Weblog

Een Afghaanse vrouw met Nederlandse dilemma’s

Schoolplein (\N)

Hoe geëmancipeerd ook, de zorg voor de kinderen komt op het conto van de moeders. Dat zie ik in Nederland op het schoolplein van mijn zonen en dat hoorde ik hier, 5000 kilometer verderop, op het schoolplein van mijn nicht in Charikar.

Na een heerlijke avondmaaltijd van lokale gerechten bij mijn nicht Nilofar thuis nodigde ze mij uit om nog voor mijn vertrek naar haar school te komen. Ik nam de uitnodiging graag aan. Even later werd ik geconfronteerd met de boze blikken van mijn jongere nicht Mâria, toen ik haar uitnodiging om ook naar haar werk te komen beantwoordde met: “Ik ben niet ziek, dank je.” Mâria werkt als verpleegkundige in een door Italianen opgericht ziekenhuis in de Pandjsheer vallei. Ze reageerde verwijtend: “Maar je hoeft ook niet langer naar school, die periode heb je allang achter de rug, neef!” Ik voelde me schuldig en ingeklemd tussen die twee eigenwijze dames.

De volgende dag stond ik voor de poort van de school. De conciërge, tevens de bewaker van de school, keek me streng aan. Ik zei salam en dat ik mijn nicht Nilofar kwam bezoeken. “Wacht hier!” hoorde ik hem mij bevelen. Een poosje later zag ik mijn nicht vrolijk zwaaien naar mij. De conciërge knikte ten teken dat ik verder mocht. Ik liep naar mijn nicht toe en begreep uit haar houding dat ik haar op school, in tegenstelling tot thuis, niet bij de begroeting mocht kussen. Dus ik schudde haar hand. Zodoende hield ik me aan de fijnmazigheid van de Afghaanse cultuur. Elke omgeving zijn eigen gedrag.

In Afghanistan zijn kinderen vanaf hun zevende leerplichtig. Vanwege de enorme toestroom aan leerlingen wordt er in Charikar in drie ploegen lesgegeven. “Dat is fijn, want dan kan ik de zorg voor mijn kinderen en mijn werk mooi combineren,” vertelde mijn nicht. Als ze dat niet in het Dari Farsi had gezegd, had ik gedacht dat ik een Nederlandse werkende moeder voor me had staan. “Mijn twee oudere kinderen gaan zelf naar school, maar de twee kleintjes moet ik zelf naar school brengen.” “En jouw man dan?” vroeg ik. “Ach mannen hebben veel praatjes, maar als het op daden aankomt, hebben ze het plotseling enorm druk. Ik hoop dat jij anders bent?” Ik doe mijn best, hoorde ik mezelf verontschuldigen.

We liepen haar klas binnen. Op de roep van de keftan – de klasvertegenwoordiger – stonden de meisjes op. Trots zei Nilofar: “Hier zijn ze, mijn pupillen.” Ze stelde mij voor en vertelde dat ik in Nederland woon. De leerlingen keken me verbaasd aan. “Het land van tulpen,” legde ik uit “En molens, koeien en veel water.” “Verdrinken die koeien dan niet? Welke kleur tulpen? Gaan daar ook meisjes naar school?”

Ik werd bedolven onder hun onschuldige nieuwsgierigheid. Ik keek naar mijn nicht om hulp. “Niet allemaal tegelijk, eerst de rechter rij!” De orde keerde terug en ik raakte er nogmaals van overtuigd dat wij mannen het zonder vrouwen niet redden.

In het kantoor van de ernstig kijkende conrector hoorde ik dat sommige meisjes met opzet zakken voor hun examens om langer naar school te kunnen. Na de middelbare school komt er voor de meeste meisjes een einde aan het onderwijs, want een universitaire opleiding is voor de meeste families nog een stapje te ver.

“Er zijn veel mensen op onze school geweest met beloftes tot hulp”, zei de norse co-rector. “Maar we hebben er tot op heden niets van gezien. Ik hoop dat je iets voor ons kan doen.” De hele bovenverdieping van het gebouw bleek weggevaagd door het oorlogsgeweld. “Eén hulporganisatie hebben we niet meer teruggezien nadat die had geconstateerd dat het gebouw zodanig beschadigd is dat het een bovenverdieping niet kan dragen.”

Ik keek ernstig naar mijn nichtje en dacht aan die mooie onschuldige ogen van haar leerlingen: “Ze zitten dagelijks in dat levensgevaarlijke gebouw. Zou hun liefde voor onderwijs hen niet duur komen staan?” “Wellicht zou u iets kunnen betekenen voor ons school?” zei de conrector.

“Ik doe mijn best,” hoorde ik de klank van mijn stem mij achtervolgen toen ik de poort van de school uitliep, gebukt onder de last van een belofte.

Nilofar en haar pupillen stonden mij uit te zwaaien.

De beschadigde gang (\N)
Een buitenklas (\N)
De klas van Nilofar (\N)
Nilofar en haar leerlingen (\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden