Een aardige kameraad

null Beeld

Als we vandaag weer terug zijn in die rechtszaal, die zaal in München, en als hij weer op zijn bed ligt, opgeknapt na een paar moeilijke dagen en met nieuw bloed in zijn lijf, dan zal de reis terug weer worden voortgezet, terug naar die donkere jaren, naar dat zwarte gat dat de naam Sobibor draagt.

Een kwart miljoen mensen verdwenen in dat gat, in amper zestien maanden, en van de gelukkigen bleef alleen de naam over – op een transportlijst in Westerbork. Zo weinig stelde geluk voor.

Elk spoor van dat gat moest uitgewist. En het personeel van de doodsfabriek zwermde uit, hun grote, donkere geheim verbergend. Behoorde de man op dat bed, Ivan Demjanjuk, tot het personeel?

Thomas Walther is ervan overtuigd. Hij, de onderzoeksrechter, zocht de snippers bij elkaar, van kort na de oorlog, uit een archief hier, een kelder daar, tussen vergeelde paperassen en kaartenbakken. En vond er zijn naam.

De naam van Demjanjuk.

Vorige week getuigde Walther voor de rechtbank en schetste een beeld van een man die voor zichzelf een alibi poogde te scheppen, onhandig, en met veel tegenstrijdigheden. Maar Walther zocht naar meer dan die snippers van papier, en zocht ook naar mensen die destijds Demjanjuk hebben gekend, dat wil zeggen de mensen die hijzelf in een van de naoorlogse verhoren bij naam noemde. Alex Nagorny. Wladimir Doubovec. Topka.

Dat waren de mensen geweest die Demjanjuk kenden uit het kamp Heuberg, uit ’44, begin ’45, uit een kamp dus voorbij dat zwarte gat, want Sobibor bestond na de opstand van oktober 1943 niet meer.

Nee in Heuberg, daar had hij gezeten, in Zuid-Duitsland, hij, de krijgsgevangene uit het Rode Leger, en hij was er gekomen via de krijgsgevangenenkampen van Rowno, Chelm en Graz. Geen Sobibor nee.

En in Heuberg was hij gerecruteerd voor de tweede divisie van het Russische bevrijdingsleger van generaal Vlasov, die samen met de Duitsers tegen Stalin wilde vechten. Nagorny en Topka waren daar ook bij geweest, en Doubovec was hun commandant.

De rechter had van deze Doubovec, inmiddels overleden, nog een verklaring onder ede voorgelezen, die hij in 1990 in Amerika had afgelegd. Hij bevestigde de recrutering van Demjanjuk – in januari ’45, ver na dat gat. „Hij was een aardige kameraad. Sympathiek.” Zulke woorden wijdde Doubovec aan hem.

Nagorny leeft nog. Walther zocht hem op en gaat deze week daarover berichten. Nagorny zelf staat nog op de rol. In die reis terug in de tijd.

En uit Praag kwam het bericht dat er nog een overlevende was, een overlevende van de opstand in Sobibor, een die zei dat hij Demjanjuk van een foto had herkend. Een ooggetuige. Een nu ernstig zieke joodse man uit de Oekraïne, Demjanjuks geboorteland.

Maar sinds Treblinka, toen vijf overlevenden dachten hem te hebben herkend, moeten we daar voorzichtig mee zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden