Ecotax op vlees is de oplossing voor creperende boer én beest

De industriële veehouderij is doodziek. Epidemieën als BSE, varkenspest en salmonella zijn symptomen van een ziek systeem. De weerstand van de dieren is vernietigd omwille van de productiviteit.

Dat systeem is definitief vastgelopen. Er zijn aanwijzingen dat BSE overslaat van de koeienhersenen op de mens. De ziekte heet dan 'Creutzfeldt-Jakob'. Als die overdracht epidemisch wordt, zal dat paradoxalerwijs een zegen zijn voor het vee en de veehouders. De boeren zitten nu mét hun dieren in 'concentratiekampen', zoals de zanger Robert Long het heeft uitgedrukt. Boeren worden gedwongen steeds meer te produceren, steeds meer van hun vee te vergen, voor steeds lagere prijzen. De boerderij gaat niet naar de beurs. Daarom kun je boeren tot het bittere einde uitzuigen. Ook als er allang geen winst meer wordt gemaakt, als er zelfs geen redelijk inkomen meer wordt verdiend, dan nog gaan boerenfamilies door, hopend op betere tijden. Agro-industrie en -handel maken daar schaamteloos misbruik van. Boeren creperen met hun dieren.

De consument heeft daar geen weet van, want zijn blik eindigt bij de supermarkt. De Haagse en Brusselse politiek kan daarom de boeren rustig kapot laten gaan. We leven immers in het paradijs van de vrije markt, vrij ondernemerschap en vrije concurrentie. Verzwegen wordt dat nog zo'n honderdduizend boeren in Nederland en miljoenen boeren in de EU zelf op geen enkele manier de markt kunnen sturen. De overproductie wordt door de industrie afgedwongen, met steeds duurdere technische, chemische en genetische innovaties voor steeds hogere productie. Tegelijk worden de voedselprijzen in de winkels laag gehouden. De supermarkt haalt nog steeds de meeste winst uit de lage prijzen voor de bulk van de boer, niet uit de prijzen voor de consument.

Daar zit de knoop. De markt concurreert. Iedere speler op de markt bezuinigt, het eerst en het meest op de 'dure' kostenposten, arbeid en milieu. Die zijn de dupe van de vrije markt. Alleen met democratische politieke middelen is dat scheve systeem recht te trekken.

Een uitweg zou de invoering van een geringe ecotax op alle vlees in de winkel kunnen zijn. Consumenten laten bij enquêtes keer op keer weten, dat zij best iets meer willen betalen voor goed en veilig voedsel van een gezonde landbouw en veehouderij. Alleen zal hooguit drie tot vijf procent van de consumenten ook uit eigen beweging de stap zetten naar de groene slager en de eco-groentenwinkel. Als op een pond vlees in de winkel een kwartje ecotax wordt geheven, dan heeft Den Haag per jaar een fonds van meer dan een miljard gulden beschikbaar. Daaruit kunnen zij boeren prijscompensaties geven. Zulke premies zijn geen subsidies, maar noodzakelijke sociaal-ecologische prijscorrecties die de vrije markt niet kan realiseren. Als tegenprestatie bieden de boeren hun dieren een goed en gezond leven. Ook Brussel beseft dat ziek duurder is dan gezond. Ook in Brussel groeit het inzicht dat de consument de echte kostprijs voor duurzaam en veilig voedsel moet gaan betalen. Daarvoor moeten prijsmechanismen worden bedacht. Een ecotax op vlees kan zo'n instrument zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden