Ecologisch beheer, wat was dat eigenlijk?

Bioloog Dik Vonk was 35 jaar geleden de eerste stadsecoloog van Nederland. En ook de beste, vindt hijzelf. 'Omdat ik de meeste fouten heb gemaakt en daardoor ook het meeste heb geleerd.'

INTERVIEW COKKY VAN LIMPT

De eerste stadsecoloog van Nederland gaat vandaag met pensioen. In Haarlem is Dik Vonk ook meteen de laatste in zijn soort. Hij wordt niet opgevolgd. De gemeente reorganiseert en bezuinigt op personeel. Ingehuurde ecologische adviesbureaus nemen zijn taak over.

Vonk verdwijnt niet helemaal van het Haarlemse natuurtoneel. Als stadsecoloog 'buiten dienst' blijft hij 'allerlei leuke en nuttige dingen' doen voor de stad. Hij was de enige met biologische kennis in het ambtenarenapparaat. "Die kennis wil ik blijven uitdelen, aan vrijwilligersgroepen en aan de adviescommissie voor het beheer van de Haarlemmerhout, een belangrijk gebied dat ik als Haarlemmer in mijn hart draag. Ik blijf meekijken, als een spin in het web. En ik blijf bereikbaar voor de mensen, met mijn kennis van planten en dieren. Als een bewoner piept, over een eng beest in de tuin of rupsen op de Oost-Indische kers of een rugstreeppad onder een stoeptegel, heeft dat bij mij voorrang. Dan fiets ik erheen, ook als dat voor achten is, na vijven of in het weekend. Een glazen potje en een plastic zak heb ik als standaarduitrusting bij me."

Vonk was 35 jaar geleden niet alleen de eerste stadsecoloog van Nederland. "Ik ben ook de beste", stelt hij achter een kop koffie op de Haarlemse Bolwerken grijnzend vast. Dat klinkt nogal onbescheiden maar zo heeft de enthousiaste, praatgrage bioloog het niet bedoeld. "Ik noem mijzelf de beste, omdat ik als eerste stadsecoloog van het land de meeste fouten heb gemaakt en daardoor ook het meeste heb kunnen leren."

Boerenwormkruid
Boerenwormkruid hielp de toen net afgestudeerde, werkloze bioloog in het voorjaar van 1979 aan zijn baan. Hoe, legt Vonk graag uit. "Er werd in die tijd veel nieuwbouw aangelegd, onder andere in Schalkwijk. De groenstroken en grasvelden in die nieuwe wijken werden, naar een idee van de hogere tuinbouwschool in Boskoop, ingezaaid met Nederlandse gewassen. Die gedijden goed op die opgespoten, winderige zandvlaktes.

"Rondlopend tussen de nieuwbouw ontdekte ik dat het boerenwormkruid pas in september ging bloeien in plaats van in juli. Ook de oorzaak kwam ik op het spoor: het maaibeheer. De groenontwerper had bloemen laten uitzaaien, maar het beheer van die nieuwe groenstroken opereerde los van de ontwerper. De buitendienst dacht 'dit is gras' en ging het tweemaal per jaar afmaaien. Aan de bloeitijd van het boerenwormkruid zag ik dat dit verkeerd ging. Ik heb toen mijn diensten aangeboden als bioloog, om tot een beter beheer te komen van de wilde flora, zoals we natuur in de stad toen noemden." Vonk kreeg een aanstelling voor een half jaar. Het werden 35 zomers.

"Alles was nieuw in die tijd. Je had alleen je flora- en vogelboek en je insectengids. Over stadsnatuur was niets bekend en van ecologisch beheer had de Haarlemse groenvoorziening al helemaal geen weet. Het was echt pionierswerk in die begintijd, eind jaren zeventig, begin tachtig. Geld was er gelukkig genoeg en we hadden een grote vrijheid om van alles te proberen. We vulden onze kwaliteitsnormen zelf in. Het nieuwe stedelijke groen moest, zoals we dat noemden, een 'goede bloem- en zangproductie' hebben."

Als bioloog verwierf Vonk zijn kennis over plantenecologie met vallen en opstaan. "Ik wist wel dat je niet alleen eenjarige planten moest zaaien. Klaprozen vond men prachtig toen. Maar dat zijn echte pioniers, die bloeien een jaar uitbundig, daarna wordt het minder. Er moest dus ook tweejarig spul in, wilde je het volgende jaar ook nog bloemen zien. Na drie jaar moest je dan de grond opnieuw vergraven. Het zaad dat in de grond zat, zou dan opnieuw opkomen. Tenminste, dat dacht ik. Maar in de praktijk bleek dat niet te kloppen. Er is dan te weinig rust in de grond geweest, met als gevolg dat 'lawaaisoorten' met wortelstokken het gaan overnemen. De oplossing was, veel overjarige soorten zaaien en niet te vroeg afmaaien maar pas in juli of augustus."

Zijn conclusie? "Deskundigen moet je niet geloven. En vooral Dik Vonk niet. Kijk zelf in je eigen situatie, of het nu een achtertuin is, een wegberm of een stadsrand, wat je kunt gebruiken. Zandgrond vraagt weer andere soorten dan veengrond. Kennis van de bodem en soortenkennis van planten en dieren heb je er dus wel bij nodig. Ga vooral veel buiten kijken. Dat heb ik ook altijd gedaan. Regelmatig ging ik op de fiets naar de hoveniers, die in de wijken aan het werk waren. Ik kwam bij ze kijken om te zien hoe het ging met het uitgezaaide spul, dat wij hadden bedacht. Daarna ging ik ze uitleggen, met stencils en kopietjes, hoe ze dat op een natuurlijke manier moesten beheren. Die interne scholing, zoals we dat noemden, was een doorslaand succes, maar vooral omdat iemand van het hoofdkantoor de moeite nam om naar het 'posthuis' ¿ de werkkeet in de wijk ¿ toe te komen."

Praktijkgeintjes
Op een keer zag Vonk een prachtige bloemenzee in het stadsgroen. Hoe was die daar gekomen? Hoveniers hielpen hem uit de droom. 'Herinner je je die vrouw nog, met die veel te korte rok en dat kleine autootje, die dwars het plantsoen in reed? De beschadigde boompjes hebben we toen weggezaagd en een hand zaad op die open plek gegooid'. "Een eyeopener was dat voor mij als ecoloog. Door dit soort praktijkgeintjes - maak af en toe tien vierkante meter kaal en gooi er een hand zaad in - ontdekte ik de ecologie van de soorten."

De Stadskweektuin, waar een aparte tuinman sinds 1975 planten kweekte voor alle Haarlemse plantsoenen, werd op den duur te kostbaar. Nu is het een stadspark, hondenpoepvrij. Vonk loopt naar een hoge haag in het park. "Hier is het begonnen. In de assortimentstuin die vroeger achter deze haag lag, heb ik veel kennis van planten en beestjes opgedaan." Kijkend over het gazon, komen meer herinneringen aan zijn jeugd terug. "Daar op het gras stonden de 'koude bakken', waarin mijn vader geraniums, cyclamen en kerstrozen kweekte", zegt Vonk met lichte weemoed in zijn stem. Zijn pionierswerk zit erop. In de nieuwe, veel formelere gemeentelijke cultuur past hij niet meer. En net als de pioniers in de natuur wordt hij nu opgevolgd door een andere soort.

'Haal meer natuur in je tuin'
Ter gelegenheid van zijn afscheid als stadsecoloog van Haarlem organiseert Dik Vonk vandaag, samen met de gemeente en de Vereniging voor Veldbiologie KNNV, het symposium 'Haal meer natuur in je tuin'. De middageditie van het symposium is bestemd voor genodigden. Vanavond wordt het programma herhaald voor de 'gewone' Haarlemmers en andere belangstellenden. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De bijeenkomst wordt gehouden in de Doelenzaal bij de Stadsbibliotheek, Gasthuisstraat 32, Haarlem, van 19.30-22.00 uur (zaal open om 19.00 uur).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden