Een alias is zo gevonden

We rijden door Europa, vliegen door de wereld, maar uiteindelijk speelt het leven zich af in een cocon. In de nieuwe serie Het Dorp die wekelijks op maandag in de Verdieping verschijnt. Aflevering 1: de bijnamen van Driebruggen.

tekst: Monic Slingerland

Op Driebruggen noemde iedereen hem Kees de Bibber. Hij was de schilder, maar hoe zijn echte naam was en waarom hij De Bibber heette? Tja.

Het kan zijn dat zijn achternaam Kastelein was, zoals veel Driebruggenaren heetten, of De Boer, want daar had je er ook veel van. Om de ene Kastelein van de andere te onderscheiden, kon een nadere aanduiding handig zijn.

In de jaren veertig duidden de inwoners van Driebruggen, net zoals in andere dorpen gebeurde, elkaar aan met bijnamen. Alleen kregen Kees de Bibber en kreupele Piet deze namen nooit rechtstreeks te horen. Bijnamen gebruikte je uitsluitend in een gesprek over iemand, nooit in een gesprek met iemand.

Op het Laageind, een van de kronkelige boeren weggetjes van Driebruggen, woonden er wel vijf die De Boer heetten en die het ook nog waren. Ze waren geen familie van elkaar. Eén van hen was Kreupele Piet. Zijn linkerbeen was na een breuk niet goed gezet. De variatie in voornamen was klein.

Het was de tijd van Henk, Piet, Kees en Gert en van Corrie, Jannie, Bep en Jo. En omdat families op een kluitje bleven zitten, kende zo'n kleine gemeenschap soms wel vier mensen die Piet de Boer heetten, of Henk Kastelein, of Jan Hogendoorn.

De alias is dan gauw gevonden. Zo waren er Gert de Knoet, Grote Gert oftewel Gert de Pruim en Gert de Waarheid, ook bekend als Gert de Vrome en uiteraard jarenlang lid van de kerkenraad. Het gebruik van de alias was al over het hoogtepunt heen toen Kees Nap in Driebruggen verscheen. Hij kwam in de winkel van de gereformeerde kruidenier Steven Stopgaren. De winkel heeft hij weer van de hand gedaan, maar hij woont er nog wel naast, in het huis waarin de kinderen van Steven Stopgaren en diens bedrijvige vrouw, ook wel Snuifje genoemd, geboren zijn.

Als winkelier werkte Kees Nap, die zelf in zijn geboorteplaats Kamerik bekend stond als Kees van Witte Arie, met een dubbele boekhouding, wat namen betreft. Hij erfde dat van zijn voorganger. In het dagelijks spraakgebruik is het Pietje Fop, Blauwe Jan en Gert de Vrome. Maar op de boodschappenboekjes staan de namen waaronder de klanten bij de burgerlijke stand geregistreerd staan. De klanten moeten boven hun eigen lijstje met zeep, soda, bloem en koekjes niet die verkeerde naam lezen. En de winkelier moet de klanten niet rechtstreeks met de bijnaam aanspreken. Dus niet: 'Goedemorgen vrouw Hunik, heb je 't al gehoord van Blauwe Jan?', maar: ,,Goedemorgen, vrouw Kastelein, heb je 't al gehoord van Blauwe Jan?'

Als wist iedereen het wel van zichzelf, de code was en is, om de alias bij het rechtstreekse contact niet te gebruiken. Steven Stopgaren had zijn bijnaam vast een keer van zijn kinderen gehoord. Stopgaren was het laatste woord van de riedel die hij altijd opdreunde, vertelt Kees Nap. ,,Heeft vrouw De Boer nog iets nodig, zout, soda, .... stopgaren?'

Nog altijd beginnen inwoners en oud-inwoners van Driebruggen gegeneerd te lachen wanneer de vraag klinkt: ,,Maar zei je dan niet gewoon Kees de Bibber tegen Kees de Bibber.' Nee zeg, stel je voor. Bijnamen zijn zelden vleiend. Alleen Dove Piet, de boer van wie niemand de echte achternaam kende en die vermoedelijk doofstom was, die werd wel eens als Dove Piet aangesproken. Omdat hij het toch niet kon horen.

Bij Piet van Piet de Slak had dat best gekund, hem zo aan te spreken. Per slot van rekening kon hij er niets aan doen dat zijn vader van de hooizolder was gevallen en daarbij zijn rug brak. Krom als een hoepel liep hij nadien, en zo zagen de kerkgangers hem iedere zondag door het middenpad schuifelen, op weg naar zijn plek. De naam ging over van vader op zoon. Ook bij Herman Hukkuk, die vreselijk stotterde en die eigenlijk Herman de Hoog heette, is het duidelijk. Piet de Mol ving mollen, vandaar. En Blauwe Jan was altijd dronken, vertelt Nap. Maar waarom iedereen Henk de Rus zo noemt, Nap zou het niet weten.

Het waren vooral de mannen, die hun officiële achternaam verloren en er een andere aanduiding voor in de plaats kregen. Vrouwen kregen zelden een bijnaam. Behalve misschien het Kattenwijf, die veel poezen op het erf heeft lopen en die niet zo aardig is. En de roddeltante, die iedere ochtend over de heg hing om de laatste nieuwtjes op te sporen en die De Stofzuiger genoemd werd. Maar dat was alleen in kleine kring.

Een enkele vrouw kreeg de bijnaam van haar man, waarmee haar familiale herkomst helemaal niet meer te achterhalen was. Dat lot trof vrouw Hunik, getrouwd met Hein Kastelein, dit Hein Hunik. In zijn eigen geboortedorp Kamerik was er een Kaatje Kuier, weet Kees Nap. Altijd op stap, wandelend langs de weg, vandaar.

Zoetjesaan zijn de bijnamen verdwenen. Harry Piel, de kinderloze aannemer, Dikke Adriaan, de gezelligste man van Driebruggen, Gert de Pruim, met de eeuwige dot pruimtabak in de wang geschoven, ook wel Grote Gert genoemd, om hem te onderscheiden van zijn zoon Gert, Dove Piet, Kreupele Piet, Piet de Slak, ze leven niet meer. Op Driebruggen wonen nu wel vijftien families Kastelein, en acht die De Boer of Den Boer heten, van wie nog altijd vijf op het Laageind, maar ze heten nu gewoon De Boer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden