Een aanpak met open vizier

Nooit kreeg Ben Vet ondanks acht titels op een NK zoveel media-aandacht als na de 'dubbel' van zijn pupil Guus Hoogmoed. Hoe een voormalige discuswerper een polsstokhoogspringer tot sprinter omvormde.

In retrospectief is veel verklaarbaar. Zijn talenten waren beperkt, oogkleppen wilde hij niet op. En zeker dat laatste geldt voor oud-werper Ben Vet (37) in zijn rol als trainer nog altijd.

De reus uit Landsmeer stelt nu vast dat zijn spiervezels te traag zijn voor explosieve disciplines. ,, Ik liep als vijftienjarige een trimloopje van vijf kilometer in 17.52 minuten en mijn 100 meter was nooit sneller dan 12.1. Dramatisch voor een discuswerper, maar als je zo opgaat in je sport wil je dat niet weten.”

Vet stelt vast dat hij het van werken moest hebben, en nog had hij de toernooien niet voor het uitzoeken. Eigenlijk had hij maar één droom: deelnemen aan de Spelen.

,, Dat had mooi op mijn cv gestaan.”

Spijt van zijn keuzes heeft hij nooit gehad. De Academie voor Lichamelijke Opvoeding ging voor. Daarna verkoos hij zijn huidige betrekking op diezelfde academie boven een laatste olympische limietpoging.

Vet vestigt dit jaar met de prestaties van pupil Guus Hoogmoed de aandacht op zich. Niet alleen omdat zijn sprinter zich snel tot internationale subtopper heeft ontwikkeld, maar vooral door de wijze waarop.

,, Ik zeg wel eens dat Guus zo goed is omdat hij traint als werper” Daar kijken ze bij de sprint van op. Was het niet sprintgoeroe Henk Kraaijenhof die sprinters vergeleek met roofdieren, die hun energie sparen tot ze hun prooi bespringen? Hoogmoed hoort van collega's dat hij veel meer dan hen doet.

,, Waarom zou een sprinter niet hard trainen? Kraaijenhof trainde Nelli Cooman en Merlene Ottey, natuurtalenten die misschien niet zoveel hoefden te doen. Dat geldt niet voor Hoogmoed, hij traint qua omvang en intensiteit twee keer zoveel als anderen.”

,, Guus kwam vijf jaar geleden bij mij studeren aan de Alo. Hij was polsstokhoogspringer. We trainden voor een snellere aanloop, hij zeurde wanneer we aan zijn techniek gingen werken, tot hij per ongeluk de limiet voor de NK liep en derde werd. Toen was hij sprinter.”

,, Ik geef training vanaf mij negentiende, ik heb kennis van trainingsleer, krachttraining en inspanningsfysiologie. Daarmee heb ik me verdiept in sprinten. Het is misschien wel een voordeel dat ik niet uit de sprint kom. Ik treed alles met open vizier tegemoet. Ik ga uit van de energiesystemen die het lichaam op 100 en 200 meter aanspreekt. Die moet je trainen, en dat kan niet zonder harde arbeid. Het werpt vruchten af, Guus steekt in het tweede deel van de 200 meter boven de concurrentie uit.”

,, Het werk dat ik erin stop, zie ik in zijn tijden terug. Hij was geen sprinter en zie de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt. We hadden er niet eens rekening mee gehouden dat hij op de WK zou starten.”

Vet zal daar niet bij zijn, de vakantie is gepland en hij hecht aan zijn gezinsleven. ,, Ik heb mijn baan en geeft twee avonden training. Ik heb geluk dat ik door mijn werk dagelijks contact heb met Guus.”

,, Wil je iemand naar de top brengen, dan moet je vakverdwaasd zijn. Weinigen kunnen ervan leven. Gert Damkat is van Rutger Smith echt een wereldtopper aan het maken. Daar moet hij veel voor opgeven en wat krijgt hij terug? Financieel wordt hij er niets wijzer van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden