Economische groei doet de natuur bloeien

Econoom Jan Luiten van Zanden zal vandaag in de Westhoff-lezing laten zien dat door economische groei en intensieve landbouw juist veel natuur is behouden. Volgens tegenspreker Martijn van der Heide zegt dat weinig over de vragen van vandaag.

Stel dat de Nederlanders zich als een 'gewone' soort hadden gedragen. En de bevolkingsgroei gelijke tred had gehouden met het welvaartsniveau. Dan zou de populatie van 3 miljoen inwoners uit 1850 zijn toegenomen tot 13 miljoen in 1900, 60 miljoen in 1950 en misschien wel zo'n 400 miljoen in 2015.

Daar valt volgens Jan Luiten van Zanden van alles over te zeggen, maar voor zijn 'groen' publiek vanmiddag tijdens de jaarlijkse Westhoff-lezing, maakt hij één ding duidelijk: als die groei werkelijk had plaatsgevonden, was de Veluwe nu volgebouwd, de Waddenzee ingepolderd, en waren er amper eengezinswoningen, maar louter flats.

Dat Nederland er van boven nog zo groen uitziet is vooral te danken aan de economische groei die de toename van de bevolking op den duur heeft afgeremd. Ja, als de organisatoren van de Westhoff-lezing een econoom uitnodigen, kunnen ze het krijgen ook.

undefined

Kindertal

Van Zanden draagt harde argumenten aan: "Juist door de toename van welvaart kwam er rond 1870 een demografische transitie op gang, waarbij de relatie tussen inkomen en kindertal radicaal veranderde, en juist omdraaide." Door de switch van 'kwantiteit' naar 'kwaliteit' daalde het geboortecijfer dramatisch, waardoor we nu nog ruimte voor natuur hebben, zegt Van Zanden. "Wordt de industriele revolutie vaak gezien als de centrale oorzaak van een sterke bevolkingsgroei, met meer recht kan worden gesteld dat deze juist heeft geleid tot een vertraging daarvan." Sterker nog: zonder de industriële revolutie was de natuur in Nederland (maar ook daarbuiten) reddeloos verloren gegaan.

De hardcore-ecologen die deze woorden vanmiddag in Nijmegen aanhoren, zullen inmiddels op het puntje van hun stoel zitten. Maar Van Zanden is nog niet klaar. Ook de intensieve landbouw heeft zijn steentje bijgedragen: "In 1850 was ongeveer 0,7 hectare nodig om een Nederlander van voedsel te voorzien. Op dit moment gebruikt de landbouw slechts 0,12 hectare per hoofd van de bevolking." Er is door het gebruik van kunstmest, importsoja en bestrijdingsmiddelen enorm veel ruimte gewonnen, die niet alleen wordt ingenomen door expanderende steden of infrastructuur, maar ook, daar is-ie weer, door de natuur.

Nog een derde element speelt in Van Zandens ogen een belangrijke rol: de door de welvaart veranderde houding van de mens jegens de natuur. "De Nederlander liep in 1850 nog met jachtgeweer en strik door de natuur om die te exploiteren. Die mentaliteit is radicaal veranderd, mede onder invloed van de economische ontwikkeling." Door de groei van meer lonende activiteiten, kon de natuur worden ontzien. En de opkomst van de industrialisatie ging vanaf 1870 gepaard met een zekere waardering voor natuur, die de eerste natuurbeschermers Heimans en Thijsse eind negentiende eeuw opzweepten met hun 'biologisch reveil'. En dat zou weer uitmonden in de oprichting van Natuurmonumenten in 1905.

undefined

Ruimte

Van Zanden besteedt in zijn lezing veel woorden aan de 'ruimte' die dankzij industrialisatie en intensieve landbouw is gespaard voor natuur. Veel minder woorden wijdt hij aan de negatieve invloed die die ontwikkeling had voor het omliggende gebied. De natuur in Nederland is afgelopen eeuw niet zozeer achteruitgegaan door ruimtegebrek, maar door de verontreiniging van lucht, water en bodem door diezelfde industrie en intensieve landbouw.

Toch kan zijn opponent Martijn van der Heide een eind met hem meegaan. "Van Zanden is een tegendenker. Vaak staan economen en ecologen lijnrecht tegenover elkaar, en vindt de laatste groep dat groei altijd ten koste gaat van de natuur. Daarom moeten we niet consumeren, maar consuminderen. Van Zanden nuanceert en toont aan dat dit verhaal niet zwart-wit is. Hij laat uit ecologisch oogpunt de positieve kant van groei zien."

Toch is Van der Heide het op een essentieel punt met Van Zanden oneens. Van Zanden heeft het ook in het heden en de toekomst over een teruggetrokken landbouwareaal, waardoor de natuur de ruimte krijgt. Van der Heide zet juist in op een vervlechting van natuur met kleinschalige landbouw, geheel in de traditie van natuurbeschermer Victor Westhoff die in het beheer terug wilde naar het Nederlandse landschap van 1875: zeer gevarieerd en door mensen (boeren) onderhouden.

"Ik durf het in kader van deze lezing haast niet te zeggen", reageert Van Zanden, "maar ik ben het hier niet met Westhoff eens. En ook niet met Van der Heide. Ze zijn te romantisch. Waarom moeten we krampachtig hooilandjes uit 1875 herscheppen, of de Vecht zoals Thijsse die in 1920 zag? We moeten vooruit en nieuwe natuur ontwikkelen. Laten we ons neerleggen bij de soorten die er niet meer zijn, en genieten van de nieuwe exoten."

Van der Heide werpt het verwijt dat hij 'te romantisch' terug wil naar 'paard en wagen' van zich. Er is juist een economisch argument voor het integreren van kleinschalige landbouw en natuur. Dat zou Van Zanden moeten aanspreken. Van der Heide: "De betekenis van de landbouw voor de economie is sterk afgenomen. Het aandeel land- en tuinbouw in het bruto binnenlands product was in 1950 bijna 15 procent, in 2012 nog slechts 1,6 procent. Daarmee is het economisch belang van de landbouw vergelijkbaar met dat van de horeca."

undefined

Vlegelbrood

Daarbij speelt nog iets anders, zegt Van der Heide. Om internationaal concurrerend te zijn, wordt een deel van de boerenbedrijven steeds groter. Maar anderen proberen zich juist te onderscheiden van de oprukkende globalisering door met streekproducten hun authenticiteit te onderstrepen. Zeeuws vlegelbrood, veenweidekaas, en Weeribbenzuivel doen denken aan de wereld van Westhoff. "Deze boeren opereren regionaal en zijn multifunctioneel. Op hun streekboerderij runnen ze campings, bedienen zorginstellingen, maar met hun kleinschaligheid en duurzame bedrijfsvoering kunnen ze ook een rol spelen in het natuurbeheer." De overheid zou met subsidies moeten inspelen op die tweeslag, zegt hij, waardoor de natuur ook ín agrarisch gebied weer kans heeft.

Van der Heide: "Uit het betoog van Van Zanden rijst het beeld op dat de hoop voor de natuur vooral buiten de landbouw ligt. Ik zie de hoop ook binnen het agrarisch gebied."

Van Zanden: "Is wat ons uiteindelijk rest meer dan een grote dierentuin, een uit de kluiten gewassen stadspark, waarin iedere knuffelsoort intensief wordt gemonitord?

Het is de vraag of een hoogontwikkelde samenleving als de onze zich laat combineren met een dynamische rijke natuur, door mensen beheerd, net als honderd jaar geleden. Ik zou inzetten op experimenten met níeuwe natuur. Economisch en ruimtelijk zijn er geen beperkingen."

De jaarlijkse Westhoff-lezing aan de Radboud Universiteit Nijmegen is vernoemd naar prof. dr. Victor Westhoff (1916-2001). Hij was een van de eersten die wees op de bijzondere natuurwaarden van kleinschalige cultuurlandschappen en verleende een wetenschappelijke basis aan de plantensociologie. De naar hem vernoemde lezing moet tegenwicht bieden aan de overheersende belangstelling voor economische groei en technologische ontwikkeling. Sinds de eerste in 1999, uitgesproken door Victor Westhoff zelf, is de lezing uitgegroeid tot een belangrijke ontmoeting van biologen en andere natuuronderzoekers, waar de actualiteit van natuur en landschap centraal staat.

undefined

Van Zanden & Van der Heide

Jan Luiten van Zanden is hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij houdt zich vooral bezig met de economische geschiedenis, waarover hij een aantal boeken heeft gepubliceerd. Daarnaast raakt hij steeds meer geïnteresseerd in de milieugeschiedenis en in de geschiedenis van de sociale ongelijkheid.

Martijn van der Heide is economisch onderzoeker bij LEI Wageningen UR. Zijn werkzaamheden liggen op het raakvlak van natuur, landschap en economie. Hij is in 2005 gepromoveerd aan de Vrije Universiteit op het onderwerp 'An economic analysis of nature policy'. Hij is hoofdauteur van het leerboek 'Ecologische Economie' (verschijnt medio juni) en redacteur van een internationaal handboek over de economische waarde van landschappen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden