Edict van Nantes, meer mythe dan werkelijkheid

In het Parijse Unesco-gebouw wordt vanavond een plechtige bijeenkomst gehouden waar de hele politieke en kerkelijke top van het land, president Jacques Chirac voorop, acte de présence zal geven. Aanleiding voor dit prominente vertoon is het feit dat vier eeuwen geleden het Edict van Nantes werd ondertekend dat een einde maakte aan een van de meest verwoestende burgeroorlogen die Frankrijk heeft gekend.

TON CRIJNEN

De Parijse herdenking, georganiseerd door de Fédération Protestante de France, vormt de opmaat voor een serie nationale, regionale en lokale vieringen, congressen, exposities en concerten. Tot eind april zal men zo het feit memoreren dat de protestanten in Frankrijk - thans één miljoen op een bevolking van zestig miljoen - in 1598 formeel vrijheid van godsdienstuitoefening kregen.

Wat was precies het Edict van Nantes? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we terug tot 1559, het jaar waarin de Franse calvinisten hun eerste nationale synode hielden. Het calvinistisch protestantisme was toen al doorgedrongen tot in de hoogste kringen van Frankrijk.

Veel edelen hadden het nieuwe geloof omhelsd, waardoor het calvinisme behalve een godsdienstige beweging ook een politiek-militaire macht was geworden. Met in totaal zo'n 400 000 aanhangers in een land met amper veertien miljoen inwoners werden de hugenoten (een verbastering van het Zwitserse Eidgenossen?) door de rooms-katholieke meerderheid als een bedreiging voor de nationale stabiliteit gezien. Want begrippen als godsdienstig pluralisme en oecumenische verdraagzaamheid waren toen nog nauwelijks bekend.

De katholieke partij onder Frans de Guise - net als hugenotenleider Antoine de Bourbon, koning van Navarra, was hij verwant aan het Franse vorstenhuis - onderdrukte de protestanten. Die genoten echter de onderhandse steun van Catharina de Medici, regentes voor de minderjarige koning Karel IX (1560-'74). Ze vond dat de Guise te veel invloed op het landsbestuur kreeg en sloot daarom een tijdelijk monsterverbond met de calvinistische leiders.

Catharina kondigde in 1562 het Edict van St. Germain af dat de calvinisten - buiten de poorten van de steden - vrijheid van godsdienst gaf. De katholieken zagen dit als een provocatie en zo barstte een bloedige confessionele burgeroorlog los, die tot 1593 duurde. Catharina liet de hugenoten overigens weer vallen toen die op hun beurt haar te machtig werden.

Dieptepunt in de strijd vormde - in de nacht van 24 augustus 1572 - de massale moordpartij op de leiding van de hugenoten, onlangs treffend verbeeld in de speelfilm La reine Margot. De hugenoten waren naar Parijs gekomen om er het huwelijk bij te wonen van hun leider Hendrik van Bourbon, zoon van de overleden Antoine, met Margaretha van Valois, de zuster van koning Karel. Wat een nationale verzoening tussen protestanten en katholieken leek te worden eindigde in een bloedbad. In de 'Bartholomeusnacht' of Parijse 'Bloedbruiloft' vielen alleen al in de hoofdstad tweeduizend doden.

Bruidegom Hendrik redde zijn hachje door, gesteld voor de keuze tussen 'la mort ou la messe' (de dood of de mis), voor het laatste te kiezen en katholiek te worden. De bekering was echter maar tijdelijk van aard. Hendrik ontvluchtte al spoedig Parijs en plaatste zich weer aan het hoofd van het hugenotenleger. Onder zijn leiding herstelden de protestanten zich en heroverden hun rechten.

Na de gewelddadige dood van Hendrik III, die zijn broer Karel IX was opgevolgd, nam de weer protestants geworden Hendrik van Bourbon de koningstitel aan en noemde zich Hendrik IV (1589-1610). Pogingen van de katholieke partij om hem, met hulp van de Spaanse koning Philips II, af te zetten mislukten. Hendrik kreeg de Franse Staten-Generaal, het 'parlement', achter zich door in 1593 opnieuw tot het katholieke geloof over te gaan (bekend is zijn cynische uitspraak: Paris vaut bien une Messe - Parijs is wel een mis waard). De katholieken strekten de wapens.

Geconfronteerd met een dreigende Spaanse invasie en pogingen tot afscheiding in Bretagne, had Hendrik dringend de hulp nodig van de protestanten. Hun aanhang was tot 1,2 miljoen aangegroeid, onder een bevolking die na 1559 amper was toegenomen. De steun van de hugenoten bleek alleen te verkrijgen als de koning hun de vrijheid van godsdienst formeel zou garanderen.

Zo werd na lang onderhandelen op 13 (of was het 30?) april 1598 in het katholieke bolwerk Nantes een edict getekend dat de hugenoten gewetensvrijheid en vrijheid van eredienst garandeerde in alle plaatsen waar die op dat moment in de praktijk reeds bestonden. Tevens werden zij wettelijk gelijkgesteld met de katholieken, kregen ze toegang tot alle ambten en mochten ze kerkelijke synodes houden. Als onderpand ontvingen de protestanten acht jaar lang 150 places de sûreté (vrijplaatsen).

In de volgende negentig jaar zou het Edict steeds opnieuw bevestigd worden, totdat Lodewijk XIV het in 1685 herriep en daarmee het einde inluidde van de vrijheid die de protestanten in Frankrijk al die tijd genoten (kardinaal de Richelieu had in 1629 reeds alle vrijsteden opgeheven).

Rond het edict ontstonden in de loop der eeuwen diverse mythes. Zo zou het onder de regering van Hendrik IV goed hebben gefunctioneerd, maar door zijn opvolger Lodewijk XIII (en Richelieu) om zeep zijn geholpen.

In werkelijkheid heeft het edict nooit echt gewerkt. Het was een compromis dat geen van beide partijen bevredigde. Morrend legde men zich bij de feiten neer. Van positieve acceptatie was geen sprake.

In het katholieke kamp bleef men het bestaan van een grote protestantse minderheid onverminderd zien als een smet op het gelaat van Rome's meest trouwe dochter, Frankrijk. En bij de hugenoten waren velen voor voortzetting van de strijd omdat men 'die roomsen' niet vertrouwde.

Met religieuze tolerantie en coëxistentie - mythe twee - had het edict niets van doen. Dat werd in die tijd ook niet als deugd gezien. Hendrik had het edict mede gesloten omdat de protestanten militair te sterk waren om ze met geweld te bekeren.

Dit pragmatisme vormde geen hechte basis voor een complex verdrag als dat van Nantes, dat wemelde van de vaagheden. Ze legden de kiem voor voortdurende onenigheid tussen katholieken en protestanten. Veel van de arrangements, vooral die met betrekking tot godsdienstige vrijheden, waren moeilijk uit te voeren en gemakkelijk te ontduiken. Hetgeen aan katholieke kant ook vaak gebeurde. En wat Lodewijk XII en Richelieu betreft: Uit angst dat de hugenoten een staat in de staat zouden gaan vormen, beroofden ze hen van hun staatkundige privileges, maar hun godsdienstige rechten lieten ze nadrukkelijk intact.

Eeuwenlang hebben historici het Edict van Nantes als een zege voor de hugenoten voorgesteld. In werkelijkheid was het een duidelijke overwinning voor de katholieken. Het edict verbood de protestanten te preken of anderszins hun godsdienst te praktiseren buiten de gebieden waar dat in 1597 ook al gebeurde. Daarentegen kon het katholicisme zich vrijelijk door geheel Frankrijk verbreiden, ook in streken - het westen plus het gebied tussen Languedoc en de Dauphiné - waar de bevolking geheel uit hugenoten bestond.

Het baande de weg voor een bekeringsoffensief waardoor met name de hugenootse adel tot het katholicisme overging, hetgeen de protestantse zaak militair verzwakte en Lodewijk XIV de kans gaf veel hugenoten - in 1660 nog maar 865.000 - het land uit te pesten, richting Duitsland, Holland, Zwitserland en Schotland.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd gaf het Edict van Nantes de hugenoten geen politieke privileges. Iedere formele politieke structuur werd hun onthouden, inclusief het bijeenroepen van politieke vergaderingen. Dat men zich daaraan niet stoorde is een andere zaak. Dit legde de kiem voor latere conflicten met de kroon. Die kon noch wilde zich uiteindelijk onttrekken aan de wens van de katholieke meerderheid en ontnam de hugenoten hun rechten.

Terugblikkend lijkt er voor de Franse protestanten weinig reden aan het edict overdreven betekenis toe te kennen. Wel moet het hen tot tevredenheid stemmen dat vier eeuwen na dato het protestantisme in Frankrijk zowel kwantitatief als qua moreel gezag relatief meer succes boekt dan het katholicisme. Het heeft iets van 'eindelijk gerechtigheid'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden