in principe zelfs moet worden vergoten omdat ze zouden zijn afgeweken van het pad van de 'ware islam'. In Algerije richtten takfiri's vooral in de jaren negentig gruwelijke nachtelijke bloedbaden in dorpen aan. Die 'ware takfiri-islam' verheft ook in Nederland zijn stem, via de pro-Isis-website dewarereligie.net. Op internet stond een inmiddels verwijderd filmpje waarin supporters van Isis, zo te zien vanuit het Haagse Laakkwartier, de leider van Isis, Aboe Bakr al-Baghdadi ('kalief Ibrahiem'), feliciteren met zijn 'kalifaat' in Irak en Syrië. Ze spreken namens 'de Nederlandse jeugd' en doen dat in vlekkeloos Arabisch.

Niet alle soennieten zijn dus voor Isis, en evenmin zijn alle sjiieten voorstanders van de Iraanse islamitische republiek van Khamenei. De twee hoofdstromen van de islam, de sjiah en de soennah, vertonen allebei een rijk mozaïek van verschillende richtingen.

Oliebelangen

Zijn de religieuze verschillen tussen soennieten en sjiieten een oorlog waard? In de ogen van Isis zeker, maar soms zien buitenstaanders, minder gekweld door adrenaline of hersen-spoelingen, de dingen helderder dan de betrokkenen zelf. Een niet-moslim die aan een gemiddelde sjiiet en soenniet vraagt wat de islam inhoudt zal van beiden ongeveer hetzelfde antwoord krijgen en concluderen dat er weinig verschil is. Alle twee denken ze dat er maar één God is, dat Mohammed zijn profeet is, dat de Koran als letterlijk woord van God door de engel Gabriël aan Mohammed is geopenbaard, dat Jezus geen zoon van God is maar een profeet, dat je fatsoenlijk moet leven en bepaalde dingen wel en andere juist niet moet doen om in de hemel te komen.

En verder zal een sjiiet soms met enige emotie betogen dat na Mohammeds dood zijn schoonzoon Ali hem had moeten opvolgen, niet als profeet maar als leider van de moslimgemeenschap, onder de titel 'kalief'. De opvolging van Mohammed geldt als het grote twistpunt. Maar op andere hoofdpunten lijken sjiieten en soennieten het dus wel aardig met elkaar eens te zijn.

Vaak zeggen ze bovendien allebei dat buitenlandse krachten de tegenstellingen aanwakkeren, vanwege oliebelangen. Of ze wijzen op de vele gemengde huwelijken in Irak.

De verschillen die er wél zijn tussen het sjiisme en het soennisme lijken eerder intrigerend dan dat ze van belang zouden kunnen zijn voor zieleheil. Nieuwe godsdiensten zijn containers, die elementen van vroegere religies in zich opnemen en een nieuwe duiding geven, zoals is gebeurd met het christelijke Kerstfeest en Pasen. Het lijkt erop dat de sjiah en de soenna elk met een ander soort 'schepnet' hebben gevist in die 'vijver' van oude religieuze praktijken, waardoor er twee toch wel duidelijk van elkaar te onderscheiden godsdienstige tradities ontstonden, ondanks de overeenkomst op hoofdzaken.

Zo kennen de sjiieten een lijdensgeschiedenis die voor gelovigen een enorme emotionele waarde kan hebben. De hoofdpersoon daarin is de kleinzoon van Mohammed, Hoessein, die eind zevende eeuw zou zijn gesneuveld in de slag bij Karbala in Irak. Hoessein was als nazaat van de profeet volgens de sjiieten de aangewezen persoon om kalief te worden. Bij de stad Karbala bond hij de strijd aan met een mededinger. Hij was gedoemd te verliezen tegen de overmacht van zijn concurrent. Maar zijn hoge principes vond hij belangrijker dan zijn eigen leven en daarom vocht hij toch. Elk jaar herdenken de sjiieten op de tiende van de maand Muharram op het Asjoerafeest het sneuvelen van Hoessein, die zijn vijanden te drinken gaf toen ze dreigden te verdorsten. Hij is het rolmodel voor de sjiitische martelaar.

De Amerikanen schrokken enorm, kort nadat ze in 2003 de dictator Saddam Hoessein hadden verdreven. Saddam, zelf soenniet, had het Asjoerafeest verboden. Na zijn val trokken honderdduizenden sjiieten dolblij naar Karbala om Hoessein te herdenken, wat eindelijk weer kon. De Amerikaanse soldaten kenden die achtergronden niet en zagen alleen maar een massa woest ogende mensen die huilend zichzelf kastijdden, vaak tot bloedens toe. Want dat hoort bij de Hoessein-rituelen, hoewel die zelfmishandeling tegenwoordig ter discussie staat.

Wederkomstgeloof

Vergelijkbare rituelen waren er al duizenden jaren voor de opkomst van de islam voor de god Tammoez, alias Adonis, alias Ba'al, bekend uit het Oude Testament. Tammoez, zoon van de oppergod El, offerde elk jaar vrijwillig zijn leven, waarna hij opstond uit de dood. Hij symboliseerde het afsterven van de natuur en het herleven in de lente. Als een gelovige bij de herdenking van Hoessein van ontroering een traan laat, staat dat gelijk aan het vervullen van alle religieuze plichten gedurende een jaar.

Verder heeft in de sjiitische theologie het woord imam een extra betekenis, meer dan alleen maar van een voorganger bij het gebed. Een imam in die specifiek sjiitische zin is in staat om onder goddelijke inspiratie een nieuwe, eigentijdse interpretatie te geven van de goddelijke openbaring. Een probleem is dat er al ruim elfhonderd jaar geen imam meer is. De laatste was de twaalfde in rij (volgens anderen de zevende) sinds Mohammed. Hij is niet dood maar 'houdt zich verborgen' en zal bij het einde van de wereld verschijnen.

Met name in Iran is dat wederkomstgeloof geen dode letter. Rond 2006 was dat land in de ban van de spoedige terugkeer van de verborgen imam. Die zou 'zeer binnenkort' omhoogklimmen uit een opgedroogde bron in de heilige stad Qom. Dat gerucht lokte ladingen pelgrims naar Qom, dat goud verdiende. De Iraanse leiding was verdeeld. Geestelijk gids Khamenei geloofde er niets van, maar de toenmalige president Ahmadinejad, de nummer twee van het land, wist zeker dat de grote dag zou aanbreken. Hij gooide er nog een schepje bovenop, na het overlijden van zijn grote vriend Hugo Chavez, president van Venezuela. Volgens de president zou de verborgen imam bij zijn wederkomst in Qom gezelschap krijgen van Jezus en de uit de dood verrezen Chavez. Voor soennieten is zo'n opmerking pure afgoderij en ook Iraanse sjiitische geestelijken gaven de president een schrobbering.

Er zijn pogingen gedaan een brug te slaan tussen de sjiitische en soennitische wereld. De voorganger van Khamenei, de in 1989 overleden ayatollah Khomeini, werkte aan een revolutionaire, antiwesterse oecumene. Van soennitische zijde zijn de Egyptische Moslimbroeders opvallend mild over de sjiah. Toen de moslimbroeder Mohamed Morsi in 2012 president van Egypte werd, bezocht hij Iran het eerst. Ahmedinejad bracht een tegenbezoek.

Bewondering oogstte in de jaren negentig de Libanese sjiitische militie Hezbollah, die het Israëlische leger wegwerkte uit Libanon. Ook soennieten waren diep onder de indruk, maar de Syrische oorlog heeft alle kaarten opnieuw geschud. Hezbollah is nu een belangrijke militaire steunpilaar van president Assad, die een afwijkende vorm van sjiisme aanhangt. Hezbollah betekent 'de partij van God' maar soennitische tegenstanders spreken tegenwoordig liever van de 'partij van de satan'. En Iran, dat in zijn propaganda zo graag Israël voor de 'kleine' en Amerika voor de 'grote satan' uitmaakt, geldt nu zelf bij veel soennieten als de baarlijke duivel vanwege zijn steun aan Assad.

Misschien heeft Khamenei vooralsnog gelijk als hij zegt dat er geen oorlog woedt tussen de soenna en de sjiah. Maar de afgrond kon wel eens dieper zijn dan de geestelijke gids met zijn bezweringsformules suggereert.

Van de anderhalf miljard moslims is ongeveer tien procent sjiiet. Sjiieten in Nederland, ook zo'n tien procent, hebben doorgaans een Iraanse of Iraakse achtergrond. De meerderheid vormen sjiieten in Iran, Irak en Bahrein. Belangrijke sjiitische minderheden zijn er in Libanon, Jemen en Pakistan. De Syrische president Assad is alawiet. Alawieten vormen een sterk afwijkende variant van de sjiitische islam. Er hebben zich in het verleden grote verschuivingen voorgedaan. Vanaf het einde van de achttiende eeuw tot in de twintigste eeuw waren er in het zuiden van Irak massale overgangen van de soenna naar de sjiah, soms met hele stammen tegelijk. Dat gebeurde in dezelfde periode waarin op het Arabische schiereiland de sterk anti-sjiitische wahabi- islam opkwam. De wahabi's, destijds een soort Isis, plunderden in 1802 Karbala en lieten er vierduizend doden achter. In de jaren twintig van de vorige eeuw was de Britse luchtmacht ervoor nodig om Irak te beveiligen tegen Saoedische wahabistrijders. In de Middeleeuwen was het nu soennitische Cairo het centrum van een sjiitisch kalifaat. Dat ligt nog gevoelig. Een jaar terug wilden Iraanse toeristen Egypte bezoeken. Ze mochten geen plaatsen aandoen die een relatie hadden met het sjiitische verleden. Iran zelf werd pas vanaf de 16de eeuw overwegend sjiitisch.

Grote verschuivingen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden