Economen adviseren Rutte III: Doe niet zo voorzichtig

Beeld Maus Bullhorst

De regering zou veel meer moeten investeren in de economie, vinden economen. Het geld is er nu. "En als je geld over hebt, moet je het zeker niet besteden aan afschaffing van de dividendbelasting", zegt hoogleraar Lex Meijdam.

 De ministers van Rutte III zitten vandaag in de Ridderzaal op de voorste rijen met een brede glimlach. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn er toch maar mooi in geslaagd een kabinet te formeren en ze houden elkaar tot op heden stevig vast. Bovendien presenteren zij een feestbegroting, hun eerste Miljoenennota: de economie groeit, de koopkracht stijgt, het geld rolt. Maar welke kant willen zij op? Voeren zij een verstandig economisch beleid? Veel te voorzichtig, vinden economen. Vijf adviezen voor Rutte III.

Advies I: Geen lastenverlichting

Er komt net als vorig jaar een verlaging van de belasting. Voor bedrijven zit er nog meer in het vat zoals bijvoorbeeld de veelbesproken afschaffing van de dividendbelasting die de schatkist naar verwachting ongeveer 2 miljard euro per jaar gaat kosten. In de Miljoenennota die vrijdag uitlekte, komt het kabinet burgers en bedrijven tegemoet die de afgelopen jaren, tijdens de crisis, geld moesten inleveren.

Volgens Harry Garretsen, hoogleraar economie in Groningen, zou het kabinet het geld anders moeten uitgeven dan nu gebeurt. “De crisis is verwerkt en de economie draait op volle toeren. Er is een overschot op de begroting en er is krapte op de arbeidsmarkt. Er is dus geen noodzaak om de economie verder te stimuleren. Je kunt in deze tijd beter een buffer aanleggen voor magere jaren, zodat je dan ook nog wat financiële ruimte hebt.”

Het geld gaat te eenzijdig naar lastenverlichting voor bedrijven, vindt de hoogleraar. “De afschaffing van de dividendbelasting is niet effectief. Je zou dat geld veel nuttiger kunnen besteden. Er komt ook lastenverlichting voor burgers, maar als je naar de koopkracht kijkt, denk ik: hoeveel gaan de middeninkomens er nou echt op vooruit?”

Sceptisch is ook Lex Meijdam, decaan en hoogleraar in Tilburg. “Het is beter om te investeren in de economie, dan geld terug te geven aan de burger. En als je geld over hebt, moet je het zeker niet besteden aan afschaffing van de dividendbelasting. Voor een goed vestigingsklimaat zijn goede publieke voorzieningen belangrijker dan geen of lage belastingen voor bedrijven. Het kabinet zou zich moeten afvragen: wat heeft Nederland tot nu toe zover gebracht?”

Bas Jacobs denkt ook dat het kabinet iets te scheutig is met geld, ‘maar dit kan een geluk bij een ongeluk zijn’, zegt hij. De hoogleraar uit Rotterdam denkt dat de economische conjunctuur de komende jaren kan omslaan. “Het Centraal Planbureau verwacht dat het in 2019 minder goed gaat met de economie dan dit jaar. En na 2019 loopt de groei verder terug. De brexit, handelsoorlogen, problemen in China kunnen roet in het eten gooien.” 

Jacobs betoogt dat de Europese Centrale Bank de economie niet meer met een renteverlaging kan stimuleren. De rente is al nul. “Het is daarom beter dat het kabinet eerder te ruim dan te krap begroot. Dat voorkomt dat we bij tegenslag direct te maken krijgen met economische stagnatie.”

Advies II: Investeer in modernisering

Garretsen, Jacobs en Meijdam zijn het erover eens dat het kabinet er verstandig aan zou doen om te investeren in modernisering van de economie. Maar hoe? Garretsen is het meest voorzichtig. “Deze coalitie is een verstandshuwelijk. Dat merkt je aan alles. Het belangrijkste is vier jaar overleven en ik heb daar wel begrip voor. Het is een zakelijke combinatie die met elkaar het land bestuurt, zonder gemeenschappelijke overtuiging. De premier is een man die ook van zichzelf zegt dat hij geen visie heeft. Het is allemaal superpragmatisch.”

Het gevolg is dat het kabinet slechts globaal in beeld heeft in welke richting de economie zich ontwikkelt. “Wat het kabinet doet is de dividendbelasting afschaffen. Dat lijkt mij niet de beste verandering.” De voorstellen voor een duurzamere landbouw en energievoorziening met minder gas en olie zijn beter, meent hij, want die kant moet het op. Maar in welke tempo? Garretsen: “Daarover hinkt het kabinet op twee gedachten, zowel ongeduldig als behoedzaam. Ik vind het verstandig dat het kabinet niet overhaast te werk gaat. Je moet eerst weten wat een structurele verandering betekent.”

Meijdam snapt ook dat nieuwe plannen traag op gang komen: “Typisch Nederlands. Binnen een coalitie leven verschillende ideeën.” Toch moedigt hij het kabinet aan lef te tonen: “Je hebt een constant beleid nodig voor vele jaren. Het kabinet maakt een begin, maar het is voorzichtig en kan veel beter. De economie wordt op een gezonde wijze concurrerend als je schaarste gaat beprijzen. Dat betekent dat je rekeningrijden moet invoeren, belasting moet heffen op luchtvaart en vernieuwing van de agrarische sector moet stimuleren.”

Dat vindt ook Jacobs. Tien jaar lang is er nagedacht over bezuinigen en niet over investeren, signaleert hij. “De Nederlandse politiek ontwikkelt te weinig een visie op het belang van publieke investeringen in de economie.”

De lage rente biedt de mogelijkheid de economie nu op orde te brengen, vindt Jacobs. “Door de extreem lage rente zijn publieke investeringen in onderwijs, onderzoek en infrastructuur nu rendabeler dan ooit. Het is nu ook het moment om verduurzaming van de economie door te zetten. Hogere investeringen verhogen de arbeidsproductiviteit waardoor de lonen kunnen stijgen. Ik zie wel dat het kabinet iets doet, maar 2,5 miljard euro per jaar gedurende de kabinetsperiode is te weinig.”

Advies III: Kijk naar de lonen in de publieke sector

Politieagenten kregen vorige week, na dagen van protest, al extra salaris. Ook andere groepen in de publieke sector ruiken een kans om meer geld binnen te halen. Ze staken en kloppen luidruchtig op de deur in Den Haag. Moet het kabinet toegeven aan hun eisen en wat betekent dat economisch?

Jacobs is terughoudend. “Het is een politieke vraag of je een grotere publieke sector wilt. Als je meer uitgeeft aan hogere lonen voor politieagenten, leraren en verpleging, moet je ook meer belasting heffen om dat te betalen.”

“Het kabinet heeft zelf aangegeven dat er in het algemeen ruimte is voor loonsverhoging bij bedrijven. Dan moet je het zelf ook doen voor mensen die bij de overheid werken”, meent Garretsen. Het kabinet ziet dat natuurlijk ook wel, denkt hij, de vraag is alleen wanneer de onderhandelingen tot een akkoord leiden. “De afgelopen jaren is de loonontwikkeling vrij vlak geweest. Ik vind het moeilijk te beoordelen wat een redelijk percentage is.”

Meijdam meent dat hogere lonen voor de publieke sector economisch zinnig zijn: “Het maakt bijvoorbeeld beter onderwijs mogelijk. Een goed opgeleide beroepsbevolking trekt investeerders. Dus als je een goede publieke sector wil, ontkom je er niet aan om de lonen te verhogen. Bij een krappe arbeidsmarkt kunnen mensen die vinden dat zij te weinig verdienen weglopen en een baan accepteren bij een bedrijf dat beter betaalt.”

Advies IV: Iedereen moet sociale premies betalen

De verdeeldheid in het kabinet komt ook tot uiting bij het veranderen van de arbeidsmarkt. Is de groei van het aantal zelfstandig ondernemers (zzp’ers) en tijdelijke contracten een zegen of een plaag? De lijn van het kabinet is om vaste arbeidscontracten te stimuleren. Verstandig vindt Garretsen dat. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt was prima. Een beetje opfrissen was nodig. Het is wel doorgeschoten en het is goed minder risico bij de werknemer te leggen.”

Maar hoe moet dat? Jacobs: “Een werkgever moet kiezen voor een tijdelijk contract of een zzp’er omdat hij flexibiliteit wil en niet omdat ze veel goedkoper zijn. Zzp’ers kunnen hun uurtarieven verlagen door fiscale voordelen en omdat ze niet sparen voor pensioen en geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. Die ongelijke behandeling kan verminderen, door bijvoorbeeld fiscale voordelen voor zzp’ers alleen nog maar te geven als ze zich ook verzekeren of voor hun pensioen sparen.”

Een manier om vaste werknemers en flexwerkers eenduidiger te behandelen is alle werkenden premie laten betalen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid, zegt Lex Meijdam. Tegelijkertijd zou je de zelfstandigenaftrek moeten beperken en meer gerichte starterssubsidies kunnen invoeren. Daarmee behandel je gewone werknemers en zelfstandigen gelijk. Bovendien, zegt hij: “Als zij geen of weinig premies betalen voor de sociale verzekeringen wordt de pot waaruit die gefinancierd moeten worden kleiner en dat moeten we voorkomen. Iedereen moet meedoen, anders zakt ons sociale systeem in elkaar.”

Advies V: Verhoog de AOW-leeftijd minder snel

Kan het kabinet iets doen aan de onzekerheid over pensioen? Nauwelijks, zeggen de economen Garretsen, Jacobs en Meijdam in koor. We moeten leren leven met onzekerheid over pensioenen, vindt Garretsen. Het hoort bij de onzekerheid van de economie. Hij waarschuwt tegen al te veel somberheid: “Ons stelsel is prima en dat blijft goed”.

Toen de AOW werd ingevoerd, in de jaren vijftig, hadden ouderen gemiddeld vijftien jaar AOW. Dat was in 2014, omdat mensen gemiddeld ouder worden, gestegen naar bijna twintig jaar. Het is goed, zegt Jacobs, dat de AOW-leeftijd stijgt naar 67 jaar in 2021. “We moeten iets inhalen. We zijn veel te laat begonnen.” Maar het plan om de AOW daarna mee te laten stijgen met de levensverwachting, vindt hij te drastisch. “Daardoor werk je namelijk een steeds groter deel van je leven.” Meijdam is het daarmee eens: “Die verhouding is raar.”

Lees  alle Trouw-berichtgeving over Prinsjesdag hier .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden