EEN AARDIGE MAAR DOMME PION

Twintig jaar geleden stierf Elvis Presley, waarschijnlijk het grootste idool dat ooit op aarde rondliep. Zijn aantrekkingskracht was ongekend, meisjes vielen flauw als ze zijn snelle heupbewegingen zagen en wilden massaal met hem naar bed, jongens imiteerden hem het liefst van kuif tot Cadillac. Gekker, wilder en massaler kon niet anno 1956 en er kwam geen einde aan. Het ging zover, het succes, het reikte bijna zelfs tot aan de maan.

Bijna, en dat betreurde hij. Want als Elvis na zijn tweede come back in 1968 nog iets wenste, was het dat wel: hij droomde er van ooit als eerste zanger op de maan te mogen optreden. Toen hij de maanlanding in juli 1969 op televisie zag, zei hij tegen zijn uitbater en uitbuiter ('Colonel') Tom Parker: “Ik zie het al voor me: een groot podium waarop ik sta. En dan zing ik 'Hound dog' voor honderen miljoenen tv-kijkers.”

Acht jaar heeft de zanger zijn laatste droom nog kunnen koesteren, daarna was het over. Op 16 augustus 1977 werd Presley dood in de badkamer van zijn villa Graceland in Memphis gevonden. Zijn hart had het begeven en wie leest hoe hij zich de laatste jaren door het leven sleepte, begrijpt nauwelijks dat zijn dood uiteindelijk nog zo lang op zich liet wachten. Honderdzestig kilo zwaar, verslaafd aan de gekste pillen-coctails waarin soms meer dan twaalf verschillende soorten medicijnen of drugs verwerkt waren (op doktersrecept, dat wel) en een hoofd vol zorgen. Ruzie met zijn vader Vernon, problemen met zijn dochtertje Lisa Marie, zijn vrouw Priscilla was er al vandoor gegaan, en bang voor zowel een naderend failissement als de aankondiging van een boek van twee van zijn lijfwachten die dollars zagen in het verhaal van zijn licht-maniakale seksuitspattingen (en dat terwijl hij al jaren impotent was); ja, dat werd zelfs de King te veel. En zo ging hij heen, duizendmaal eenzamer nog dan de eenzaamheid van 'Heartbreak Hotel' waarmee hij in januari 1956 definitief doorbrak.

Nu, twintig jaar later, ontvangen we de eerste beelden van Mars. Elvis is er nog niet gesignaleerd, maar zijn mythe lijkt onbegrensder dan ooit. Niet alleen wordt er volgende week in Memphis een invasie van duizenden aanhangers verwacht uit alle windstreken (het luchtruim boven Tennessee raakt al aardig vol als je de vliegmaatschappijen moet geloven), ook hier in Nederland neemt de gekte toe. Kranten besteden hele bijlagen aan het fenomeen, platenmaatschappij RCA geeft deze zomer voor honderd gulden een speciale music box met honderd nooit eerder op plaat gezette nummers uit ('Elvis Presley, Platinum, a life in music') en alsof dat nog niet genoeg is, komt ook Reader's Digest (u weet wel, van 'Het Beste') met een 'Collector's item' op de markt. Honderdtwaalf grote Elvis-hits onder het mom 'The legend lives on'! Je zou er beroerd van worden. Tenslotte zijn er dan ook nog de speciale Elvis-beurzen en -dagen. Van die evenementen in evenementenhallen als de Rai ('Always Elvis') en de Rijnhal in Arnhem ('Elvis forever'), waar de sfeer van de jaren vijftig kunstmatig wordt teruggehaald met behulp van Amerikaanse sleeën, Wurlitzer-jukeboxen, tafels en wanden met allerlei Elvis-prullaria en niet te vergeten de 'Elvis-tributes' en imitatiewedstrijden. 'De King leeft' heet het dan. Alsof hij Christus is. Maar ik vrees toch echt dat Elvis voorgoed het gebouw verlaten heeft.

Zoveel aandacht, zoveel eer. Wat is dat toch? Wat heeft Elvis zo groot gemaakt? Wat heeft hij blijkbaar meer dan presidenten als Lincoln, Roosevelt en Kennedy? Meer dan de held van de zwarte emancipatie Martin Luther King jr? Meer ook dan filmsterren als Marilyn Monroe, John Wayne of Marlon Brando en James Dean? En wat, tenslotte, meer dan andere popsterren als Bob Dylan, Mick Jagger, John Lennon, Jim Morrison, Madonna en Michael Jackson?

Het antwoord is eenvoudig. Niets. Niets meer. Minder zelfs. En daar ligt ook precies zijn kracht. Kon en kan de wereld zich aan al die andere namen om de een of andere manier nog ergeren, Elvis was zo 'smooth', die kon hoogstens genegeerd worden. Vergeleken met Lincoln, Roosevelt, Kennedy, King, Brando, Lennon, Morrison, Dylan en zelfs Madonna is Elvis niet meer dan een kleine showbink, een aardige maar domme pion in de handen van een louche manager van Nederlandse afkomst (Kolonel Parker werd in 1909 als Dries van Kuijk in Breda geboren en vertrok in 1925 naar Amerika) die alleen op succes en geld uit was. Een mooi aangeklede performer, die een kunstje kon dat rock'n roll moest heten. Anders dan het rijtje (Michael Jackson uitgezonderd, wat hij voorstelt weet ik nog steeds niet; op zijn danspasjes afgaand een soort nep-Elvis met ook de maan als hoofddoel) hierboven had Elvis allesbehalve een politieke of sociale boodschap. Elvis zong niet over de verschillen tussen blank en zwart, noch over die tussen arm en rijk. Evenmin zong hij over oorlog en vrede, Vietnam of de ongelijkheid tussen man en vrouw. Nee, van Elvis hoefde geen partij of natie iets te vrezen. Pas toen Martin Luther King (in Memphis nog wel) was neergeschoten, zong Elvis zijn politiek correcte 'In the gettho'. Voor de rest ging het, zeker in zijn eerste grote succesperiode tussen '55 en '58 altijd over vriendjes en vriendinnetjes, ouders, auto's, uitgaan, schoenen en lekkere muziek in de gevangenis. Ook de 31 films, waarin hij acteerde zoals 'Love me tender' (1956), 'Jailhouse rock' (1957), 'King Creole' (1958), 'G.I. Blues' (1960), 'Blue Hawaii' (1961) en 'Girls, girls, girls' (1962) waren totaal nietszeggend. Niveautje 'Saturday night fever' en 'Grease', meer niet, eerder minder.

Nee, als Elvis al iets belichaamt dan is het geen gedachte noch enige fundamentele rebellie, maar hoogstens de vitaliteit van een nieuw, jong Amerika in vredestijd. Stoer, cool, gezond, siert Elvis het Amerikaanse pantheon der groten vooral als de nieuwe cowboy van de jaren vijftig, als pionier (want dat was hij) en loner - wild, maar met een hart van goud. Zo heeft Andy Warhol hem dan ook afgebeeld op één van zijn zeefdrukken: als een cowboy in spijkerbroek.

Over dat wilde gesproken. Heel even leek het erop dat Elvis zich wel als een rebel zou ontwikkelen. Net als James Dean een rebel zonder reden weliswaar, maar toch een uitdagende rebel, die het stoffige, benepen kussen van de dubbele moraal van de natie eens flink leek op te schudden met zijn sexy heupen en zijn zwoele mond. Maar zowel muzikaal als sociaal was het snel gebeurd met het generatieconflict. Hoe stoer ook, hij was geen Dean en zeker geen Brando. Integendeel, het sekssymbool was altijd lief voor zijn moeder en hield van zijn vaderland. Zo ging hij in 1958 zonder morren het leger in (hij verdween tot begin 1960 naar Duitsland, naar Bad Nauheim) en schreef hij tijdens de Watergate-affaire een (goedbedoeld) briefje aan Nixon, dat hij, mocht hij ooit iets voor hem kunnen betekenen, hij graag zijn diensten aanbood. De slijmerd. Zoveel vaderlandsliefde en toeschietelijkheid, ja, daar vallen Amerikanen voor.

Elvis bijdrage aan de Amerikaanse droom begon in het blanke zuiden. Geboren op 8 januari 1937 in Tupelo (Mississippi) groeide hij op in een vrij arm gezin zonder al teveel uitzicht op de grote vooruitgang. Hoewel de oom van Elvis' vader Vernon nog burgemeester was geweest van Tupelo, dat wil zeggen East-Tupelo, stond diens opa weliswaar bekend als een harde werker, maar vooral ook als een flinke drinker en een wildeman met streken. Vernon had minder ambitie en ging als eenvoudige melkboer en landarbeider door voor een sul. Hij wilde eigenlijk maar één ding: een harmonieus gezin. Om zijn geluk in de stad te beproeven trok Vernon in 1950 met zijn vrouw Gladys en zijn zoontje Elvis naar de grote stad, Memphis. Het werd een fiasco. Het gezin raakte in de bijstand, Elvis ging snel aan het werk en bracht al vroeg als plaatsaanwijzer in de bioscoop en later vrachtwagenchauffeur wat geld binnen. Dat wil zeggen, de helft van wat hij verdiende; de rest gaf hij uit aan mooie kleren en uitgaan.

Zijn ouders legden hun zoon geen strobreed in de weg. Hij was alles voor ze, niet in de laatste plaats omdat zijn tweelingbroer Jesse Garon bij de geboorte gestorven was en hij het laatste was dat ze hadden. Zo kreeg Elvis al vroeg (op zijn achtste) een tweedehands gitaar in de hoop dat hij niet te veel de straat op zou gaan, maar die hoop was ijdel. Geraakt door de gospel en spirituals in de kerk (de Presley's waren overtuigd lid van de Pinkstergemeente), breidde zijn muzikale belangstelling zich al snel verder uit en werd zijn smaak (tot grote spijt van zijn ouders) steeds ruiger. Begonnen met oude, zoete geestelijke liedren en countryliedjes van bijvoorbeeld The Carter Family, stapte Elvis al snel over naar de muziek van Hank Williams en daarna Dean Martin en Mario Lanza die hij graag imiteerde. Ook werd zijn interesse gewekt door de (zwarte) Mississippi-blues van figuren als Big Bill Broonzy en Big Boy Crudup en de nieuwe blues uit Memphis zelf van zangers als Rufus Thomas, die hij eveneens begon na te doen.

Als hij op een zomerdag in '53 met zijn vrachtwagen van de Crown Electric Company weer eens langs de Memphis Recording Service moet en een bord ziet met de tekst 'Record your voice for $4,00' trekt hij de stoute schoenen aan en laat zijn stem voor het eerst echt horen. Twee songs neemt hij op die dag op: 'My happiness' en 'That's when your heartaches begin'. Getroffen door zijn geheel eigen stemgeluid laat het meisje van de zaak, Marion Keiser, het bandje horen aan Sam Philips, eigenaar van de zustermaatschappij van de Service, het Sun-label. Een jaar later worden de eerste opnamen gemaakt en als het wat tegenzit, laat Elvis tijdens en koffiepauze opeens zijn ware 'soul' zien. Hij speelt, letterlijk in het wilde weg, Arthur Crudups bluessong 'That's all right mama' en een nieuwe stijl is geboren. Country en blues, gespeeld in een hoog tempo onder een weergaloos ritme; dat was de revolutie die Elvis veroorzaakte. De vraag was alleen, wie zou dit willen? De blanke dj's, was de vrees, zouden Elvis niet willen draaien omdat het negermuziek was en de zwarten niet omdat het (blanke) 'hillbilly' was. Het pakte anders uit. Jong blank Amerika omhelsde Presley met open armen en kreeg meteen toegang tot de zwarte muziek: Chuck Berry, Little Richard, Otis Redding, Muddy Waters - eigenlijk werden ze allen door Elvis ontsloten. Daarbij brak de pelvis definitief ook de ban voor de rock'n roll. Zonder Elvis geen Sweet Gene Vincent, Buddy Holly en geen Beatles evenmin.

De grote doorbraak beleefde Elvis in januari 1956 met de single 'Heartbreak hotel'. Het plaatje werd zijn eerste nummer 1 hit in de Verenigde Staten. Na 'Heartbeak hotel' was er geen houden meer aan. 'Blue suede shoes', 'My baby left me' en 'Tuttu frutti' - de radio schalde het uit van Memphis tot Minneapolis, van Dallas tot Detroit en van Ford Hood tot Hawaii. En Amerika stond op zijn kop.

De rest is bekend. Tot zijn vertrek naar Duitsland, was hij een vernieuwer. Na zijn terugkeer uit militaire dienst zijn de wilde haren er (letterlijk) af en krijgt zijn loopbaan een desastreuze wending. Niet Elvis' muzikale kracht, maar zijn commerciële potentie wordt door kolonel Parker tot op het bot uitgebuit. En zo stopt de koninklijke rock'n roll-trein al snel in plaatsen als Hollywood en Las Vegas en raken de roots steeds verder uit beeld. Als er bij iemand het succes in alle opzichten zijn ondergang is geworden, dan bij Elvis wel. En dat alleen omdat hij ooit zo goed als good old Arthur Crudup wilde worden en de wereld sterren wil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden