Een ander licht op Lichtenstein

Kunstenaar Roy Lichtenstein werd beroemd door zijn strips met tekstballonnen. Een expositie in het Ludwig Museum in Keulen toont ander, relatief onbekend werk.

Een jaar voordat zij de tweede mevrouw Lichtenstein werd, begeleidde Dorothy Herzka haar aanstaande man naar zijn eerste retrospectief in Europa, in 1967 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Roy Lichtenstein was opgetogen dat zijn werk te zien was in de stad van Rembrandt, zegt ze. Hij had zijn werk bestudeerd. Toen hij in 1945 als Amerikaanse militair naar Parijs trok, had hij onderweg portfolio’s van reproducties van zijn etsen gekocht. Later schilderde hij zich in een zelfportret als Rembrandt.

„Ik vroeg of het Stedelijk een Willem de Kooning had, wat niet zo was. Oh my, dacht ik, ze hebben hier eerder een Lichtenstein dan een De Kooning. Ik was onder de indruk.”

De weduwe zit in de licht chaotische studeerkamer van directeur König van het Ludwig Museum in Keulen, aan het einde van lange gangen en trappen. Door de openstaande ramen klinkt het rumoer van de werkzaamheden aan de Noord-Zuid-metrolijn, die pal langs het museum ligt. Vorig jaar stortte plotsklaps het stadsarchief in, een eind verderop. Hier, tussen de Rijn en de Dom is de grond stevig, zeggen ze in het museum, er zaten alleen wat barstjes in de muren van het restauratiepaviljoen.

Dorothy Lichtenstein is op een heldere manier oud geworden, je herkent meteen de kortgeknipte vrouw die op zwart-wit foto’s uit 1964, het jaar waarin ze elkaar ontmoetten, naast een als Andy Warhol verklede Roy Lichtenstein poseert. Ze heeft net met een bitterzoet gevoel de zalen bekeken waarin zijn werk hangt. Lichtenstein maakte geen werk voor het hart maar voor het oog, wordt wel gezegd, maar voor haar ligt dat anders omdat de doeken zo met haar in 1997 overleden man verbonden zijn. „Niet voor het hart? Het was niet sentimenteel, als je dat bedoelt. Het is rationalistische kunst. Roy werkte eerst een concept uit. Hij wist precies wat hij deed.”

Niet romantisch maar analytisch, en met een opgewekt gevoel voor humor, zegt König. „Iedereen waardeert Lichtenstein om andere redenen.” Hij noemt de schilder intelligent, ironisch en introvert.

Zijn museum herbergt de grootste collectie American Pop Art buiten de VS, dankzij de verzamelwoede van Peter en Irene Ludwid in de jaren zestig. Het is daarom een goede plek voor de tentoonstelling ’Kunst als motief’, die een ander licht op Lichtenstein biedt. Geen strips met tekstballonnen, waarmee hij in de jaren zestig beroemd werd. Die hangen in de kelder bij de vaste collectie.

Dorothy: „Het merendeel van zijn werk ging over andere artiesten of stijlen. Misschien blijven de strips zo in het geheugen hangen omdat ze brutaler zijn. Roy sprak ook wel eens van een misverstand bij de critici.”

Lichtenstein was geen fan van strips, hij zag ze als materiaal. Omgekeerd wordt zijn bijdrage aan de waardering van strips minimaal geacht. Strippionier Art Spiegelman zei dat Lichtenstein even weinig voor de strip heeft betekend als Andy Warhol voor tomatensoep.

Lichtenstein maakte veel werken geïnspireerd door andere schilders en gaf daarin commentaar op de kunstgeschiedenis. Zonder die al te serieus te nemen. Hij maakte eens een eigen versie van ’Slaapkamer te Arles’ van Van Gogh. ’Ik heb zijn kamer wat opgeruimd. Zijn doek is beter, maar de mijne is groter’, zei hij.

Op de expositie herken je in een drieluik de kathedraal van Rouen zoals Monet die schilderde, ’De Dans’ van Matisse en de scherpe schaduwen van Dali. In ’Femme d’Alger’ zie je Picasso, die zich voor zijn Algerijnse vrouw weer op Delacroix had gebaseerd. Maar ook zit in al die werken Lichtenstein zelf. Dat is de vreemde tegenstelling: weinig kunstenaars zijn zo herkenbaar als hij, terwijl hij juist geen signatuur wilde hebben, zijn persoon moest erbuiten blijven. Met de hand wilde hij een industriële sfeer oproepen. Pas in de jaren tachtig duikt er persoonlijkheid op in penseelstreken.

Wie was Roy Lichtenstein? Een uitgever die een biografie wilde samenstellen, blies het project af omdat er te weinig te vertellen viel. Geen demonen, geen schandalen. Eenmaal gescheiden, dat was het.

Dorothy: „Het liefst zeven dagen per week aan het werk. Soms ook ’s avonds als hij moest wachten tot de verf droog was. Van buiten was hij altijd kalm, maar misschien was hij van binnen wel een zenuwpees.”

Hoe goed kan een vrouw haar man kennen? Goed genoeg om het zelfportret dat Lichtenstein op Magritte baseerde als een van haar favoriete werken te noemen. Waar het hoofd hoort te zitten, hangt een lege spiegel. „Je kijkt in de spiegel en ziet wat je ziet. Hij nam wel eens de tijd om wat dingen uit te leggen. Niet vanzelf, maar als je er naar vroeg.” Hij kon zich ook verschuilen achter het beeld dat het publiek van hem had.

In zijn werk wist hij in ieder geval precies wat hij wilde. „Terwijl hij het ene doek afwerkte, zette hij de volgende schetsen al op papier. Als er een expositie aankwam hoefde hij nooit nachten door te werken om een deadline te halen. Hij was alweer met iets nieuws bezig.”

’Mijn onderwerp is de Amerikaanse definitie van beelden en visuele communicatie’, zei Lichtenstein. Een onderscheid tussen reclame of kunst maakte hij niet. Het publiek kent immers vaak alleen reproducties van kunstwerken. Lichtenstein ging ook met kopietjes aan de slag, ansichtkaarten bijvoorbeeld, waarmee hij deed wat hij wilde.

Een schilder moest niet zijn binnenkant laten zien, maar juist de buitenwereld. Dorothy: „Als we aan het wandelen waren, keek hij steeds rond op zoek naar materiaal voor een schilderij.” De nep-antieke decoraties langs de gevels van gebouwen in New York verwerkte hij tot linten van geometrische figuren. In een Grieks restaurant kwam hij op het idee Griekse zuilen te gaan schilderen. Hij gebruikte symbolen die ons aan indianen doen denken, in de wetenschap dat native Americans zich nooit in zijn ’Pow Wow’ zouden herkennen. De socialistische beeldelementen in ’Study for Preparedness’, soldatenkoppen en machinerie, gebruikte hij als apolitieke beeldtaal. Precies zo neutraal keek hij naar het werk van de voorbeelden die hij in zijn jeugd had leren kennen.

Lichtenstein werd in 1923 geboren in Manhattan. Vanaf zijn veertiende ging hij op zaterdagochtend naar de New York School of Fine Arts, waar hij stillevens en modellen schilderde. Uit zijn eerste kunstboek herinnerde hij zich later Picasso’s ’Girl Before a Mirror’. In 1939 zag hij ’Guernica’ in het Museum of Modern Art. Hij volgde kunstonderwijs aan de Ohio State University, totdat hij in 1943 in het leger moest. Zijn divisie belandde in Engeland, België, Duitsland en Frankrijk, waar hij tekende en zoveel mogelijk kunst bekeek. Eind 1945 verliet hij Parijs omdat zijn vader stervende was, vervolgens werkte hij in de VS als kunstenaar en docent, en verdiepte zich in surrealisme en abstract expressionisme.

Zijn zoontje zou in de zomer van 1961, wijzend naar een Mickey Mouse-strip, hebben geroepen: ’Ik wed dat jij niet zó goed kan tekenen’. Lichtenstein schilderde ’Look Mickey’ met daarop ook de Benday-stippen waarmee kleurenvlakken gedrukt werden. Ook schilderde hij consumentenproducten in vrolijke kleuren, met dezelfde verf als reclametekenaars gebruikten. In 1962 werden alle werken op zijn eerste soloshow al voor opening verkocht. Time Magazine publiceerde een stuk over Pop Art en Lichtenstein met de kop: Is dit de slechtste kunstenaar van Amerika? En zo steeg zijn ster.

Lichtenstein vond de sterretjes rond het hoofd van Brutus na een slag van Popeye even interessant als de pogingen van de Futuristen om beweging uit te drukken. Hoe denkt de kijker te zien wat hij ziet? Waarom interpreteren we een bol met strepen als een zon? Waarom dachten action painters dat wild gegooide verf op een doek emotie uitdrukt?

Hij stelde dat soort vragen, en reageerde in zijn werk. Is het niet onzinnig dat de rechthoek een abstract werk omkadert? In zijn ’Imperfect Painting’ stoot een lijn als een biljartbal tegen de randen. Maar onderweg schiet de lijn even door, er steekt een grappig puntje uit het kader. Zo speelde hij vaak een spel met de ideeën van de kijker. Perspectief is vaak problematisch, veel beelden zijn zo plat dat je er tureluurs van wordt. Of zo diep dat je een 3D-bril mist, zoals bij de Rouen-werken met al die verschoven kleurenstippen.

De compositie moest krachtig zijn. Zichtbaar en meteen leesbaar. Helderheid. Die wilde hij ook in het werk van anderen aanbrengen. Picasso wilde hij op zijn manier verbeteren, ’Lichtensteinen’.

Dat hij die grote voorgangers niet nodig had, blijkt uit de indrukwekkende Chinese landschappen die hij aan het eind van zijn leven maakte. Met je neus op het hoge doek zie je hoe hij knippend en plakkend stippen van verschillende groottes vermengde. Zo creëert hij de illusie van een onpeilbare diepte. Een bootje verandert de zee, bergen en mistflarden in een vertelling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden