Interview

Een achterbuurt is erger dan een getto

Loïc Wacquant Beeld LIONEL CHARRIER, M.Y.O.P.

De crisis heeft in Europa het hardst toegeslagen in de prachtwijken. En van een opverende economie zul je daar nauwelijks iets merken. Overheden doen te weinig om de 'getto-inwoners' van hun slechte imago te verlossen, betoogt de Franse socioloog Loïc Wacquant.

Dit is net een bunker, dacht de Franse socioloog Loïc Wacquant toen hij in 1985, 25 jaar oud, de campus van de Chicago-universiteit betrad. De rijke, blanke enclave was omringd door de black belt: rauwe buurten vol armoede en geweld, bevolkt door Afro-Amerikanen. Wacquant kreeg te horen dat hij het terrein onder geen beding mocht verlaten. "Dat deed ik natuurlijk nog diezelfde middag", grinnikt hij.

Die ervaring was een 'haast existentiële' schok, zegt hij. Het bestuderen van Chicago's South Side werd zijn missie. Jarenlang trainde hij bij een boksclub in de buurt, en sloot er levenslange vriendschappen. De coach werd als een tweede vader voor hem. Toen hij zijn boksmaten eens meenam naar Parijs, hoorden ze voor het eerst in hun leven tien dagen lang géén pistoolschoten, aldus een van hen. Ze waanden ze zich in een paradijs.

Parttimebanen en uitzendwerk
Een milde winterdag. De wanden van restaurant Les éditeurs in Saint-Germain des Prés, het literaire hart van Parijs, staan vol boeken. Wacquant, inmiddels een van 's werelds bekendste sociologen, oogt energiek. Onderzoek naar stedelijke marginaliteit is sinds zijn tijd in Zuid-Chicago alleen maar belangrijker geworden, zegt hij. Ook in Europa: Berlijn, Bilbao, Manchester, Antwerpen, Milaan - ze hebben allemaal hun beruchte achterbuurten.

Wacquant: "De afgelopen decennia groeiden ongelijkheid en marginaliteit enorm. Dit komt deels doordat de arbeidsmarkt minder stabiel werd. Parttimebanen, tijdelijke contracten en uitzendwerk kwamen op, het zwaartepunt van economische activiteit verschoof van industrie naar dienstverlening."

De onderkant van de samenleving kreeg de hardste klappen. Arbeiders werden voor een deel 'gedeproletariseerd': ze waren niet meer nodig in de fabrieken, met structurele werkloosheid als gevolg. Wacquant spreekt van 'nieuwe marginaliteit'. Deze armoede is volgens hem steeds meer los komen te staan van trends in de nationale economie. Zo heeft Frankrijk een werkloosheidscijfer van 11 procent, maar in de arbeidersklasse ligt die op 30 procent, en in sommige banlieues is maar liefst de helft werkloos. Wacquant: "En zelfs het werkende deel leeft in grote onzekerheid met tijdelijke contractjes of parttimewerk. Arbeid is, vooral voor mensen in deze wijken, blijvend kwetsbaar, precair geworden. Ik noem ze daarom het 'precariaat'."

Deze nieuwe onderklasse leeft in gestigmatiseerde buurten, vaak voormalige arbeiderswijken, die gezien worden als kansloze plaatsen van stedelijk verval en broeinesten van geweld. Toch vermijdt Wacquant, als hij over deze stedelijke probleemgebieden in Europa praat, zorgvuldig het woord 'getto'. Het irriteert hem mateloos als journalisten of sociologen dat woord wel gebruiken. "Toen ik nog in Chicago woonde, hoorde ik paniekerige geluiden uit Europa komen. De gerenommeerde Franse socioloog Alain Touraine waarschuwde in Le Figaro dat de Parijse banlieues richting het 'getto in Chicago' gingen. Ze hadden het over cités-ghetto. Ik dacht: zijn ze wel eens hier geweest?"

 
De afgelopen decennia groeiden ongelijkheid en marginaliteit enorm. Dit komt deels doordat de arbeidsmarkt minder stabiel werd

Projectie
In feite was het Chicago van de jaren tachtig gemuteerd in wat Wacquant een 'hypergetto' noemt: een economische afvoerput, waar klassen- en rassenscheiding volledig samenvielen. De rijkere zwarten woonden elders. Dat was in het oude getto nog niet zo. Hoe rijk de eerste zwarte miljonair in Chicago - bankier Jesse Binga - ook was, hij bleef in het getto wonen. Hij woonde daar niet omdat hij arm was, maar omdat hij zwart was. "In de jaren tachtig waren alleen de allerarmsten in het getto overgebleven."

In Europa is de dynamiek van marginaliteit heel anders, aldus Wacquant. Toch is ook hier het denken en spreken over stedelijke marginaliteit gekleurd door het concept van het getto, dat wij bewust of onbewust projecteren op de werkelijkheid. Wacquant somt enkele recente titels op over het probleem van gettovorming in West-Europese steden. "Het idioom van het getto belemmert een goede analyse van wat er gebeurt in deze stedelijke zones. Als Europeanen rellen in Londen, Parijs of Kopenhagen zien, vergelijken ze die met de zwarte rellen in de jaren zestig of de rellen rond Rodney King in 1991, in Los Angeles."

Zulke projecties, betoogt Wacquant, zijn niet alleen onjuist maar ook gevaarlijk. "Beeldvorming slaat terug op de werkelijkheid."

Waarom klopt het beeld van het getto niet als het gaat om Europese steden?
"Een getto heeft duidelijk gemarkeerde grenzen, die je niet zomaar overschrijdt. Er woont een homogene etnische groep - onder dwang. En: die groep creëert parallelle instituten, het wordt een minisamenleving. Dat zie je al in het allereerste (Joodse) getto, in zestiende-eeuws Venetië. Al deze elementen ontbreken in de zogenaamde getto's van Europa. Je ziet daar juist precies het tegenovergestelde. Ze worden steeds diverser. La Courneuve in de Parijse banlieues, waar ik onderzoek heb gedaan, telde in 1990 26 nationaliteiten. Nu zijn dat er 62. De mobiliteit is er ook uitzonderlijk hoog. Vorig jaar ontdekte ik dat alle families die ik er in de jaren negentig had geïnterviewd, waren vertrokken. De grenzen van de banlieues zijn dus poreus. Een collectieve identiteit die de mensen verenigt, zoals die in getto's opkwam, is er in de 'slechte buurten' van Europa ook niet. Ze hebben geen gemeenschappelijke taal."

En de islam dan?
"De angst voor een parallelle samenleving in de grote steden onder de vlag van de islam is een gedachtenspinsel van Europese journalisten en politici. Na er dertig jaar voor te zijn gewaarschuwd kan ik die nog steeds nergens vinden. De islam is geen eenheid en leidt ook tot botsingen tussen mensen in deze buurten. De culturele en etnische verschillen blijven onverminderd groot. Inwoners van deze wijken organiseren zich ook niet politiek als moslims.

Tegen democratische principes in
Veel van deze migrantenwijken waren vroeger arbeiderswijken, zoals Nieuw-West in Amsterdam, of de banlieues in Parijs. Die werden de 'rode riem' genoemd. De communistische partij slaagde erin ze politiek te mobiliseren, als arbeidersklasse. Maar de nieuwe marginaliteit is gefragmenteerd. Het is een doodgeboren kind, het kan zich niet verenigen. Het heeft geen naam, taal of organisatie waarmee het zich een identiteit kan verschaffen. Het is ieder voor zich, een strijd van allen tegen allen."

Wacquant denkt na. "Hier heb je de kern van de zaak. Niemand in een liberale samenleving zou het getto moeten willen. Het druist in tegen democratische principes van gelijkheid, vrijheid en individuele waardigheid. Maar soms denk ik dat de paria's in onze steden beter af zijn als ze wél in getto's woonden."

Wacquant steekt zijn vork in een croque monsieur en kijkt uit het raam. In zijn nieuwste boek 'De twee gezichten van het getto' (nog niet in het Nederlands vertaald) betoogt hij dat het getto een januskop heeft. De Joodse getto's in de zestiende en zeventiende eeuw in Europa laten dat volgens Wacquant goed zien. Het getto zorgde ervoor dat de christenen niet met Joden in aanraking hoefden te komen, terwijl ze tegelijkertijd wel van hun geld en kunde konden blijven profiteren. Maar belangrijker: de Joden profiteerden zélf ook van het getto.

 
Als Europeanen rellen in Londen, Parijs of Kopenhagen zien, vergelijken ze die met de zwarte rellen in de jaren zestig
Loïc Wacquant Beeld LIONEL CHARRIER, M.Y.O.P.

Wacquant: "Een getto bood een beschermde ruimte, waarin sprake was van gemeenschap en wederkerigheid. Zelfs van waardigheid. Het was dus óók een instrument van culturele productie, waarin een collectieve identiteit ontstond. Misschien zou het Jodendom zonder het getto wel verdwenen zijn. Dat is de paradox. Dat zie je ook in het zwarte getto in Amerika dat in de jaren twintig van de vorige eeuw ontstond. De slogan black is beautiful is een product van gettovorming, net als de vereniging van 'negers' en 'mulatto's' onder de paraplu van 'zwart'. Toen het getto in de jaren zestig implodeerde kwam dat niet alleen door economische veranderingen - fabrieken sloten hun deuren - maar ook door de burgerrechtenbeweging, die ondenkbaar was geweest zonder het getto."

Welke nadelen ondervinden bewoners in Europa's probleemwijken van het stigma dat ze in een getto wonen?
"Deze wijken worden gezien als besmettelijke zones, die iedereen vermijdt. Winkels en bedrijven vestigen zich er niet, waardoor werkgelegenheid wegblijft. Solliciterende jongeren die op hun cv zetten dat ze uit La Grande Borne of La Courneuve blijken 50 procent minder kans te maken op een uitnodiging voor een gesprek.

Vaak zijn deze buurten wijd en zijd bekend. Het zijn symbolen van stedelijke misère geworden. Neem de Zweedse voetballer Zlatan Ibrahimovic. Als het over hem gaat, duikt ook vaak meteen de naam Rosengård op, de migrantenwijk in Malmö waar hij opgroeide. Ibrahimovic schreef een boek over zijn jeugd in het 'getto'. Waar had hij dat woord gehoord? In de media, bij politici. Het getto van Malmö is berucht.

Bewoners voelen de druk van het stigma. Ze proberen zich ervan te distantiëren. Ze plakken het op hun buren om aan te tonen: ik ben niet zoals het uitschot dat hier woont. Het stigma verzwakt sociale banden en ontneemt mensen de mogelijkheid te aarden, zich thuis te voelen. En zo zorgt het stigma ervoor dat deze buurten desintegreren."

Maar er is in die achterbuurten toch ook gewoon een hoop criminaliteit en geweld? Is dat allemaal de schuld van de samenleving?
"Natuurlijk is er geweld. Maar niet opvallend meer dan elders. Tussen beeld en werkelijkheid gaapt bij deze buurten vaak een grote kloof. Neem de rellen in de Parijse banlieues in 2005. Media deden het voorkomen alsof alle banlieues in lichterlaaie stonden en afgleden richting chaos. Dat klopte niet. Slechts een derde van de zones urbaines sensibles, zoals de officiële aanduiding luidt, gaat echt achteruit."

 
Natuurlijk is er geweld in achterbuurten, maar niet opvallend meer dan elders

Verplaatsing
Wacquants betoog is genuanceerd: hij signaleert de opkomst van het precariaat, maar gaat niet mee in alarmistische retoriek over gettovorming. Die retoriek, zegt hij, werkt de bestendiging van nieuwe marginaliteit in de hand. Maar ze maakt ook dat het beleid van Europese overheden om het probleem te verhelpen faalt. "Een verkeerde diagnose leidt tot verkeerde oplossingen. Zo is de antigettopolitiek populair. Overal in Europa gaat sociale woningbouw tegen de grond, om plaats te maken voor appartementencomplexen. Dergelijke 'vernieuwingsprojecten' worden verkocht als voordelig voor de arme bevolking, maar leiden voor hen tot een drastische vermindering van het aantal beschikbare woningen. Je verplaatst het probleem. De arme bevolking verhuist naar nieuwe 'getto's'."

Een echte oplossing ligt volgens Wacquant in het tegengaan van het stigma én het scheppen van werk. Dat laatste, voegt hij toe, kun je niet overlaten aan de markt. Achterstandsbuurten profiteren nauwelijks van een aantrekkende economie. Maar als de economie achteruitgaat, komt dat daar harder aan dan elders. Wacquant: "Overal in Europa is te makkelijk het ideaal van de verzorgingsstaat losgelaten. De politiek lijkt alleen nog echt in de natiestaat te geloven als die zijn spierballen van politie en ME kan laten rollen in de criminele achterbuurten."

Het is een politiek uit onmacht. "We zijn niet in staat burgers aan de onderkant van de samenleving voldoende werk te geven. En vervolgens straffen we hen voor hun armoede."

Wie is Loïc Wacquant?
Loïc Wacquant (1960, Montpellier) studeerde in Parijs bij de invloedrijke socioloog Pierre Bourdieu, met wie hij ook publiceerde. Hij vervolgde zijn studie in Chicago, waar hij in 1994 promoveerde. Tegenwoordig is hij hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Californië, Berkeley en onderzoeker aan het Europese centrum voor sociologie en politieke wetenschap in Parijs.

In 'Prisons of Poverty' (1997) onderzoekt Wacquant de opkomst van een harder strafbeleid in de VS en in andere westerse landen, een thema dat hij in 'Straf de armen' (2006) verder uitdiept. In 'Paria's van de stad' (2008) brengt hij zijn onderzoek in zowel Amerika als Europa samen en analyseert hij de opkomst van nieuwe marginaliteit. In zijn laatste boek, 'De twee gezichten van het getto' uit 2012, onderzoekt hij de oorsprong en kenmerken van gettovorming.

Tijdens zijn verblijf in Chicago werd Wacquant zo gegrepen door het boksen dat hij zelfs een profcarrière als bokser overwoog. Hij schreef over deze periode in 'The Body and the Soul, Notebooks of an Apprentice Boxer' uit 2003.

Het tegengaan van stigmatisering probeert Wacquant zelf ook in de praktijk te brengen. Tijdens de vorige presidentsverkiezingen deelde hij in Les Quatre Mille, de beruchtste buurt van La Courneuve, folders uit voor kandidaat François Hollande. Overigens wist hij best dat die hem zou gaan teleurstellen - wat Hollande dan ook niet nagelaten heeft te doen.

Maar het ging hem niet zozeer om Hollande, vertelt Wacquant.

"Voor mij was het een erekwestie om juist naar deze wijk te gaan. De mensen die daar leven zijn evenzeer stemgerechtigd als ik dat ben. Zij wonen óók in Frankrijk. Het enige wat ze van Frankrijk zien is de politie, het straffende gezicht van de staat. Je voelt je een halve crimineel alleen al door daar te wonen. Als jongeren uit dit soort buurten rellen, dan is dat een schreeuw om respect: behandel ons als burgers. Ingewikkelder is het niet."

 
Tijdens zijn verblijf in Chicago werd Wacquant zo gegrepen door het boksen dat hij zelfs een profcarrière als bokser overwoog
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden