Een aardse, organische uitstraling

Afdeling: sculptuur, metaal, koperdraad, canvas en verf

Het is even zoeken in het ondergrondse depot van het Gemeentemuseum Den Haag. Directeur Benno Tempel kan de doos niet vinden met het kunstwerk van de Amerikaanse kunstenares Lee Bontecou (1931) dat hij persoonlijk en speciaal voor Trouw op zaal gaat hangen. Al moeten we dat laatste niet al te letterlijk nemen. Als de doos is opgespoord, sjouwt Tempel hem naar de plek die is uitgezocht voor dit werk. Dat is het kabinet met werk van de Amerikaanse kunstenaar Donald Judd, dat grenst aan de zalen met de reliëfs van Jan Schoonhoven en het wereldberoemde schilderij 'Victory Boogie Woogie' van Piet Mondriaan. Over die plek is goed nagedacht, maar daarover straks meer.

Eerst maar eens de doos openmaken en daar komt iets heel geks uit, al mag je dat misschien niet zeggen van een kunstwerk. Wat het is, is moeilijk te omschrijven, maar intrigerend is het beslist. Het object bestaat uit een stalen frame met koperdraden die zijn bespannen met canvasdoek. Midden in dit canvaslandschap met zijn grillige welvingen bevindt zich een geheimzinnig donker gat. Van bovenaf gezien doet het denken aan de krater van een vulkaan. Maar als Benno Tempel het werk tegen de muur plaatst, zoals het is bedoeld, kijk je er weer heel anders naar. Dan zou je er ook een insectennest in kunnen zien of een rotslandschap. Het canvas is bewerkt met een krijtachtige substantie en ecolineachtige verf, waardoor het een heel aardse, organische uitstraling heeft.

Het werk, dat uit 1960 dateert, heeft geen titel. Er is in het verleden wel gesuggereerd dat de kunstenares met het donkere gat refereerde aan het vrouwelijk geslachtsorgaan, maar Lee Bontecou heeft dat altijd van de hand gewezen. Met haar werk wil ze een wereld scheppen die in het echt niet bestaat, een utopische wereld waarvan je alleen maar kunt dromen en die allerlei gedachten oproept.

Waarom haalt Benno Tempel nu uitgerekend dit werk uit de kelder? Lang heeft het daar overigens niet gelegen. Vorig jaar kocht het museum het aan (voor 130.000 euro) op een veiling in Amerika. Waarschijnlijk is het al die jaren daarvoor nooit te zien geweest voor het publiek.

Het werk van Lee Bontecou is ook nauwelijks bekend, wel bij echte kunstkenners, maar niet bij het grote publiek. En dat is doodzonde, vindt Tempel, omdat ze fascinerende dingen maakt. Ze begon haar carrière in 1957 als beeldhouwer en maakte aanvankelijk traditionele, Giacometti-achtige sculpturen. In 1959 ging ze boxjes maken, zoals meer kunstenaars deden in die tijd. Daarna volgden haar raadselachtige constructies van staal en canvas met diepe donkere gaten. Dat organische keert ook terug in de bloem- en visvormen die ze later ging maken van epoxy en plastic. Tempel: "Ze doet alles zelf en in alle gekke utopische vormen, planeetachtige stelsels en beestachtige constructies die ze maakt, proef je de illusie van een wereld die niet echt bestaat."

In de Nederlandse museumcollecties komt haar werk amper voor. Voor zover bekend bezit alleen het Stedelijk Museum een object van Bontecou. Tempel: "Toen ik hier een paar jaar geleden directeur werd, ontdekte ik dat onze collectie wat betreft de vijftiger en zestiger jaren te weinig internationale kunstenaars telt. Terwijl die toch een mooie aanvulling zouden zijn op Nederlandse kunstenaars als Schoonhoven en Constant die hier heel goed vertegenwoordigd zijn."

Omdat werk van beroemde tijdgenoten als Andy Warhol nagenoeg onbetaalbaar is, ging Tempel op zoek naar minder bekende kunstenaars. Tempel: "Mijn criterium is dat hun werk onze collectie moet versterken en dat ze nog niet in Nederlandse museumcollecties voorkomen. Je hoopt als museumdirecteur diep in je hart natuurlijk ook altijd om een onbekend talent te ontdekken."

Die zoektocht leidde vooralsnog naar twee vrouwelijke kunstenaars: Lee Bontecou en Louise Bourgeois, die vorig jaar overleed kort voor de opening van een tentoonstelling van haar werk in het Gemeentemuseum. Deze vrouwen zijn volgens Tempel zeker zo goed als de mannen, maar altijd meer in de schaduw gebleven. Door de kunstmarkt werden ze aanvankelijk niet serieus genomen. Het voordeel daarvan is dat hun werk nog redelijk betaalbaar is.

Tempel: "Ook mooi aan hun werk is dat het in vergelijking met dat van bijvoorbeeld Carl André en Donald Judd veel meer emotionele lading heeft." Tempel wijst naar de rechthoekige dozen van Judd en de massieve blokken van André die nu gezelschap krijgen van Bontecou: "Dat zijn toch heel rationele werken, haast emotieloze kunst, vergeleken bij haar organische constructie."

De nieuwe aanwinst is ook bijzonder omdat deze een keerpunt in de kunstgeschiedenis markeert. Het is gemaakt in 1960, op het snijvlak van de jaren vijftig en zestig, toen zich een belangrijke omslag voltrok. De jaren van de wederopbouw en de Marshallhulp, van het optimisme en het vooruitgangsdenken, maakten plaats voor een periode die gekenmerkt wordt door botsingen tussen de oude en de nieuwe generatie en het zich afzetten tegen de heersende kunststromingen. De minimal art kwam op: kunstenaars gingen eenvoudige, onartistieke materialen gebruiken. Jan Schoonhoven verwerkte bijvoorbeeld wc-rollen in zijn reliëfs. Tempel: "De kunst uit die tijd heeft oneerbiedig gezegd een hoog houtje-touwtje- en knutselgehalte, wat je bijvoorbeeld ook afziet aan het beroemde werk New Babylon van Constant, waarin hij een utopische wereld verbeeldt, al gebruikte hij daarvoor wel moderne materialen als perspex. Lee Bontecou past in dat rijtje, zij het op een hele bijzondere manier en vormt daarom zo'n mooie aanvulling op onze collectie." Tempel wijst naar een zwart reliëf van Schoonhoven met wc-rollen. En ineens zie je hoe mooi de donkere gaten in dat werk harmoniëren met het geheimzinnige gat in het object van Bontecou.

Tempel hoopt meer werk van Bontecou te kunnen aankopen, al zal dat niet gemakkelijk zijn. De kunstenares is lastig te benaderen. Na negatieve recensies van haar werk trok ze zich in de jaren zeventig terug uit de kunstwereld. Jarenlang werd niets van haar vernomen, ook al heeft ze altijd doorgewerkt in haar afgelegen atelier in Pennsylvania. In 2003 was er voor het eerst weer een overzicht te zien van haar werk in enkele Amerikaanse musea.

Tempel: "Ik hoop haar nog eens te ontmoeten. Haar kunst is zo intrigerend en ook altijd esthetisch. Daarom past het zo goed in dit museum. Wij zijn geen museum met conceptuele kunst: de esthetische beleving staat bij ons altijd centraal."

De sculptuur van Lee Bontecou maakt vanaf nu deel uit van de vaste opstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. www.gemeentemuseum.nl

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum Den Haag: een sculptuur van Lee Bontecou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden