'Economie sneller aanpassen' Industrielanden zijn opmerkelijk eensgezind over aanpak

AMSTERDAM - Je aan je eigen haren optrekken uit het moeras is slechts voorbehouden aan de legendarische baron von Münchhausen. Toch doet de Oeso volgende week ook een poging zichzelf op het droge te trekken, want het verziekende water van de werkloosheid staat tot aan de lippen.

Volgende week bespreekt deze club van de 25 rijkste industrielanden in Parijs een lang verwacht rapport waarin de weg wordt uitgestippeld om het 'meest gevreesde verschijnsel van onze tijd' in eigen gelederen stevig aan te pakken. Lagere uitkeringen, lagere minimumlonen, weg met belemmerende regels als ontslagbescherming en algemeen-verbindendverklaring van CAO's zijn de meest in het oog lopende aanbevelingen van het rapport waaraan twee jaar is gewerkt onder leiding van Oeso-topman Jean Claude Paye. Niet dat die conclusies zo verrassend zijn: ze zijn de laatste tijd regelmatig geopperd en opgeschreven. Opmerkelijk is de stelligheid en eensgezindheid waarmee ze worden geuit en aanbevolen.

Het economisch klimaat waarin de ongeveer honderd ministers bijeen komen, is aan de beterende hand. De Oeso, de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, voorspelt voor dit jaar een verdubbeling van de groei ten opzichte van het vorig jaar: 2,5 procent. Dit is de eerste opwaartse aanpassing sinds 1991. De Oeso straalt weer optimisme en vertrouwen uit. Het minpunt is echter de werkloosheid. Die neemt nauwelijks af. Het gevreesde verschijnsel van de baanloze groei wordt werkelijkheid. Nederland doet het in Oeso-verband niet goed. De werkloosheid stijgt tot boven de 10 procent en telt dit jaar tevens, op Zweden na, de hardste stijging van werkloosheid in een jaar: drie procentpunt. Een verklaring is dat de werkloosheid een jaar later (zomer 1992) dan in andere Oeso-landen begon op te lopen en dus ook later zal teruglopen. Weliswaar is er in 1994 sprake van banengroei, het arbeidsaanbod groeit echter harder.

Maar de stand van de conjunctuur is nog slechts een deel van het verhaal. Het aantal werklozen in de Oeso-landen bedraagt 35 miljoen van wie 20 miljoen alleen al in de Europese Unie. Tel je daarbij op de verborgen werkloosheid (bij voorbeeld de onvrijwillige deeltijdarbeid en de overbezette kantoren zoals vooral Japan die kent) dan hebben de Oeso-landen meer dan 50 miljoen mensen zonder werk in de boeken staan. Een onverteerbaar aantal.

Volgens het Oeso-rapport kent Europa vooral langdurige werkloosheid. De risico's om werkloos te worden zijn niet zo groot, maar als je eenmaal werkloos bent dan kom je nauwelijks meer aan de bak. Het zijn voornamelijk de mensen met weinig of geen opleiding die de klos zijn. In de VS is dat wel anders, schrijft de Oeso. De groei van de werkgelegenheid is daar vijf maal zo hoog als in de Europese Unie. De afwezigheid van ontslagbescherming is daar debet aan. Toch kiest de Oeso niet blindelings voor de Amerikaanse aanpak. Veel werk dat wordt geschapen is, volgens de organisatie, van lage kwaliteit, de zogenoemde hamburgerbanen, waarmee je jezelf nauwelijks in leven kunt houden. 'Working-poor' worden zij genoemd.

In haar analyse neemt de Oeso een aantal vermeende oorzaken van die vooral in Europa hardnekkige werkloosheid onder de loep. Aan de veel genoemde concurrentie van de lage-lonenlanden heeft het echter niet gelegen, zegt de Oeso. Zeventig procent van de internationale handel van de Oeso-landen is onderlinge handel. Voor Oost- en Zuidoost-Azië wordt een uitzondering gemaakt. Dat snel groeiende deel van de wereld paart lage lonen aan een hoge kwaliteit van de produkten. Volgens de Oeso is de handelsbalans met Oost-Azië slecht. Vooral hun kennisintensieve sectoren zijn zeer concurrerend.

In dit verband krijgt Nederland een veeg uit de pan. Het niveau van de Nederlandse high-tech-industrie is relatief slechter dan in 1970. Dat is geen wet van Meden en Perzen. Landen als Noorwegen en Australië doen het beter dan 25 jaar geleden. Het kan dus wel, aldus de Oeso.

Toch is ook de versnelde technologische ontwikkeling, waarbij Nederland dus achter blijft, geen oorzaak van de hardnekkige werkloosheid. Net zomin als de globalisering - het kleiner worden van de wereld met heftige concurrentie als gevolg - dat is. De grondoorzaak van alle narigheid is, volgens de Oeso, het gebrekkige aanpassingsvermogen van economieën en samenlevingen aan nieuwe omstandigheden. Regeringen gaan daarbij vaak in de fout het tempo van die min of meer autonome vernieuwingen te willen veranderen. Dat gebeurt uit politieke overwegingen, weet de Oeso, maar is niettemin onverstandig. Wat politici voor alles te doen staat is het aanpassingsvermogen van de economie te vergroten. Voor een 'quick fix' is daarbij geen ruimte; er zijn veelsoortige maatregelen nodig.

Het scheppen van een aantal macro-economische voorwaarden, zoals het stimuleren van investeringen en besparingen en het zorgen voor een stabiel prijsniveau, vormt het raamwerk van de Oeso-plannen. Daarnaast zijn aanvullende werkgelegenheidsmaatregelen nodig. Niet alleen moeten de kennisintensieve activiteiten worden gestimuleerd. Ook aan de onderkant van de arbeidsmarkt moeten er banen komen, want de werkloosheid is geconcentreerd bij de mensen met de minste opleiding. Verlaag daarom de minimumlonen, beveelt de Oeso aan.

Prikkel ook het ondernemersschap. Europa scoort slecht op dit punt. Er zijn gewoonweg te veel regels voor ontslag en de lonen en arbeidstijden zijn vaak te uniform. Schrap de meeste daarvan.

Europa voert een grote gelijkheid hoog in haar vaandel. Volgens de Oeso is daar niets op tegen, maar zorg ervoor dat de markt waar dat kan zijn werk doet. Gelijkheid moet je scheppen via andere instrumenten. Gelijkheid betekent dan gelijke kansen voor iedereen. De Oeso wenst een hogere kwaliteit van de beroepsbevolking door meer nadruk op het onderwijs zowel op school als op het werk. Europa scoort goed op dit punt vergeleken met de VS. Maar vergeleken met Oost-Azië loopt het weer achter. Volgens de Parijse denktank moet het aantal voortijdige schoolverlaters worden teruggedrongen en moet de aansluiting school-werk een stuk beter.

Naast bevordering van onderwijs moet een actief arbeidsmarktbeleid worden gevoerd onder het motto: begeleid mensen niet naar een uitkering, maar naar een nieuwe baan. Sociale diensten en arbeidsbureaus moeten daarbij worden geëtegreerd. Uitkeringen moeten minder genereus. Je verliest mensen voor het arbeidsproces als je ze financieel niet stimuleert naar werk te zoeken.

De Oeso erkent dat vele van de in negen beleidsaanbevelingen vastgelegde voorstellen politiek moeilijk liggen. Maar zonder deze zeer diverse aanbevelingen blijft versnelde aanpassing van de westerse economieën een illusie en daarmee vele miljoenen werkloos, stelt de organisatie.

De keus is volgende week aan de ministers. Oeso-topman Paye zal mandaat vragen om elk van de regeringen op hen toegespitste middelen voor te schrijven ter oplossing van het werkloosheidsprobleem. Of dat lukt, moet worden afgewacht. In elk geval is er overeenstemming over een mix van Angelsaksische deregulering en de continentaal Europese wens de sociale cohesie overeind te houden. En dat is gezien de diversiteit van de aangesloten landen al heel wat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden