'Een agressieve politieagent kan een tedere man worden'

Bril op. “Ik krijg hier niets te eten.” Bril af. “Moeder slaat met haar handtas. Ze eet slecht. Haar jurk slobbert om haar lijf.” Bril op. “Ik wil naar huis. Ik vind het hier een slecht hotel.” Bril af. “Moeder is een meisje zonder tanden geworden. Ze kijkt zonder te kijken. Ze heeft een masker op. Als een zandloper loopt ze leeg.” Bril op. “Iet wiet waait is eerlijk weg. Iet wiet waait is eerlijk weg.” Een strijkkwartet speelt 'Der Tod und das Müdchen'.

MONIC SLINGERLAND

In een voorstelling van ruim een uur speelt Thomas Borggrefe een dementerende vrouw en haar zoon. Zijn publiek: verpleegkundigen en familieleden van Alzheimer-patiënten. Doodstil ziet de zaal hoe Borggrefe een bloemetjesjurk aandoet, zijn lange witte verplegersbroek uittrekt, een tasje aan zijn arm hangt, de karakteristieke houding aanneemt: gebogen, verstijfd. Het gezicht is uitdrukkingsloos, de onderkaak hangt. In snelle afwisseling is hij de zoon en de moeder, die ieder voor zich spreken, en heel soms met elkaar. Door de zaal gaat af en toe een golf van herkenning, als de moeder klaagt dat 'ze alles komen stelen', als de zoon vertelt dat moeder heel veel weggeeft, wanneer de moeder in eindeloze herhaling een zakdoekje openvouwt en weer dichtdoet, openvouwt en weer dichtdoet. Aan het eind van de voorstelling overlijdt de moeder.

De familieleden in het Utrechtse verpleeghuis Tamarinde herkennen zoveel in de voorstelling 'Verdwaald' dat ze zeker weten dat Borggrefe zelf een demente moeder heeft, die hij met veel schuldgevoel naar een verpleeghuis heeft gebracht. Dat blijkt niet zo te zijn. De acteur had ooit een dementerende grootvader, maar die heeft hij nooit opgezocht. De voorstelling is ontstaan uit de verhalen die hij hoorde als geestelijk verzorger in twee verpleeghuizen in Eindhoven, waar hij nog steeds werkt.

“Ik zag een keer een huilend familielid in de fietsenstalling, en ook een keer bij de bushalte. Toen dacht ik: voor de familieleden wordt eigenlijk weinig gedaan, daar is weinig zorg voor.” Met zijn voorstelling wil hij laten zien hoe het voor echtgenoten en kinderen is, om hun demente man, vrouw, vader, moeder naar een verpleeghuis te moeten brengen. Móeten, want het is bijna niet op te brengen om iemand die verdwaald is in de tijd 24 uur per dag te verzorgen.

Daags na de voorstelling vertelt Borggrefe: “Ik maak die verhalen van een afstand mee, maar ook als betrokkene. Van familieleden en van de verpleging hoor je de levensgeschiedenissen van de bewoners. Door Alzheimer kunnen mensen erg veranderen: een agressieve, dominante politieagent kan een tedere man worden.” De familie vertelt hoe de bewoners vroeger waren, de verpleging weet hoe ze nu zijn: of ze van snoepen houden, wat hun lievelingsplek is in de huiskamer, lijfelijke dingen.

Na de voorstelling probeert Borggrefe de verhalen uit de zaal los te krijgen. Dat lukt de ene keer beter dan de andere keer. “Het was precies mijn schoonmoeder, drie jaar geleden”, vertelt een vrouw.

Iemand anders vindt de voorstelling te zwaar, te confronterend: het is alleen kommer en kwel: moeder die naakt en onder de poep voor haar bed staat, haar zoon niet meer herkent, jammert om de dood van een kamergenote. “Met mijn demente moeder kon ik lachen, liedjes zingen, lichtjes in haar ogen zien. Dat heb ik gemist.” Grappen maken over dementie is een hachelijke zaak, vindt Thomas Borggrefe. “Misschien dat ik dat later nog eens in de voorstelling verwerk, maar nu vind ik dat nog te moeilijk. Dementie is niet grappig. Er worden teveel grapjes over gemaakt.”

Een vrouw uit de zaal valt hem bij: “Met mijn moeder viel weinig te lachen. Ze merkte niets.”

Borggrefe, later: “Dat hoor je soms: 'ze heeft er niets aan'. Dat vind ik wel een erge zin, want wie bepaalt of iemand er iets aan heeft? Er is nog nooit iemand genezen van Alzheimer, zodat we niet weten wat deze patiënten merken. Ik denk dat ze zich gevoelsmatig veel realiseren. Ook al merk je niets aan ze, toch weten ze dat het hun dochter is die hun hand vasthoudt. Niet voor niets wachten patiënten soms met sterven tot al hun kinderen om het bed heen staan.”

De kinderen van een Alzheimer-patiënt kunnen het de verpleging heel lastig maken, blijkt uit de reacties op de voorstelling. Door vooral van het perspectief van de zoon uit te gaan, slaat Borggrefe een brug tussen verpleging en familie van de patiënt, de zoons, dochters, partners die voor hun gevoel de ouder van hun kind of echtgenoot worden. “Nu snappen we die lastige familie veel beter”, zegt een van de verpleegkundigen. Uit de verhalen blijkt dat die familieleden vaak zelf initiatief moeten nemen om steun te krijgen. Verpleegkundigen zijn vaak heel jong, 17, 18 jaar. Het zijn vaak de oudere, meer ervaren verpleegkundigen die zien dat een familielid er niet meer tegen kan om zijn moeder of vrouw zo te zien wegglijden. Borggrefe laat zoon 'Anton' de keus maken: of hij gaat nooit meer naar zijn moeder toe, of hij verbindt zich met haar, zo dement als ze is. “Sinds ik elke dag bij haar op bezoek ga, word ik minder bang.”

Borggrefe studeerde theologie in Duitsland, in Göttingen. Zijn lichte accent verdwijnt bijna geheel als hij 'moeder' is. Hij kwam naar Nederland om zich bij de joodse leermeester Ashkenazy in de joods-christelijke traditie te verdiepen. Daarna volgde hij in Utrecht de Akademie voor expressie in woord en gebaar. “Op de akademie leerden we, het persoonlijke verhaal tot theater te maken, van hart tot hart te spreken, in plaats van van hoofd tot hoofd.”

Met de voorstelling 'Verdwaald' gaat hij door “zolang ik het op kan brengen. Ik wil het geloofwaardig spelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden