Joost Zwagerman

Een Amerikaan in Alkmaar

Joost Zwagerman: 'De fascinatie voor de pure, onschuldige mens. Dat is Amerika, en daar kan ik geen genoeg van krijgen.' Beeld Mark Kohn

Vandaag, nog voor Joost Zwagerman vijftig wordt, verschijnt 'Americana', een tweedelige bundeling van zijn essays. 'Dit ben ik meer dan de romans van mezelf.'

Het is dat de tafel waaraan we zitten aan een Haarlems café toebehoort, anders zou dit net zo goed de setting van 'De Wereld Draait Door' kunnen zijn. Zo enthousiast en vol vuur vertelt Joost Zwagerman. Zijn tweedelige levenswerk 'Americana' verschijnt vandaag en bevat een groot aantal verhalende essays over de Amerikaanse kunst en cultuur. Die zijn niet veel anders geschreven dan Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963) praat: aanstekelijk en besmettelijk.

Wie leest over de film 'American Beauty', of over de grote anekdote van schilder Mark Rothko, de suburbaniaanse Great American Novels van Philip Roth en John Updike, over het fenomeen Andy Warhol, of Madonna; wie dat leest, die wil films zien, musea bezoeken en boeken verslinden. Het liefst allemaal tegelijk en zoveel mogelijk.

De lezer transformeert als het ware in de jonge Joost Zwagerman, dat jochie uit Alkmaar dat op zijn kamertje wegdroomde van de provincie, in een spons veranderde en alles opzoog wat hij nu 'Americana' noemt. "In mijn verbeelding was ik daar. En nu nog trouwens. Nu nog!"

Wat moeten we ons voorstellen bij die jongen in die Alkmaarse drive-in-woning?
"Voor mijn ouders was dat huis fantastisch. Mijn vader komt uit Den Helder en mijn moeder uit Uitgeest en wie begin jaren '70, toen het huis werd opgeleverd, zo'n woning in Alkmaar kon krijgen met beneden een garage, boven een grote woonkamer met keuken en dáárboven nog eens drie slaapkamers, die mocht zich heel gelukkig prijzen. Aanvankelijk had het huis vrij uitzicht op de duinen in de verte. Later kwamen de ringweg en het belastingkantoor en raakte het wijkje ingesloten."

"Voor een jonge jongen als ik was er weinig avontuur en waren de luchten te grauw in het slaapstadje wat Alkmaar toch was en ook nog is. Ik wilde daaruit ontsnappen - al was ik daar dubbel in want ik speelde ook met veel plezier op de braakliggende landjes in mijn buurt. Maar dat escapisme en die romantiek overheersten. Ik wilde weten waar Edward Hopper woonde, ik wilde geweest zijn waar Andy Warhol geweest was, ik maakte van mijn Noord-Hollandse buitenwijk mijn eigen suburbia. Dat kon ook nooit teleurstellen want je was daar wél en niet zelf bij."

"Vervolgens stapte ik al vrij snel over naar grote leeservaringen. Van Gerard Reve's 'De avonden' belandde ik plots bij J.D. Salingers 'Catcher in the Rye'. Ik laafde mij aan alles wat ik achteraf 'Americana' ben gaan noemen. Ik leidde een tweede leven, ik was een Amerikaan in Alkmaar."

Waarom geen Engelsman? Een deel van uw generatie groeide op met de Britse newwavestroming: The Cure, The Smiths, Joy Division, zwarte kleren.
"O, maar ik luisterde ook veel Engelse muziek en las ook heel veel Britse literatuur. Charles Dickens vond ik geweldig. Het is niet zo dat ik voor een land gekozen heb. Ik vind ook niet alles wat uit Amerika komt even goed. Over Bob Dylan bijvoorbeeld kunnen anderen veel beter schrijven. Vrienden van mij waren idolaat van hem, maar ze hebben mij nooit over de streep kunnen trekken. En Andy Warhol fascineert mij dan wel het meest van allemaal, maar ik zou hem toch niet de beste kunstenaar van het stel noemen."

 
Ik laafde mij aan alles wat ik achteraf 'Americana' ben gaan noemen. Ik leidde een tweede leven.

Wat waren uw criteria dan voor 'Americana'?
"Het selecteren was misschien nog wel het moeilijkste van alles. Ik had veel meer stukken geschreven die in aanmerking konden komen dan ik dacht. Wat er alleen al aan verhalen over Andy Warhol moest afvallen, dat is enorm. Uiteindelijk staan er verhalen in die ik ruwweg tussen 1987 en nu geschreven heb. Oude stukken heb ik bewerkt, maar niet zo, hoop ik, dat die jongensachtige oorspronkelijkheid verloren is gegaan. Dat naïeve, dat dromerige wat er misschien soms in doorsluimert, dat moest er natuurlijk wel in blijven."

"En ik heb veel compleet nieuwe stukken speciaal voor 'Americana' geschreven. De criteria waren wat mij betreft: het moest 'fijn' geschreven zijn, het moest over mensen gaan die meer dan een belofte zijn. Blijvers. Schrijvers als Dave Eggers dus. Of Jonathan Franzen. Ik heb ook de polemiek een beetje vermeden. Daar gaat het me niet om. Hoogtonig pamflettisme is ook nooit de bedoeling geweest. Ik hoop dat ik mensen iets overreik waardoor ze geïnteresseerd raken. En dat allemaal zónder didactisch te zijn want als ik ergens een hekel aan heb, dan is het daar aan. Ik hoop mijn begeestering te kunnen overbrengen zonder een voet tussen de deur te zetten."

Kunt u de vinger leggen op die fascinatie voor de Amerikaanse cultuur?
"Dat Yes we can! van Obama is al veelzeggend, vind ik. Als Rutte hier zou roepen 'Ja, we kunnen het!' dan zouden de Nederlanders de schouders ophalen. De Amerikaan zit anders in elkaar. De Amerikaan is geneigd om mee te gaan in de poëzie van het eeuwig optimisme. Tegelijkertijd is er iets in de Amerikaan dat weet dat het een leugen is. Maar wat is het mooie? - en nu komt het: ze besluiten die leugen te geloven! De Amerikaanse samenleving eet ook haar eigen helden op, ook zoiets wonderlijks. James Dean, Marilyn Monroe, Michael Jackson."

Elvis Presley.
"Elvis Presley! Zeker! Allemaal werden ze verafgood maar met hetzelfde gemak ook weer door het slijk gehaald. Die tweeledigheid, dus dat streven naar het grote, The American Dream - en het volkomen normaal vinden daarvan - en tegelijkertijd het onvermogen van de gewone man om te ontsnappen aan het burgerbestaan. De fascinatie voor de pure, onschuldige mens. Dat is Amerika, en daar kan ik geen genoeg van krijgen. Sommigen zeggen zelfs dat ik er in doorsla, maar zo is het ook weer niet, ik ben geen kluizenaar."

Komt deze uitgave het dichtst in de buurt van uw persoonlijkheid?
"Zonder twijfel. Dit ben ik."

Hier zit meer Joost Zwagerman in dan in uw romans?
"Ja, dit ben ik meer dan een roman van mezelf. Al deze verhalen, die mij voor een groot deel hebben gevormd zijn voor mij veruit het belangrijkste wat er van mijn hand ooit is verschenen. Dat bedoel ik niet grotesk, ik relativeer echt mijn positie wel. Harry Mulisch zei ooit: 'De meest bekende schrijver is nog altijd minder bekend dan de minst bekende soapster', en zo is het. Hoe dan ook: nu 'Americana' er is hoef ik nooit meer uit te leggen of te vertellen. Ik kan nu eindelijk naar deze boeken verwijzen en zeggen: kijk, hier is het, lees het."

Zouden er ook nu nog steeds jongens in Alkmaar zijn die op hun slaapkamers hun Amerikaanse droom najagen?
"Dat mag ik toch hopen. Of in Deventer, of in Nijmegen. Of in Parijs. Het maakt me niet uit waar. Het gaat erom dat er nog steeds kleine dichtertjes rondlopen, dat is van alle tijden."

Is dromen over Amerika ook van alle tijden? De VS als supermacht verliezen aan invloed.
"Ja, dat is een goeie vraag. Mijn eigen kinderen dwepen met 'De Soprano's' en kijk eens hoe populair sowieso veel Amerikaanse tv-series, boeken en games zijn. De aantrekkingskracht blijft en het zal vast ook nog Amerika zijn."

Americana 1&2. Omzwervingen in de Amerikaanse cultuur. Joost Zwagerman. Uitgeverij de Arbeiderspers, Utrecht. 1216 bladzijden. Prijs. € 49,95

Marilyn Monroe
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden