EDCS: De bank voor mensen zonder geld

Vandaag fungeert hij als voorzitter van een jubileumcongres van Clat-Nederland, de Nederlandse afdeling van de internationale arbeidersbeweging voor Latijns-Amerika. Solidariteit híer met de arbeiders dáár, is het motto van Clat en des te interessanter hun keuze voor discussieleider Gert van Maanen. Van Maanen verliet vorig jaar de raad van bestuur van ING, de bankverzekeraar die veel geld verdiende door de handel in schulden uit Latijns-Amerika. Sinds kort is hij directeur van een kleine oecumenische financiële instelling, EDCS, die uit solidariteitsmotief leningen geeft aan armen in datzelfde continent.

Het imposante ING-hoofdkantoor in Amsterdam ZO ruilde hij in voor een verdieping in een klein kantoorgebouw in Amersfoort, waar de namen op het bellenbord aan de buitenkant gedeeltelijk met plakband zijn bevestigd. In Nederland werken 12 mensen voor EDCS en in het buitenland nog eens zoveel. Van Maanen zegt een uitgebreide staf, die op alle mogelijke vragen een snel antwoord levert, te missen. “Nu krijg ik vaak te horen: ja, je vroeg dit wel vorige week op die vergadering, maar ik heb geen tijd gehad om het uit te zoeken.”

Maar zijn enthousiasme voor zijn huidige werk is door dergelijke problemen niet getemperd. “Dit is gewoon prachtig werk. Ik weet 't, het klinkt pathetisch, maar hoe moet ik het anders zeggen. Wij lenen geld direct aan bijvoorbeeld een groep arme vissers in Costa Rica. Ik ben daar geweest, heb met de mensen gesproken. Ze betalen de lening met negen procent rente keurig terug. Ik vroeg hen: is jullie levensstandaard nu verbeterd. Een van hen wees op de voeten van zijn kinderen. Kijk, zei hij, onze kinderen hebben nu voor het eerst schoenen aan.”

Van Maanen is geenszins uit afkeer voor het werk van ING overgestapt. Integendeel. “Ik vind de ING een uitstekende bank die zijn werk prima doet. Het is een bank voor mensen die geld hebben. Mensen die geen geld hebben en geen bezittingen, kunnen niet bij ING, noch bij de meeste andere banken, terecht. Het probleem is dat je voor het bedrijven van iedere economische activiteit kapitaal nodig hebt. En mensen die niks hebben zijn afgesloten voor krediet, overal in de wereld. Daar is niet de ING schuldig aan. Ik wilde er wel iets aan doen.”

Hij kwam bij ING terecht na een loopbaan eerst in de advocatuur later bij vervoersconcern NedLloyd. Bij ING begeleidde hij in de raad van bestuur het fusieproces tussen NMB en Postbank. “Toen vervolgens ook Nationale Nederlanden zich aansloot werd een ander voor de fusie verantwoordelijk. Ik kon een nieuwe portefeuille krijgen, maar ben opgestapt. Ik kreeg daarop een dozijn aanbiedingen en deze baan was er een van.”

Kredietverschaffing aan allerarmsten is een effectieve manier van ontwikkelingssamenwerking bedrijven, ontdekken steeds meer organisaties. De Grameen Bank in Bangladesh dient voor Van Maanen als voorbeeld van hoe dat moet. Die bank geeft hele kleine bedragen aan mensen die geen onderpand hebben. Zij kopen daar een paar kippen van of een koe of een naaimachine en betalen de lening langzaam terug. De armen blijken nette terugbetalers, 98 procent van de leningen van Grameen worden op tijd terugbetaald.

Giften daarentegen komen vaak minder goed terecht. Van Maanen: “Als je in een land als Peru acht taxibedrijfjes hebt en er wordt er een door een westerse ontwikkelingsorganisatie van gratis taxi's voorzien, dan kan je er zeker van zijn dat die het eerste over de kop gaat. Geef je mensen een lening om een taxi te kopen dan voelen ze zichzelf betrokken, zullen er alles aan doen om het tot een succes te brengen. Dat is een menselijk principe, dat gaat in Nederland net zo goed op als elders in de wereld.”

EDCS leent niet aan individuele cliënten, maar aan groepen armen. Negentig procent van de leningen worden netjes terugbetaald. Steeds vaker leent de organisatie door aan financiële instellingen in het zuiden zoals Grameen, vertelt Van Maanen. “Uiteindelijk moet je de armen in Peru de mogelijkheid geven geld te lenen niet in Amersfoort, maar in Lima. Maar zolang landen als Peru geen Grameen Bank hebben, is er voor ons nog werk te doen.”

Zelf krijgt EDCS zijn kapitaal door de uitgifte van aandelen in de rijke industrielanden. Het geld wordt belegd in projecten in ontwikkelingslanden en de aandeelhouders krijgen daarvoor een dividend uitgekeerd van twee procent. Aandeelhouders zijn kerken en kerkelijke groeperingen en enkele geslaagde projectuitvoerders uit de ontwikkelingslanden zelf. Het totale aandelenkapitaal is in de twintig jaar van het bestaan van EDCS gegroeid tot 135 miljoen gulden.

Volgens Van Maanen, lid van de Nederlandse hervormde kerk, is het aandelenpakket van de kerken in zijn organisatie veel te klein. “Mijn ervaring is: hoe rijker de kerk, hoe kleiner de zin om in EDCS te investeren. Penningmeesters van kerken willen zoveel mogelijk rendement uit hun kapitaal. Twee procent is natuurlijk minder dan de zeven of acht die je bijvoorbeeld bij ING kunt krijgen. Maar ik zeg daarop: deze investering is wel in lijn met je boodschap, de andere vaak niet.”

Is het wel zinvol zo kleinschalig te werken? “Wij veranderen de wereld niet. Wel leveren wij een bijdrage aan het praktisch verbeteren van de leefomstandigheden van mensen in ontwikkelingslanden. Duizenden mensen houden zich dagelijks bezig met congressen, etcetera over hoe de wereld beter kan. Daar eet uiteindelijk geen boer in Costa Rica meer door. Door ons werk wel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden